Ik ben slechtmensch

Ik ben een heel slecht mens. Een armhartige ondeuger, een narcistische aandachtshoer. Zo ben ik niet altijd geweest. Ik zal u vertellen hoe ik zo geworden ben. 

Vroeger was ik fan van Levinas. God openbaart zich in het gelaat van de ander. De ander doet een appel op je en pas door zijn oproep word jij gevormd. Pas door de herkenning, de erkenning in ogen die niet de jouwe zijn, besta je. De blik van de ander negeren is volgens Levinas het begin van geweld.

Mededogen in overdrive

Ik was echter nog veel radicaler dan hij. Want waarom alleen kijken naar de blik van een mens? Zoek oogcontact met een dier, kus eens een boom en tong de grond. Die lekkere aarde in je bek. Ik was het mededogen in overdrive. Nucleair altruïsme. Allesomvattend en alles bevattend. Begrip voor een robot, sympathie voor een steen. Dat is wat ik oprecht voel vanbinnen. Liefde voor alles, levend of dood.

Goedertierenheid

Ik onderzocht de woorden die dit soort gevoelens beschrijven. Barmhartigheid, erbarmen, mededogen. Zo mooi. Hoe ze zich uitstrekken naar de overkant. Goedertierenheid is mijn favoriet. Minder bescheiden, minder chique, meer zoals ik. Alsof je het wilt rondslingeren, je liefde. Als een sproeier. Een tuinsproeier op een warme dag. Een loveshooter. Boem! Laat je goedheid welig tieren. Gespreide armen vol erbarmen. Pak aan! De inhoud van mijn hart. Het was daar altijd één groot hippiefeest.

Ranten over Rand

Maar niet meer. Ik zeg er niets meer over. Over dat smoel van de ander. Die trieste bakkes. Die open ogen, waarin alles zich openbaart. De compassie die ik met zoveel passie voel, verzwijg ik. Ik rant tegenwoordig alleen nog maar over Ayn Rand. Over het individu. Rationeel egoïsme. Hoe je niets hoeft te betekenen voor een ander. Hoe we allemaal narcistisch zijn en egomaan en hoe we, als we iets voor een ander doen, dat eigenlijk alleen voor onszelf doen. Dit is de huidige opinie. Het twitter- en facebook-fähige idee. En ik heb me eraan aangepast.

#Zeghet

Dat begon allemaal toen ik op sociale media een actie opzette voor mensen die nare ervaringen hadden op seksueel gebied. Het leek mij een goed idee als die hun verhaal zouden doen. Het hardop zouden uitspreken wat ze hadden meegemaakt, er ruimte mee zouden innemen. Ik geloof daarin, dat als je mensen een stem geeft, ze meer bestaansrecht krijgen. Dat als ze het zeggen, ze er mogen zijn. Daar gaat het heel vaak mis. Mensen schamen zich, voelen zich schuldig. En zwijgen.

Ik bedacht daarom de hashtag #zeghet voor en samen met een vrouw die niet gezwegen had en haar verhaal over een aanranding bij Pauw had gedaan. Om haar te steunen, om anderen het gevoel te geven dat ze niet alleen zijn. En om sommigen misschien net dat duwtje in de rug te geven om zich ook uit te spreken. De actie werkte erg goed. Veel mensen deden hun verhaal, veel mensen luisterden.

Zeikwijven en domme dozen

Tot ik merkte dat er een soort tegenbeweging ontstond. Er kwam kritiek. Er kwam spot. De verhalen werden belachelijk gemaakt. Er werden stukken geschreven over waarom deze actie averechts zou werken. Waarom we juist meer seksueel geweld zouden veroorzaken. De vrouwen die hun ervaringen vertelden, werden voor aanstelsters en aandachtshoeren uitgemaakt. Voor domme dozen, slachtofferjankers en zeikwijven. De vrouwen die de actie bedacht hadden, waaronder ikzelf, werden natuurlijk al helemaal met de grond gelijk gemaakt.

Narcistische motieven, alleen maar om in de publiciteit te komen, ten koste van de echte slachtoffers en om te laten zien hoe goed je bent. Ik was er zo verbaasd over. Zo teleurgesteld ook, dat iets waar in eerste instantie zoveel kracht en positiviteit van uit was gegaan, opeens zo fanatiek bestreden werd. Het leek wel alsof het kapot moést.

