Waarom organisch katoen niet per definitie beter is voor het milieu

Organisch katoen wordt verbouwd zonder gebruik van giftige pesticide, kunstmest of genetische manipulatie. Het woord ‘organisch’ is een krachtig marketinginstrument en wordt door veel kledingbedrijven gebruikt. Terwijl de gedachte dat organische teelt altijd beter is de grootste misvatting van de kledingindustrie is.

Katoen is namelijk een van de meest waterverslindende gewassen en qua waterverbruik de koploper onder de textielsoorten. Voor  de organische teelt van de stof zou minder water nodig zijn, werd altijd gezegd. Immers, bij deze teelt wordt niet alleen katoen verbouwd, waardoor de bodem gezond blijft. Door de organische bodembedekking verdampt er minder water en is er dus ook minder van nodig.

Meer waterverbruik bij organische katoenteelt

Volgens cijfers van Cotton Incorporated, een Amerikaanse non-profit organisatie die de vraag naar en winstgevendheid van katoen onderzocht, wordt er  bij de organische teelt juist meer water verbruikt. Om genoeg organisch katoen voor één T-shirt te produceren zou er volgens deze organisatie zo’n 2.500 liter water nodig zijn. Voor de teelt via het conventionele systeem zou er ‘slechts’ 1.100 liter verbruikt worden. Bij deze cijfers melden de onderzoekers niet waar de verbouwde katoen vandaan komt. Een gemiste kans, want het klimaat is juist bepalend voor het waterverbruik tijdens de katoenteelt.

Het verschil zou komen door het rendement van de planten. De niet-organische katoenplanten leveren veel meer stof per plant doordat ze daartoe genetisch gemanipuleerd zijn. Om op biologische wijze dezelfde hoeveelheid te produceren, zijn er dus meer planten en daarvoor ook meer land en water nodig. Bovendien hebben telers met niet-organische planten, ook genoeg manier om hun grond rijk te houden.

Onterecht slecht imago

Tijdens een seminar van Cotton Inc. spraken experts over de misvattingen over katoen. Het zou volgens hen lang niet zo slecht zijn voor het milieu als wordt gedacht. Ryan Kurtz, directeur van landbouwonderzoek bij Cotton Inc., zei dat er ten opzichte van 35 jaar geleden nu 40 procent minder water wordt gebruikt om twee keer zoveel te produceren.

Jesse Daystar, assistent-directeur voor duurzaamheid en handel aan de Duke University, stelde dat duurzaamheid niet alleen om het milieu draait maar ook om mensen. Efficiëntie is volgens hem een belangrijke factor bij de duurzaamheid van katoenteelt. “Het is een misvatting dat organisch of natuurlijk altijd beter is,” betoogde Daystar waarbij hij naar de cijfers verwees om duidelijk te maken dat de technologie vaak voor een efficiëntere productie zorgt.

Labels

Het telen van organisch katoen heeft als voordeel dat er geen chemicaliën worden gebruikt die schadelijk zijn voor de boeren. Bovendien bevat kleding van biologisch katoen minder resten van chemicaliën. Echter, meestal worden de meeste chemische stoffen gebruikt bij het afwerken en verfproces van het katoen. Het label ‘organisch katoen’ wil lang niet altijd zeggen dat de bewerking van de stof ook biologisch verantwoord is.

De meest water-efficiënte optie is wanneer de gewassen – zowel organisch als conventioneel – hun water krijgen via regenval. Via het label is meestal niet te achterhalen of het katoen is geteeld met regenwater of dat er veel extra water gebruikt is.

Verkopers lopen graag te koop met keurmerken, maar voor de consument is het lastig te bepalen welk product nu precies goed dan wel minder schadelijk is voor het milieu, de telers en arbeiders. Het aantal keurmerken is vergelijkbaar geworden die van producten in de supermarkt. ‘Biologisch/organisch’, ‘Fair Trade’, ‘Cotton made in Africa’, ‘Better Cotton’, het is soms lastig door de bomen het bos te zien. Gelukkig valt er altijd nog een hele hoop kleding te hergebruiken, zijn jeans tegenwoordig zelfs te leasen en hebben we volgens Greenpeace al veel meer kleding dan we nodig hebben.