Onze bolle koning Pils is een vliegmachine!

Ik vloog dus laatst van Zestienhoven naar Faro met een vliegmachine van Transavia en toen hoorde ik de gezagvoerder brommen: “Landgenoten! This is your king speaking. Met grote blijdschap laten wij u weten dat u voor het luttele bedrag van 9 euro en 99 centen ons voortreffelijk tapasplankje premium kunt kopen waarmee u nu reeds in mediterrane sferen kunt geraken. Hoezee! En nuttigt u er gerust een fris biertje bij! Want tapas moeten zwemmen. Hieperdepiep hoera. Zo’n goeie hebben wij nog niet gehad, zo’n goeie hebben wij nog niet gehad.’’

Ik ben er nooit zo op gerust op als piloten jolig doen door de intercom. Vroeger had ik kennis aan een stewardess bij Transavia en die vertelde mij uit eerste hand dat piloten zich tijdens de vlucht lieten fellateren door alles op twee benen terwijl ze aan de bubbels zaten te slobberen. Ik ben echt niet kinderachtig hoor als het om vieze gore vunzige vluchtige onpersoonlijke seks gaat, maar een steward met zaad in zijn snor die mij champignon-crème van Cup-A-Soup serveert gaat me echt te ver.

Daarom neem ik altijd mijn eigen broodtrommeltje mee als ik ga vliegen. Dat heeft niks met smetvrees te maken maar ik hou gewoon niet van klonters in mijn soep. Bovendien is een vette bek halen bij Trans ondertussen duurder dan de ticket.

Ik zeg tegen de steward (type Barrie Stevens): “Waarom zegt jouw baas ‘wij’? Is de goede man wellicht schizofreen en zo ja, waarom mag hij dan een kist met 350 demente bejaarden navigeren? En wie garandeert mij dat hij geen doodswens heeft?”

Zegt die Barrie Stevens: “Dat is Koning Willie, bitch! Willem-Alexander! Het kreng spreekt in de pluralis analis! Die loopt gewoon de cockpit binnen en pakt de stuurknuppel. De eerste keer dacht ik: dat is iemand met een rugzakje en een enorme afstand tot de arbeidsmarkt die eventjes op schoot wil zitten bij de piloot voor een selfie. Maar toen begon ‘ie te hakkelen en toen hoorde ik meteen dat het onze holle bolle Gijs was. Wat dat betreft is ie net zo brutaal als die brokkenpiloot van een opa van hem maar die was tenminste niet zo mollig, vermoedelijk door zijn roze champagne-dieet. Onze koning drinkt gewoon 24 blikjes Grolsch tijdens een lullig vluchtje naar Faro.”

Iedere gek kan en mag tegenwoordig vliegen. Dat was in mijn tijd wel anders hoor.

Vroeger vond ik piloten hartstikke geil. Ze waren toch een beetje God. Ik noem een Biggles, een Rode Baron, een Oleg Antonov, een Charles Lindbergh en een Antoine de Saint-Exupéry.

Piloten waren mooie gebronzeerde kerels met een gouwe klokkie en een Thunderbird-grijns en ze woonden altijd in Amstelveen en ze hadden verschrompelde sherryvrouwtjes thuis met gele polo’s en college shoes met kwastjes en lekkere dochters met Katja Schuurman-stemmetjes die al op hun veertiende aan de drugs gingen.

Achteraf denk ik: die piloten waren gewoon domme oetlullen die met de hakken over de sloot de MTS hadden gehaald. Hoe kan het anders dat Mohammed Atta na twee vlieglessen een Boeing 767 in het World Trade Center kon boren? Dat was dan ook mijn eerste gedachte toen ik op die bewuste elf september de verrekijk aanzette: hier moet de internationale jodenheid wel achter zitten! Dit is een inside job!

Ik bedoel, hoeveel Nobelprijzen hebben de mohammedanen gewonnen met betrekking tot het luchtvaartgebeuren? Tot 9/11 was de enige Arabier met een vliegbrevet dat malle ventje in de Efteling, die fakir. Ik stond daar eens met een suikerspin naar dat stomme vliegende tapijt te koekeloeren en toen kwam er net een islamitische school uit Tilburg langs. Die begonnen allemaal te prevelen, wierpen zich ter aarde en begonnen aan een collectief dankgebed. Toen ze weer tot bezinning waren gekomen, vertelde de imam mij dat dit allemaal in de Koran was voorspeld, dat mensen konden vliegen etc. Ik zei: “Nou baas, dan moedde gij eens effekes goed kieken naar die kabels waarop dat stomme kleedje van Leen Bakker rust, dat heeft helegaar niks met wonderen te maken maar is gewoon boerenbedrog, net als Langnek, Kabouter Plop en dat godverredommense kutvolk van Laaf.”

Nou, toen werd ik dus uitgescholden voor verrotte vis en islamofoob. In de vroege jaren negentig vloog ik eens met Air Algérie van 020 naar Algiers, een en ander in het kader van mijn proefschrift over de fenomenale hakbal van Mustapha Rabah Madjer tegen Bayern Munchen.

Madjer was een Algerijn die bij FC Porto speelde en in die kutfinale van de Europacup tegen FC Beieren (1408 anno hijra) gebeurde geen ene reet en het stond 1-0 voor de Duitsers, die dachten dat het kat in het bakkie zat en toen kwam die geniale hakbal van die duvelse Madjer dus en uiteindelijk won Porto!

Dat is nog een heel gedoe geworden op mijn alma mater, de Universiteit van Amsterdam. Ik zou aanvankelijk gaan promoveren op het Front Islamique du Salut, zeg maar de Algerijnse variant van Denk, maar eigenlijk vond ik mohammedaans voetbal een veel kekker onderwerp dan Noord-Afrikaans salafisme.

Ik zit dus in die vliegmachine van Air Algérie, samen met twee kaaskoppen van de marechaussee en vier naffers. Verder zat er niemand in dat vliegtuig. Die naffers waren geboeid en zouden in hun thuisland worden uitgezet. Eentje kende ik nog uit de Warmoesstraat en die verkocht altijd goeie dope.

Enfin, ik vond het verdacht koud in die vliegende doodskist en wat bleek: een van de deuren van het toestel stond half open terwijl we vlogen. Echt een kier van een halve meter! Ik zei er wat van tegen een besnorde steward en die begint vreselijk te lachen. Vervolgens begon hij met zijn maten allemaal dekens in die kier te proppen en daarna gingen ze bidden in het gangpad, samen met de piloot. Om een lang verhaal kort te houden: iedereen kan vliegen, en zelfs Algerijnen en Egyptenaren en Koning Pils Willem-Alexander dus.

Kent u overigens die oude witz met een lange baard: het is rood-wit en het vliegt door de lucht op zondag? Jezus in zijn trainingspakkie op weg naar de Kuip! De hedendaagse variant zou dan worden: het ruikt naar bier en vliegt door de lucht: Piloot Pils!