Zijn Nederlanders echt zo wantrouwig?

Paul Schnabel wist het Nederlandse gemoed jaren geleden te vangen met de inmiddels bekende uitspraak ‘met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht’. En daar had hij aan toe kunnen voegen ‘ik ben te vertrouwen, maar de ander vaak niet.’

6 op de 10 Nederlanders vertrouwt de medemens. Vier Nederlanders vertrouwt zijn medelander dus niet, wist het Centraal Bureau voor de Statistiek deze week te melden. Hiermee scoort de medemens slechter dan de rechter, politie (7 op de 10 heeft vertrouwen in hen) en het leger (6,5 op 10), maar een stuk beter dan ambtenaren (4 op de 10), de Tweede Kamer (3,5 op de 10) en de pers (3 op de 10). Grote kans dat u deze cijfers dus niet gelooft en dat doorverwijzen naar de rekenambtenaren van het CBS evenmin soelaas biedt.

Opmerkelijk dat veel mensen die leven in een van de welvarendste landen ter wereld – een democratische rechtsstaat bovendien – weinig vertrouwen in elkaar en sommige instituties hebben. Tenminste, dat lijkt mij opmerkelijk. Maar dat kan er aan liggen dat ik hoogopgeleid en man ben. Deze groepen zijn – net als protestanten en jongeren – extra vatbaar voor vertrouwen. Dat is niet onlogisch. Vertrouwen maakt kwetsbaar. Allicht dat respectievelijk de arbeidsmarktpositie, God of een toekomstdroom deze groepen beschermd. CBS concludeerde eerder dat toegang tot hulpbronnen in de vorm van kennis, contacten en vaardigheden een positieve invloed heeft op het vertrouwen in de wereld.

Wantrouwen

Toch heb ik een gezond wantrouwen tegen de conclusie dat Nederlanders zo wantrouwig zijn. Niet dat het CBS zijn werk slecht heeft gedaan, we weten simpelweg niet wat mensen met wantrouwen bedoelen. De meetbaarheid van wantrouwen hangt simpelweg van veel factoren af.

Redenen

Want denkt 30% van de Nederlanders dat de rechters niet zonder aanziens des persoon oordelen of zit er ook frustratie over bijvoorbeeld in de ogen van sommigen lage strafmaten bij? En als dat laatste zo is, is het dan een wantrouwen in de rechter? Wantrouwt 30% van de Nederlanders de politie omdat men denkt dat agenten omkoopbaar zijn? Denkt men dat agenten samenspannen met criminelen of is men narrig over een onzinnige verkeersboete? En heeft echt 60% van de Nederlanders geen fiducie in ambtenaren? Zijn ze op het gemeentehuis onjuist behandeld door de baliemedewerkster? Hebben ze steekpenningen moeten betalen voor een vergunning? Of is dit een wantrouwen gevoed door een hekel aan regelzucht of het populaire misverstand dat alle ambtenaren een beetje achter hun bureau zitten te suffen?

Vertrouwen

En als slechts 37% van de Nederlanders vertrouwen heeft in de Tweede Kamer, waarom maakt 80% vrijwillig de gang naar de stembus? Iedere keer weer. En waarom staat het Museumplein alleen vol als er voetbal is? Is het volk doorlopend naïef of hebben we stiekem best wel vertrouwen in ons politieke stelsel. En als zo’n 70% de media wantrouwt, waarom worden er in Nederland dan zoveel kranten, nieuwswebsites en nieuwsprogramma’s gelezen en bekeken? Uit pure verveling? Of misschien toch omdat de media als controlerende macht soms belangwekkende zaken boven krijgt zoals de Teevendeal, de zakelijke wandel van Henny Keizer of de problemen bij de politie. De recente zorgen rondom ‘fake-nieuws’ zijn het in ieder geval niet, want het vertrouwen in de pers is zeker sinds 1998 laag.

We weten simpelweg te weinig over vertrouwen en wantrouwen. Ja, we hebben gemiddeld genomen een iets groter wantrouwen tegenover niet-neutrale actoren zoals politici en pers. Maar maakt dit ons een land van wantrouwigen of van passief klagenden? Vermoedelijk het laatste. Want milde ontevredenheid is de motor achter vooruitgang. En zo slecht hebben we het hier niet.