Marita Mathijsen: ‘Zonder biografieën zouden we niet kunnen leven’

Ruim drie jaar werkt ze aan een biografie over de negentiende-eeuwse schrijver en politicus Jacob van Lennep en onderzoekt ze de drijfveren achter zijn inzet voor de maatschappij. Marita Mathijsen (72) is emeritus-hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en vertelt over haar liefde voor de negentiende eeuw: “Ik heb aldoor die eeuw willen voelen. Wanneer er autovrije zondagen waren, liep ik door de stad om de stilte van toen te ervaren.”

Marita Mathijsen bewoont een klassiek ingericht herenhuis in Amsterdam-Zuid: twee hoge kamers met negentiende-eeuwse kunstwerken aan de muur, waaronder een afbeelding van een kloosterkeuken van de schilder Johannes Bosboom. In de voorkamer staat een pianola en op wandkastjes staan foto’s van dochter Alma, haar overleden echtgenoot Hub Mathijsen en portretten van Jacob van Lennep (1802-1868). Schrijver, historicus en politicus Jacob van Lennep heeft zij met zijn indrukwekkende cv tot onderwerp van haar volgend jaar te verschijnen biografie gemaakt. “De koffie die je drinkt is gezet met water uit de waterleiding van Amsterdam. Zonder Van Lennep zou die er niet zijn geweest,” vertelt Mathijsen. “De standbeelden van Rembrandt en Van den Vondel, het Amstelhotel, het Noordzeekanaal, het Rijksmuseum en het behoud van de Ridderzaal: Van Lennep had hierbij een vinger in de pap.”

Wanneer las u voor het eerst iets van Jacob van Lennep?
“Op de middelbare school kwam ik voor het eerst in aanraking met zijn werk. Ik moest ‘overblijven’, zoals dat heet. Alleen kinderen uit de dorpen bleven tussen de middag over, de rest ging naar huis. Wij waren de zielige meisjes die hun boterhammetje op school aten. Daarna resteerde nog een vrij lange pauze, waarin ik in de bibliotheek ging zitten. Daar stonden die schitterende boekjes van Van Lennep. Toen al vond ik die historische boeken prachtig. Vervolgens ging ik Nederlands studeren. Ik kwam keer op keer weer uit bij de negentiende eeuw. Er werd gezegd dat die eeuw niet interessant was, maar als ik die boeken lees, denk ik: het is juíst interessant.”

Wat maakt die periode dan zo interessant?

“Het was een tijd van omwentelingen. Zaken, die mensen eeuwen hetzelfde hadden gedaan, veranderden in de negentiende eeuw. Denk aan effectieve ziektebestrijding, snelheidsveranderingen door de aanleg van spoorwegen, de ontdekking dat de aarde ouder is dan de bijbel zegt, de opkomst van het socialisme, de eerste auto’s, het vliegtuig, foto, film; dit alles gebeurde in de negentiende eeuw.”

Met welke vragen in gedachten begon u aan deze biografie?
“Ik begon aan mijn biografie met de vraag hoe ik de gigantische hoeveelheid verzameld materiaal moest ordenen. Ik heb er een digitale database voor laten bouwen. Via jaartallen, personen, trefwoorden en archieven kan ik in de database. Misschien heb ik wel 10.000 brieven gelezen. Jacob van Lennep kwam uit een vooraanstaande familie met een rijk familiearchief, alles werd bewaard. De tweede vraag was welke rode draad ik voor het verhaal zou hanteren. Die vastigheid moet er zijn. Je moet iets hebben waar je omheen vlecht, waar je kleurige draadjes omheen draait. Die rode draad begint bij het overlijden van zijn moeder. Dat moment was beslissend voor hoe hij later met vrouwen omging. Hij was een Muttersucher, een liefhebber van vrouwen en had naast kinderen met zijn echtgenote verschillende buitenechtelijke kinderen. Toch voelde hij een bepaalde verantwoordelijkheid, die we terugzien in zijn inzet voor de maatschappij.”

Zijn er ook moeilijke thema’s in zo’n biografie?
“Zeker, er heerste xenofobie en Jodenhaat. Neger was een normaal woord. Ik weet dat dat niet meer kan, dus als dat voorkomt in een tekst, dan zet ik tussen haakjes een commentaar erbij. Bij uitgesproken Jodenhaat heb ik ook een tussenzin gemaakt, waarin ik de vraag stel: wat moet ik hier als biograaf mee? Als iemand in die tijd afgeeft op ‘de paupers’, schrik ik. De haren gaan me soms recht overeind staan. Ik probeer dan wel te laten zien dat zo’n minachtend woord mij te ver gaat.”

Ik kan me moeilijk een voorstelling maken van de negentiende eeuw. Hoe probeert u die periode tot leven te wekken?
“Je moet een pen hebben en je moet durven. Ik moet – en dat doe ik gewoon – op het gevoel werken. Er bestaan emoties als angst, jaloezie, verraad en affectie. We zagen die onveranderde gevoelens al bij de Romeinse tragedies. Het menselijk ras verandert niet zo veel. Waarom vinden we Shakespeare nog zo goed? Omdat hij de kracht van menselijke hartstochten begreep, en die is niet veranderd. De Medea’s en de Macbeth’, ze zijn er nog. Ik probeer mijn lezers het boek in te slepen en daarbij mogen ze best huilen. Zeker als ze lezen over tering- en choleraslachtoffers, of als een meisje in de steek gelaten wordt. Dat kan alleen door gevoelens toe te laten en commentaar te leveren.”

