Angst voor potentiële kernramp tijdens bouw omstreden kerncentrale Wit-Rusland

Meer dan 30 jaar na de nucleaire ramp in de Oekraïense grensplaats Tsjernobyl, die ervoor zorgde dat een kwart van het Wit-Russische grondgebied ontoegankelijk werd door nucleaire besmetting, gaat de voormalige Sovjetrepubliek zijn eerste eigen kerncentrale in gebruik nemen. Die is niet onomstreden vanwege verschillende veiligheidsincidenten die zich hebben voorgedaan.

Binnen zes tot achttien maanden wil Wit-Rusland zijn eerste kerncentrale in gebruik nemen. Gelegen in Astravets – op slechts 50 kilometer van Vilnius – de hoofdstad van Litouwen. Logischerwijs zijn ze hier in Litouwen niet blij mee. Niet alleen door de afstand, maar vooral omdat de bouw van de centrale zich kenmerkt door een aaneenschakeling van ongelukken en incidenten. De autoriteiten ontkennen – net als ten tijde van Tsjernobyl – die incidenten, of melden ze pas maanden later. Oost-Europa  – maar eigenlijk heel het continent – mag zich terecht grote zorgen maken over haar nucleaire veiligheid.

Reactorval

Zo viel de 330 ton zware reactor van de nieuwe faciliteit in augustus van het afgelopen jaar abusievelijk van een kraan tijdens een test die moest aantonen dat de reactor veilig opgetild kon worden. De reactor viel maar liefst vier meter tijdens dit incident dat nadien wekenlang door de Wit-Russische autoriteiten werd verzwegen en vervolgens ontkend.

Daarbij speelt ook het Russische staatsbedrijf Rosatom een rol, dat de hoofdcontractant van de nieuwe kerncentrale is. Rosatom wilde er aanvankelijk niet aan dat de val een schade aan de reactormantel teweeg had gebracht, maar besloot uiteindelijk de mantel toch te vervangen.

Reeks incidenten

Dat was niet het enige incident. In augustus 2016 kwam een man op het bouwcomplex om het leven toen een zuurstoftank ontplofte. In april van dat jaar begaf de steunstructuur van een onderhoudsgebouw op de nucleaire site het en storte in. En in februari van dit jaar werd een tweede reactor beschadigd toen deze tijdens het transport een hoogspanningsmast raakte. Het contact met de mast deed de hoogspanning op de reactor overspringen. Hierdoor vervormde het reactorvat, met alle gevolgen van dien voor de veiligheid. De impact van het ongeluk werd evenwel nooit adequaat onderzocht; op 1 april jongstleden werd het vat in de toegewezen positie geplaatst zonder het nog te inspecteren op schade.

IAEA

Het is dus niet verwonderlijk dat men er in Litouwen niet gerust op is. De Litouwse regering heeft zich dan ook hard gemaakt bij het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) voor een onafhankelijk onderzoek naar de veiligheid van de Wit-Russische kernreactor. Daarmee moet de internationale gemeenschap te weten komen of er wordt voldaan aan de geldende veiligheidsnormen rond de aanleg van een nucleaire reactor.

Een dergelijk onderzoek bestaat uit verschillende facetten, waarbij inspecties en rapportering plaatsvinden op het gebied van locatiekeuze, milieu-effecten, veiligheid van het ontwerp en talrijke andere aspecten. Een belangrijk probleem tot nu toe is dat de Wit-Russische autoriteiten niet toelaten dat de inspecties van de IAEA verder gaan dan de beoordeling van de veiligheid van de fabrieksontwerp.

In concreto: toetsing in verband met de keuze van de locatie, de plaatselijke geologie en de milieueffecten van de centrale – allemaal zeer belangrijk voor het maken van een risicoanalyse – mogen niet worden uitgevoerd. Bekend is dat er tot nu toe geen toereikende internationale beoordeling van de locatie in Astravets heeft plaatsgevonden. Bekend is ook dat er in het verleden sprake was van seismische activiteit.

Bevolkingsdichtheid

Een andere controverse die speelt rond de Wit-Russische kerncentrale heeft te maken met de bevolkingsdichtheid rondom de reactor. Wit-Rusland moet berekenen of de normwaarde niet wordt overschreden. In haar berekeningen heeft de regering enkel gekeken naar de bevolkingsdichtheid aan de Wit-Russische kant van de grens. Daarmee wordt voorbijgegaan aan het feit dat er aan de Litouwse kant veel meer mensen wonen. Daarnaast loopt 35 procent van de Litouwse bevolking gevaar in het geval van een kernsmelting.

De IAEA kan over al dit soort zaken geen uitspraken doen, doordat Minsk de missie van de atoomwaakhond beperkt houdt. In plaats daarvan verklaart de Wit-Russische regering dat ze zelf de risico- en veiligheidsanalyse van de installatie uit gaat voeren. Met het oog op verschillende eerdere incidenten rond de bouw van de kerncentrale is dit een kwalijke situatie. De wijze waarop de regering in Minsk vervolgens gehandeld heeft rond veiligheid en transparantie, verdient niet de schoonheidsprijs. Het is op zijn zachtst gezegd zeer discutabel of de Wit-Russische autoriteiten capabel en welwillend zijn om een stresstest – die voldoet aan de Europese normen – uit te voeren in de installatie in Astravets.

Litouwen

Vilnius heeft daarop besloten het heft in eigen handen te nemen. Het wil eigenhandig een eind maken aan het toekomstpotentieel van de Wit-Russische kernreactor. Daartoe heeft het Litouwse parlement in april een wet aangenomen die het verbiedt elektriciteit te importeren als die wordt opgewekt door een faciliteit die in strijd is met de internationale nucleaire veiligheidseisen. Verder heeft Litouwen de andere Baltische staten overgehaald hun elektriciteitsnetwerken aan te sluiten op andere EU-leden. Zo koppelen ze zich simultaan los van het elektriciteitsnetwerk van de voormalige Sovjet-Unie.

Dat is een gevoelige klap voor Minsk. Wit-Rusland heeft herhaaldelijk kenbaar gemaakt een deel van de elektriciteit die wordt opgewekt in Astravets in andere Europese landen te willen verkopen. Daar hebben de Baltische staten effectief een stokje voor gestoken. Dit doen ze met door de kerncentrale de toegang tot de Europese elektriciteitsmarkt te ontnemen. Niet onterecht overigens, want een eventuele nucleaire ramp in de kernreactor kan Tsjernobyl-achtige gevolgen hebben. De regio kan zelfs tweehonderd jaar onbewoonbaar worden. Geen enkel rampenplan is daartegen bestand. Europa doet er dan ook goed aan deze nucleaire bedreiging af te wenden door Litouwen te steunen als het vraagt om volledige toegang tot de site.