Waarom het zelfcensuur van media daders van terreuraanslagen in de kaart speelt

De media moeten meer terughoudend berichten over terroristische aanslagen, bepleiten onder anderen defensie- en veiligheidsexpert Rob de Wijk en journalist en publicist Joris Luyendijk. Een nobel streven. Maar daarmee is het probleem – schokkende en sensationele beelden die organisaties als IS en Al Qaida in de kaart spelen – niet de wereld uit.

De aanslag in Manchester na het concert van Ariana Grande die de vorige week aan maar liefst 22 mensen het leven kostte zal Zach Bruce, een Britse puber, zijn leven lang blijven achtervolgen. Niet dat hij zelf gewond raakte of een van zijn vrienden of familieleden verloor: Zach, die het concert halverwege het laatste nummer verliet, maakte op metrostation Victoria een filmpje  van de paniek die de aanslag teweeg bracht en plaatste dit op Twitter.

CBS News, Fox, de BBC: binnen no time reageerden alle grote televisiezenders. Of ze de beelden mochten gebruiken. Zach zou de credits krijgen, beloofden ze. Hij stemde toe. Ineens was de Britse tiener wereldberoemd: op CBS mocht hij zelfs live over zijn ervaringen vertellen.

De beelden die Zach maakte waren schokkend. Tieners, vooral meisjes, rennen gillend en huilend de trap af. Daar staan wanhopige ouders hun kinderen op te wachten. Maar nieuwswaardig was het filmpje allerminst.

Door dit soort beelden uit te zenden spelen de media terreurorganisaties als IS en Al Qaida in de kaart, betoogde Joris Luyendijk  vorige week in NRC Handelsblad. Hoe meer media-aandacht, hoe beter, aldus de journalist en publicist. Die exposure, daar is het deze terroristen juist om te doen. Stel, geen enkel medium zou over de daad hebben bericht, dan was deze totaal zinloos geweest. Figuurlijk heeft de aanslag dan eigenlijk niet plaatsgehad.

Zo’n terreuraanslag is toch een soort wrede vorm van straattheater. Als mensen niet kijken, is de act niet geslaagd.

Wreed straattheater

Rob de Wijk, expert op het gebied van veiligheid en internationale betrekkingen, tevens directeur van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies – voorheen Clingendael Centrum voor Strategische Studies –, deed daar in Trouw en Met het oog op morgen  nog een schepje bovenop. “Zo’n terreuraanslag is toch een soort wrede vorm van straattheater. Als mensen niet kijken, is de act niet geslaagd,” zei hij.

De Wijk riep deskundigen op niet meer direct na een terreurdaad in de media te verschijnen. Om de eenvoudige reden dat er op zo’n moment nog onvoldoende feiten bekend zijn om de gebeurtenis te kunnen duiden of analyseren. Door dit wel te doen en in te gaan op geruchten of hypotheses ontstaat niet alleen verwarring, maar maakt de expert de aanslag alleen maar ‘groter’. Dat is weer koren op de molen van de dader(s).

Zelf houdt De Wijk zich daar naar eigen zeggen ook aan. Helemaal sinds hem in 2015 op de dag van de aanslagen in Parijs werd gevraagd om aan te schuiven bij Pauw. Een uitzending vol emoties, waardoor De Wijk er maar een beetje bij zat.

De Wijks advies aan de media: “Wees terughoudend met beeldmateriaal, houd je bij de feiten.”

Beelden van mensen die uit pure doodsangst uit het raam springen of de onthoofding van gijzelaars zijn pure sensatie.

Daar ís iets voor te zeggen. Een filmpje van panikerende tieners en ouders in Manchester, beelden van bloedende mensen in Brussel, mensen die uit pure doodsangst uit het raam springen (9/11) of de onthoofding van gegijzelden doen niets anders dan het bevredigen van de hang naar sensatie. Ze inspireren nieuwe daders (‘copycats’) en vormen zo de opmaat tot nieuwe aanslagen.

Passé

Maar of zelfcensuur, een vorm van constructieve journalistiek, de juiste remedie is, is de vraag. De tijd dat de reguliere media het monopolie hebben op het verspreiden van ‘nieuws’ is definitief passé.

Internet, Facebook, Twitter, Whats app en YouTube zijn niet meer weg te denken. Ook zonder steun van de grote stations was het filmpje van Zach Bruce waarschijnlijk door honderdduizenden zo niet miljoenen gehashtagd en viral gegaan.

In de concurrentiestrijd springen de media erbovenop – hoe meer pageviews, hoe meer adverteerders.

Waarom iemand als Zach in zo’n situatie maar zijn smartphone grijpt en gaat filmen is mij een raadsel. Althans, ik begrijp het wel: zo’n tiener wil aandacht – thirteen seconds of fame. Eindelijk wordt hij beroemd, eindelijk is hij iemand. Maar ik kan me niet voorstellen dat ik als gewoon burger in die omstandigheden hetzelfde zou doen; ik zou niet eens op het idee komen, denk ik.

Maar het gebeurt. En in de concurrentiestrijd springen de media erbovenop – hoe meer pageviews, hoe meer adverteerders. Zelfs bij Zach meldden zich adverteerders. Hoe pervers.

Als de oude media dit soort beelden mijden, bestaat het gevaar dat de aandacht ervoor op social media nog groter wordt. Als een soort verboden vrucht. Alles wat niet mag of wordt afgeschermd – dark web, harddrugs, porno – heeft nu eenmaal op veel mensen een magische aantrekkingskracht.

IS en Al Qaida weten dat helaas maar al te goed.