Deugen deugt niet

Er werden verhalen verzonnen over hoe wij, de bedenksters, stiekem samenwerkten met slachtofferhulp en geld voor de actie opstreken terwijl we deden alsof het vrijwillig was.  Alles werd met wantrouwen overgoten. Als ik één ding heb geleerd in het leven, is het wel dat wantrouwen erger is dan kanker. Niet te bestrijden, niet te genezen. Ik was verdrietig. Heb er serieus hard om gehuild toen de actie was afgelopen.

Vooral om het feit dat de mensen die hun verhalen vertelden en verspreidden op Twitter uiteindelijk toch weer gewoon uitgelachen en beschaamd en beschuldigd werden. Weer niet serieus genomen. Ik vond dat zo in en in droevig, omdat het precies de reden is waarom mensen zwijgen en ik had dus niets bereikt met mijn goedertierenheid.

BarmhartigheidIk keek naar mijn vriendin Sunny Bergman en zag dat zij eigenlijk altijd tegen dat soort weerstand op moet boksen met haar goede bedoelingen. En ik keek naar Sylvana en zag dat zij dag in dag uit moet horen dat ze het eigenlijk allemaal voor zichzelf doet, dat racisme haar verdienmodel is.

Ik keek naar al die andere dappere mensen als Anousha of Quinsy die strijden tegen racisme en seksisme en voor een betere wereld. Die iedere dag moeten horen dat hun motieven niet kloppen. Die onder een microscoop worden gelegd in de hoop dat hun foute motieven kunnen worden bewezen, hun gebrek aan echte goedheid. Want goedheid is dood. En deugen deugt niet.

Mensen van zeur

Er is alleen nog maar het deugtonen, ofwel virtue signalling. Het tonen van goedheid, het laten zien hoe geweldig je bent. Als BN’ers iets zeggen over een ramp, of geld willen storten, staat het volk klaar om ze te verketteren. Want ze willen alleen maar belangstelling. Mensen met echte goede bedoelingen bestaan niet meer. Barmhartigheid, dat concept waar we vroeger in geloofden, heeft plaats gemaakt voor armhartigheid. Alleen Gutmensch bestaat. De mens die slechts correct handelt om zichzelf op de borst te slaan.

Dit cynisme is alomtegenwoordig. Ook fanatiek linkse mensen, de zogeheten Social Justice Warriors, of mensen van zeur, zoals ik ze weleens noem, vertrouwen niemand meer. Als je wit bent en je wilt helpen tegen racisme, ben je een helper whitey, doe je aan white saviorism. Denk je het allemaal beter te weten vanuit je bevoorrechte positie. Je bent een betuttelracist. Het is neerbuigend om überhaupt te denken dat een ander je hulp nodig heeft. We zijn nou eenmaal allemaal egoïsten. En als dat zo is, dan deug ik ook niet.

Narcistisch kutwijf

Rand heeft gewonnen. Levinas is dood. Maar ik voel hem nog elke dag wanneer ik naar de ander kijk. In de ogen. Die peilloze onuitputtelijke poelen van onbeantwoorde vragen.  Wanneer ik aan mijn psychiater Max Hamburger denk. Die Auschwitz had overleefd om mij en heel veel anderen te leren wat liefde is. Maar dit soort sentimentele oprispingen verstop ik. Ik ben alleen nog stiekem sympathiek. Ik verspreid understated tederheid.

Je zou kunnen zeggen dat ik lafhartig barmhartig ben. Maar dat heeft ook wel iets moois. Misschien is dat wel het enige echte erbarmen. Goed doen zonder dat iemand het weet. De anonieme weldoener. De held met het masker voor, die steelt van de rijken en geeft aan de armen. Heimelijk de hongerigen voeden. Bedekt de dorstigen laven. Verkapt de naakten kleden. Dat is wat ik tegenwoordig doe. En op twitter en in het openbaar schreeuw ik om het hardst hoe egoïstisch ik ben. Hoe alles alleen om mij draait. Ook hier zal ik u wijsmaken wat een onwijs narcistisch kutwijf ik ben.

Een armhartig Slechtmensch. Een vieze aandachtshoer die alleen maar over mooie filosofen en warme gevoelens staat te wauwelen voor de centen en voor de exposure. Ik zal u vertellen dat dit mijn verdienmodel is. Want ik ben tot tot de conclusie gekomen dat sinds de waarheid niet meer bestaat, sinds Trump aan de macht is en alle goedheid dood is, de mensen je alleen nog maar geloven wanneer je keihard liegt.

Deze column bracht Stella Bergsma afgelopen week als speech ten gehore tijdens een debat over barmhartigheid in debatcentrum De Balie.

Foto: Filmstill Machete