Waarom GeenStijl zijn eigen huisregels wel met voeten moét treden

Het lijkt een contradictio in terminis: GeenStijl, de website die zich zo graag afficheert als ‘tendentieus, ongefundeerd en nodeloos kwetsend’, heeft huisregels. Alleen de redactie doet er niets mee; ze kijkt wel uit!

Zou u haar doen? Graag alleen antwoorden met seksistische complimentjes, want zo doen wij dat in dit universum. Met deze banale oproep  tekende GeenStijl ruim een week geleden bijna zijn eigen doodvonnis.

Ingekopt

Reaguurders van de site kopten de voorzet voor open doel snoeihard in. De meesten wisten wel raad met ‘haar’ – een journaliste van de Volkskrant.

“Ik zou haar doen. Ik zou haar overdwars in alle ******* nemen. Lekker langzaam volpompen. Om daarna keihard dr mond over mijn keiharde *** te trekken. Hard duwen op dat hoofd. Kokhalzend krijgt ze mijn warme ****. Hmmm,” tikte ‘Bezorgde vader’.

12pints: “Ik zou m’n harde klaargekomen *** wel eens aan dr neus willen afkloppen.”

“Vroeger op school stond **** bekend als nogal los, een slettebak in Algemeen Beschaafd Nederlands,” meldde Mark_D_NL.

Bloody Limit

De aanleiding? De Volkskrant-journaliste had het in haar krant opgenomen voor een NRC-collega. Die had even daarvoor bedrijven en andere organisaties opgeroepen niet langer te adverteren op de site met de in haar ogen ‘seksistische, racistische en haatdragende content’. Dit onder de hashtag #wiebetaaltDumpertReeten. (In DumpertReeten, onderdeel van GeenStijl, worden video’s beoordeeld aan de hand van naakte vrouwenbillen).

De digitale verkrachting van de Volkskrant-journaliste was voor veel vrouwelijke collega’s de bloody limit

Anders dan de shocksite mogelijk had gehoopt en verwacht doofde het vuur vervolgens niet. Integendeel, de digitale verkrachting van de Volkskrant-journaliste was voor veel vrouwelijke collega’s de bloody limit. Ruim honderd van hen plaatsten afgelopen zaterdag een open brief in de Volkskrant en NRC Handelsblad waarin zij de oproep aan adverteerders om GeenStijl en Dumpert te boycotten steunden (‘U betaalt mee aan een site waar vrouwenvernedering en racisme de norm is, niet de uitzondering.’)

Die solidariteitsactie oogstte succes. Grolsch, het Wereld Natuur Fonds, De Persgroep, IKEA, HAK, het ministerie van Defensie: de een na de andere adverteerder trok zich terug. Ook de Belastingdienst en andere overheidsdiensten gingen gisteren overstag.

Reaguurders

Wat mij echter nog het meest intrigeert: wie zijn toch die reaguurders? Wie is die ‘Bezorgde Vader’ (“Kokhalzend krijgt ze mijn warme ****. Hmmm”). Wie gaat er schuil achter 12pints die hem ‘wel eens aan dr neus wil afkloppen’. Wie is Mark_D-NL, die weet te melden dat de journaliste ‘op school bekend stond als slettebak’? En waarom legt GeenStijl hen geen strobreed in de weg? Sterker, met de oproep zette de redactie zelfs aan tot deze digitale gangbang.

Wie met dergelijke stoere praat in het publieke domein op de vrouw speelt, heeft ook de ballen heeft om daar openlijk voor uit te komen

We weten het niet. We kunnen er slechts naar raden.

We zouden het wel graag wíllen weten. En we hadden eerlijk gezegd ook wel verwacht de namen van de afzenders of op zijn minst hun e-mailadressen onder de bijdragen aan te treffen – wie met dergelijke stoere praat in het publieke domein op de vrouw speelt, heeft ook de ballen heeft om daar openlijk voor uit te komen. Opdat ook het ‘slachtoffer’, de ‘Bezorgde Moeder’, de kinderen van de ‘Bezorgde Vader’, zijn vrienden, familie, buren en collega’s kunnen lezen wie de dader is van de digitale verkrachting (“Weer een fraai stukje proza zaterdag op GeenStijl, Henk!”) en hem daarop kunnen aanspreken.

Huisregels

Ook de huisregels van GeenStijl – die zijn er! – voeden die verwachting. Hierin valt onder meer te lezen dat de redactie ‘een open en vermakelijke discussie wil’. Dat ‘laaghartige aanvallen in schuttingtaal, puur vanwege het feit dat een commenter (deelnemer aan een discussie, red.) zich bekend maakt als vrouw’ niet worden getolereerd. ‘Aan seksueel gefrustreerde commenters hebben we geen behoefte.’ En dat het de site bij het overtreden van deze regels vrij staat het ip-nummer bij een reactie te zetten. “Net als uw e-mailadres.”

“Aan seksueel gefrustreerde commenters hebben we geen behoefte”

Appeltje-eitje dus. Van een open discussie is bij bovenstaande comments geen sprake – de afzenders zijn anoniem. Laaghartige aanvallen in schuttingtaal: dat lijkt hier evident. Merkwaardig genoeg staan bij deze reacties noch de ip-nummers noch de e-mailadressen vermeld.

Kortom, die huisregels zijn een wassen neus.

Uitzonderingen

Nogal wiedes: via de oproep van Van Rossem, pseudoniem voor redacteur Bart Nijman, heeft GeenStijl de commenters/reaguurders zelf aangezet tot deze seksuele intimidatie. Diezelfde commenters/reaguurders daar dan vervolgens voor aan de digitale schandpaal nagelen, geeft geen pas.

Bovendien: wanneer de site wel ip-nummers en emailadressen bij reacties zou zetten, ondergraaft zij haar eigen bestaansrecht. Immers, GeenStijl heeft maar een raison d’être: ongefundeerd en nodeloos kwetsen. Het liefst op de man – of, in dit geval, de vrouw. En dat doet een reaguurder bij voorkeur stiekem alleen op zolder, achter zijn computer. Anoniem.

Huisregels vormen daarbij een sta in de weg.

De Franse schrijver en industrieel Charles-Louis Lemesle (1731-1814) schreef het al: ‘Men maakt regels voor anderen en uitzonderingen voor zichzelf.’