Laat Nederland niet langer de onderdanige belastingdienaar zijn

Ons land als suikertante voor Amerikaanse bedrijven

De Nederlandse wet staat Amerikaanse bedrijven toe om onbelaste omzet door te sluizen naar de Verenigde Staten. Economie-journalist Jesse Frederik schreef afgelopen week voor De Correspondent hoe de Nederlandse staat grootschalige belastingontduiking door de vingers ziet. Vanwaar de behoefte van de overheid om Amerikaanse bedrijven zo te verwennen?

Uit de documenten, die in handen zijn van Frederik, blijkt dat vele multinationals door middel van een bepaalde bedrijfsvorm, de cv-bv-structuur, op een slimme manier ontkomen aan het betalen van belasting. Beide landen wijzen daarop al jaren met een beschuldigende vinger naar de ander voor de plicht om winstbelasting af te dragen. Hierdoor ‘zweeft het bedrijf in het fiscaal luchtledige’, schrijft Frederik, en is het mogelijk belasting te ontduiken. Het blijkt dat bedrijven enkele honderden miljarden euros hebben verdiend, zonder daar een cent belasting over te hebben betaald. Glasheldere belastingontduiking, dus.

In eerste instantie was de bedrijfsvorm in kwestie als lokaas bedoeld voor Amerikaanse bedrijven. Waarom dat werd gedaan via het verlichten van winstbelasting voor die bedrijven? Frederik legt uit: “De redenering was destijds: Als wij het niet doen, doet Luxemburg of Malta het wel. Dus waarom wij ook niet?” Het resultaat is dat voor Amerikaanse bedrijven het grootste belastingparadijs ter wereld is.

Anti-misbruikbepaling

Wouter Bos (PvdA) deed als toenmalige staatssecretaris van Financiën vergeefse pogingen om belastingontduiking tegen te gaan. Toen hij in 2002 zag dat bedrijven gingen ‘zweven’, stond hij erop dat er een anti-misbruikbepaling werd toegevoegd aan afspraken met Amerika. Bij twijfel konden de Amerikaanse en Nederlandse overheden een zwevend bedrijf een forse belastingaanslag sturen.

Maar wanneer Joop Wijn (CDA) in mei 2003 staatssecretaris van Financiën wordt, gaat het snel de andere kant op. Al is hij eerst net zo resoluut als Bos. “Het verdrag geeft het signaal dat gekunstelde constructies niet op clementie hoeven te rekenen,” schrijft hij in een brief in het Financieele DagbladDes te opvallender is zijn U-bocht in juli 2005, wanneer Wijn besluit de anti-misbruikbepaling buiten gebruik te stellen. Amerikaanse bedrijven krijgen vrij spel in ons Nederlandse ‘belastingparadijs’. Nederland krijgt kruimels terug voor deze opmerkelijke steun van het Amerikaanse bedrijfsleven.

Voordelen voor Nederland?

Op dit moment levert deze vage belastingwetgeving namelijk banen op voor de Nederlandse economie. De profiterende multinationals zijn verantwoordelijk zo’n 80.000 banen in Nederland. Het is dus begrijpelijk dat politici dit in eerste instantie bewaken als een havik.

Als Amerikaanse bedrijven netjes worden verplicht net zoveel belasting te betalen als andere bedrijven, zullen een hoop zich verplaatsen naar landen met een gunstiger belastingklimaat en bestaat de kans dat Nederland een groot deel van de banen zal kwijtraken.

Volgens Frederik is deze angst ongegrond: “Waar je vooral naar moet kijken zijn de mobiele functies die zich makkelijk laten verplaatsen. Technologiebedrijf General Electrics heeft bijvoorbeeld een fabriek in Nederland zitten, en fabrieken laten zich  zich niet zo gemakkelijk verplaatsen. De schatting is dat er zo’n 22.000 banen verloren zouden gaan als de belastingontwijking aan banden wordt gelegd. Dan gaat het ook alleen om het kortetermijneffect, waarvan verwacht wordt dat zich dit op de lange termijn herstelt.’

Al krijgt ons land verder niet veel mee van de winst die ons ‘goede’ gedrag oplevert. “Het geld wat Nederland in komt wordt in het buitenland belegd,” legt Frederik uit. “Behalve enkele banen en een beetje loonbelasting hebben wij niet veel aan ons gunstige systeem.”

Hoe nu verder?

De Nederlandse overheid lijkt het onderwerp langzaamaan steeds belangrijker te vinden. Afgelopen donderdag was er een Kamerdebat over belastingregels (op maat gemaakte belastingafspraken met multinationals, met hetzelfde onderliggende effect als de cv-bv-structuur).

In februari van dit jaar is er een motie aangenomen die in 2020 een einde zal maken aan de cv-bv-structuur. Gelukkig, want wat vroeger een effectief vestigingsverdrag was, is nu een uit de klauwen gelopen belastingvoordeel voor bedrijven die de winstbelasting prima kunnen dragen.

Over de gevolgen van het invoeren van winstbelasting bij multinationals zegt Frederik: “Wat je dan gaat krijgen, is dat de bedrijven naar echte taxhavens gaan, zoals Malta of Bermuda. Wanneer de Europese regelgeving het moeilijker gaat maken om geld vanuit Europa naar Bermuda te laten gaan, zullen Amerikaanse bedrijven zoeken naar het goedkoopste land in Europa.” Dat is op dit moment Ierland.

Vervolgens zullen de Europese landen met elkaar gaan wedijveren over de laagste winstbelasting. Frederik: “Doordat nu de trucjes om belasting te ontduiken worden uitgeschakeld, wordt de concurrentie transparant. We krijgen een soort race, denk ik”. Het is te hopen dat de nieuwe regering werkelijk doorzet en het belastingvoordeel voor de multinationals eindelijk aanpakt. Dan worden we in plaats van een naïeve dienaar voor Amerikaanse multinationals, tenminste een gelijkwaardige speler op het Europese speelveld.

Meedoen aan de race is nog altijd beter dan verliezen.