Hoe haalt u zich de negentiende eeuw voor de geest, denkt u in beelden?
“Ik zie die eeuw voor me en ik ruik hem zelfs. Ik ben aan het eind van de Tweede Wereldoorlog geboren in Limburg. Daar was het toen nog bijna zoals in de negentiende eeuw. Toen ik klein was, waren er arbeidershuisjes met het toilet nog buitenshuis. Er was geen riolering, maar men gebruikte putten. Ik heb die onveranderlijkheden nog meegekregen, dat wat uit de negentiende eeuw nog aanwezig was. Ik zie de huiskamers nog voor me, met tikkende klokken en tapijtjes. Erg chic, maar tegelijkertijd heel doods. Die herinneringen uit mijn jeugd kan ik vrij gemakkelijk op de negentiende eeuw plakken. Ik heb aldoor die eeuw willen voelen. Wanneer er autovrije zondagen waren, liep ik door de stad om de stilte van toen te ervaren. En toen er een keer een grote elektriciteitstoring was, liep ik langs de Keizersgracht om te kijken hoe de negentiende-eeuwse nacht eruit moet hebben gezien.”

Kunt u zich op diezelfde manier identificeren met Van Lennep?
“Identificeren is moeilijk. Het is in de eerste plaats al lastig om je als vrouw in een man te verplaatsen. Vooral in een man uit de hoogste kringen met een daadkracht als Van Lennep. En dan die drang om achter de vrouwen aan te hollen, ik kan me er niet veel bij voorstellen. Wel had ik hem graag als vriend gehad. Ik weet dat we op elkaar zouden zijn afgestapt wanneer we elkaar op straat tegen waren gekomen. Ik heb het gevoel dat ik hem echt ken en dat hij een huisvriend van me is.”

Is Van Lennep een vergeten schrijver?
“Er is nog maar een schrijver uit de negentiende eeuw die gelezen wordt en dat is Multatuli. En misschien Beets en HaverSchmidt een beetje. De negentiende eeuw leeft niet wat de literatuur betreft. Ik vind dat jammer. De boeken van Jacob van Lennep lenen zich uitstekend voor televisieseries. Men kan er net zulke mooie kostuumdrama’s van maken als de Engelsen doen met het werk van Jane Austen. Ook de verhalen van Van Lennep spelen zich zowel in de hoge als lage kringen af. Er zijn tragische sterfgevallen en zoektochten naar geschikte partners. Het Nederlandse werk doet wat dat betreft niet onder voor dat uit de Engelse literatuur. In Nederland zijn deze mooie verhalen een beetje vergeten.”

Probeert u de herinnering aan de negentiende eeuw levend te houden?
“Mensen raken vergeten. Natuurlijk is dat jammer, maar je kunt het niet tegenhouden. Ik vind Lucifer van Joost van den Vondel prachtig, een schitterend drama, maar wie kent dat nog? Er is weinig historisch besef in Nederland, weinig trots op het verleden, geheel ten onrechte. Ik doe wat ik kan om zo’n man als Van Lennep in al zijn facetten te laten herleven.”

Maakt het feit dat Van Lennep al ruim 150 jaar dood is het schrijven moeilijker? 
“Het maakt het eigenlijk gemakkelijker. Geen gedoe met erven en auteursrecht, dat zeventig jaar na overlijden vervalt. Mij is weleens gevraagd of ik de biografie van Mulisch wou schrijven. Nee, ik moet er niet aan denken. Dan zou ik me teveel vastleggen. Van Lennep is al zo lang dood, het geeft me de vrijheid om te schrijven wat ik wil. De familie is royaal in het delen van overgeleverde verhalen. Die verhalen kloppen natuurlijk niet altijd precies. In die gevallen gebruik ik ze in de context van een familieverhaal dat de tand des tijds heeft doorstaan. Van de familie hoeft overigens niets geheim te blijven. Natuurlijk zit Van Lennep weleens achter de vrouwen aan, so what!”

Uw blog ‘Het laatste nieuws uit de negentiende eeuw’ heeft ruim 900 volgers. U doet verslag van allerlei vondsten tijdens het werken aan uw boek.
“Het werk van een biograaf is een eenzame bezigheid. Dit was een leuke manier om ontdekkingen met mijn lezers te delen. Soms leg ik via dat blog onverwachte contacten. Ik kreeg eens bericht van een vrouw uit Ierland. Zij bleek een verre nazaat van Van Lennep. Ze bezat nog een oude foto van zijn dochter. Verpakt in een washandje bracht ze de foto naar Amsterdam. Ik vroeg haar of ik deze mocht laten zien aan de fotoafdeling van het Rijksmuseum. De medewerkers waren in alle staten, zo’n oude foto in zo’n goede staat! Die wilden zij wel graag in hun collectie opnemen en dat is gebeurd. Allemaal dankzij dat blog. Ik raad iedere biograaf aan om een blog bij te houden. Het houdt je aan het schrijven en je onderhoudt contact met je lezers.”

Wat is volgens u de functie van de biografie?
“Na een lange stilte: “Zouden we zonder biografieën kunnen leven? Nee, het heeft dezelfde functie als geschiedenis, waar je van moet leren. Omdat je het verleden aan een persoon koppelt, kan het verleden sterker binnenkomen. De conflicten in een tijdsgewricht kun je er aanschouwelijker mee maken. Het is voor mij noodzakelijk om een bepaalde dankbaarheid te tonen naar de mensen die ons voorgegaan zijn. Vele miljoenen zijn vergeten, liggen op kerkhoven en zijn van de aardbodem verdwenen. Zij hebben veel voor ons gedaan; we hebben straatverlichting, we leven langer, kunnen ziektes genezen en er komt water uit de kraan. We moeten niet doen alsof dat vanzelfsprekend is. Het is een vorm van respect betuigen, respect voor onze voorouders.”

De Biografie Jacob van Lennep: Bezielde Schavuit verschijnt 18 januari 2018. Lees haar blog: Het laatste nieuws uit de negentiende eeuw hier.