Astrid Holleeder: ‘Ik zei altijd tegen mijn moeder: je had Willem bij de geboorte dood moeten bijten’

Ieder huisje heeft zijn kruisje. Bij Teun van de Keuken, Sonja Barend en Astrid Holleeder is dat een kruis. Ze schreven er alle drie een boek over. Een zeer openhartig gesprek over het buitenhangen van de vuile was, de loyaliteit aan hun ouders en de pijnlijkste momenten uit hun familiegeschiedenis. Astrid Holleeder, huilend: ‘Ik heb mijn eigen broer verraden…’

De locatie van het interview blijft tot op het allerlaatste moment geheim. Over het uiterlijk van Astrid Holleeder mogen absoluut geen uitspraken worden gedaan. Sinds ze naar buiten heeft gebracht dat zij haar broer Willen Holleeder verantwoordelijk acht voor tenminste zes liquidaties (waaronder mede-Heinekenontvoerder Cor van Hout die met zus Sonja trouwde, Willem Endstra, John Mieremet, en Thomas van der Bijl) is ze haar leven niet meer zeker. Als ze naar buiten gaat, draagt ze een kogelwerend vest, een helm en een keelbeschermer.

Haar broer zou, ondanks dat hij in de zwaarbeveiligde EBI zit, al opdracht hebben gegeven zijn beide zussen Sonja en Astrid als wraak voor hun verraad te vermoorden. Astrid als eerste.

Als iedereen op de geheime locatie heeft plaatsgenomen, komt een lange, jong en vrolijk-ogende, aantrekkelijke vrouw binnen. Ze begroet Sonja Barend en Teun van de Keuken hartelijk. Ze heeft hun beider boeken (Mij zie je nooit meer terug en Goed volk) nauwkeurig bestudeerd. ‘Wij komen uit dezelfde buurt, hè,’ zegt ze met licht Amsterdams accent tegen Teun. “Ja, dat viel mij ook op. Op welke lagere school zat jij?” vraagt Teun. “Op de Theo Thijssenschool. En jij?” “Ik zat op de Burghtschool, naast het huis van Hans van Mierlo. Die schopte onze bal nog weleens terug.”

Astrid Holleeder: “Ah, de moeder van een vriendinnetje van mij gaf daar les. Barbara Diederiks.”
Teun van de Keuken: “Juf Diederiks!”
Astrid: “Een vreselijk leuk mens. Dat was een van de gezinnen waar ik kwam, waar gewoon gesproken werd aan tafel. Dat was wel heel bijzonder voor mij.”

Uit Judas, de familiekroniek van Astrid:
“Ik hoorde Sonja gillen en schreeuwen. ‘Nee papa, nee papa. Niet doen!’ Ik was achter hen aan gerend en stond ook in haar kamer. Daar stond een antiek dressoir met een marmeren blad. Ik zag dat mijn vader haar bij haar haren daarnaartoe sleurde en haar hoofd tegen het marmeren blad sloeg. Ik dacht dat haar schedel zou breken. Ik zag haar ogen wegdraaien en op dat moment doken mijn moeder en ik op mijn vader om hem van haar af te trekken. Toen we hem van haar los hadden gekregen stond hij ineens recht voor mij. Ik keek hem in zijn ogen en vroeg: ‘Waarom doet u dit nou? Wij doen toch alles wat u zegt?’ Hij beantwoordde die vraag door mij links en rechts in mijn gezicht te slaan.”

Bijzonder dat jullie alle twee in dezelfde buurt opgroeiden, maar zulke totaal andere levens hebben gekregen.
Teun: “Dat kun je wel zeggen ja.”

Beeld: Paul Tolenaar

Nathalie Huigsloot