Een pondje E-nummers? Nee dank u

In een nieuw boek neemt NRC-columnist Rosanne Hertzberger het op voor E-nummers in voedsel. Ze voert de verkeerde discussie: het gaat namelijk niet om E-nummers, maar om de ziekmakende voeding waaraan deze stoffen zijn toegevoegd.

Recent is er een veelbesproken boek uitgegeven met de titel Ode aan de E-nummers. Hierin neemt microbiologe Rosanne Hertzberger het op voor deze toevoegingen aan onze moderne industrieel bereide voeding. De E-nummers in ons voedsel worden namelijk al jarenlang onder vuur genomen en als ongezond betiteld, onder meer door de vele zogenaamde foodbloggers.

E-nummers zijn hulpstoffen die door de EU zijn goedgekeurd. Ze worden toegevoegd aan industrieel bewerkte voeding, bijvoorbeeld om deze een aantrekkelijke kleur te geven, de smaak te versterken of de houdbaarheid te verbeteren. Sommige van deze E-nummers zijn kunstmatig, sommige komen ook als zodanig voor in de natuur, zoals melkzuur (E270), vitamine C (E300) en vitamine E (E307) of azijnzuur (E260). De kritiek op diverse E-nummers spitst zich toe op de mogelijke toxiciteit, en vooral op het feit dat ze niet natuurlijk zijn, maar chemisch gefabriceerd – dit geldt bijvoorbeeld voor toegevoegde vitamine C en E. Daardoor zouden deze stoffen andere eigenschappen hebben dan wanneer ze in verse voeding zitten.

Een van de beruchtste E-nummers is mononatriumglutamaat (E621), dat gebruikt wordt als smaakversterker in Aziatische gerechten, maar ook in worsten, zoutjes en bouillon. In diverse gerenommeerde medische tijdschriften is gesuggereerd dat dit middel ongewenste bijwerkingen heeft, zoals hoofdpijn en hartkloppingen, maar deze zijn nooit echt bewezen. Ook voor de mogelijk nadelige invloeden van vele andere E-nummers zijn eigenlijk nooit bewijzen gevonden.