Hoe Duitsland stilletjes een Europees leger creëert

Nederlandse, Tsjechische en Roemeense divisies worden onderdeel van de Bundeswehr

Het oprichten van een gezamenlijke Europees leger is bij tijd en wijle een zeer heet hangijzer binnen het Brusselse bastion. Alleen met het opperen van deze mogelijkheid kan een bewindvoerder bij verschillende lidstaten rekenen op steun, maar valt deze even zo zeer felle kritiek ten deel. Het idee roept – met recht – complexe vraagstukken op over nationale soevereiniteit en komt maar niet van de grond. EU-kartrekker Duitsland gooit het daarom over een andere boeg. Op de achtergrond integreren ze complete divisies van andere landen in de eigen Bundeswehr. 

De Duitsers hebben onlangs de Tsjechen en Roemenen zo ver gekregen om zich aan te sluiten bij hun krijgsmacht. Nu is het niet zo dat de complete legers van die landen onder het commando van Berlijn vallen (das war einmal, zullen we maar zeggen), maar bepaalde onderdelen worden geïntegreerd in de Bundeswehr. In het geval van de Roemenen geldt dat voor de 81ste brigade, en terwijl voor de Tsjechen de Kosovo- en Afghanistanveteranen van de vierde Rapid Deployment Brigade onderdeel zullen worden van het Duitse leger. Zo bouwt Duitsland dus aan een Europees leger, zelfs als men daar in Brussel nog (lang) niet klaar voor is.

Nederland

De integratie van de Tsjechische en Roemeense divisies is niet de eerste van samenwerkingsverbanden tussen het Duitse leger en een ander land. Deze landen treden namelijk in de voetsporen van ons eigen kikkerland. Het is geen geheim dat de Duitsers de laatste jaren onze grootste bondgenoten zijn, en bezuinigingen in ons defensiebudget hebben onze krijgsmacht eigenlijk alleen maar meer afhankelijk gemaakt van de Bundeswehr

Vanaf 2014 zijn er ook Nederlandse divisies actief in het Duitse leger. Zo is de Elfde Luchtmobiele Brigade onderdeel van de Division Schnelle Kräfte, en gingen de 16 Leopard Tanks die we aan de straatstenen niet kwijt kregen met bemanning en al naar de Eerste Duitse Pantserdivisie. In ruil voor de tanks – die door de Duitsers opgeknapt en gemoderniseerd zijn – mogen we er zelf ook nog af en toe mee rijden.

Soevereiniteit

Natuurlijk roept dit een flink aantal complexe vraagstukken op. Zo is onze defensie in grote mate afhankelijk van de grote oosterbuur, terwijl dat andersom niet het geval is. De soevereiniteit van ons land zou zo in het geding komen. In de praktijk valt dat tot dusver wel mee. Zo trekken we al decennialang samen ten strijde in internationale coalities, meestal onder NAVO-vlag. Maar wat als de Duitsers een missie voorbereiden waar de Nederlandse regering faliekant tegen is? Moet de Elfde Luchtmobiele Brigade dan, als onderdeel van een door de Duitsers opgericht Europees leger, mee naar het strijdtoneel?

Het antwoord is nee. In alle gevallen blijft de nationale regering van de speciale divisies het laatste woord houden over de eigen troepen. Tot dusver komt de soevereiniteit van ons land, en van de Roemenen en Tsjechen, niet in het geding en betekent het zelfs een voordeel voor de slagkracht van de Nederlandse strijdkrachten. Want ondanks dat Berlijn onze tanks ‘geleased’ heeft van ons leger – dat de tankdivisies niet meer kon betalen – hebben wij nog steeds de beschikking over deze strijdmiddelen.

Berlijn trekt haar eigen plan

Met een steeds nauwere militaire samenwerking komt natuurlijk onvermijdelijk een keer een omslagpunt. Vooralsnog is er nog geen reden tot grote zorgen. Het is alleszins te verwachten dat er in de toekomst meer divisies uit (kleinere) Europese landen binnen het Duitse leger actief zullen worden. Zodoende trekt Berlijn haar eigen plan. Het land laat het gesteggel in Brussel voor wat het is. Langzaam maar gestaag bouwt Duitsland aan een gezamenlijk Europees leger, maar doet dit wel zonder alle bureaucratische EU-rompslomp.