Karin Slaughter: ‘In een boek kun je heerlijk generaliseren’

De Amerikaanse Karin Slaughter (46) is een van Nederlands populairste thrillerauteurs. Een openhartig gesprek in haar writer’s cabin over haar twaalfurige werkdagen, de gebreken van haar personages en de psychopathische trekken van president Trump. “In een boek kun je heerlijk generaliseren.”

Karin Slaughter heeft eigenlijk een hekel aan interviews. En voor iemand van wie wereldwijd ruim 35 miljoen boeken zijn verkocht, waaronder meer dan vijf miljoen in Nederland, die meer dan achttien titels op haar naam heeft staan en voor al die landen weer een aantal journalisten te woord moet staan, is de publiciteit rond ieder nieuw boek weer een hele opgave.

Karin Slaughter
Foto: Michael Bernhard

Zo ook nu. De in Nederland buitengewoon populaire Slaughter start het circus rondom haar laatste titel Goede dochter dan ook met het ontvangen van Nederlandse journalisten. We worden verwelkomd in haar – zoals dat zo fijn heet – writer’s cabin, in de bossen boven Atlanta. Nou ja, writer’s cabin. Een zeer ruim en comfortabel soort Zwitsers chalet met een naastgelegen guesthouse ter grootte van een ruim bemeten doorzonwoning. Maar wel behoorlijk afgelegen en onvindbaar als je bent aangewezen op alleen Google Maps.

Hier schrijft ze in alle rust en eenzaamheid haar altijd psychologische en ook wat morbide en bloederige thrillers. Met een geweer als verdedigingsmiddel tegen beren of ander ongewenst bezoek binnen handbereik. Dan moet je wel een stevige persoonlijkheid hebben, zeker als je dat schrijven – zoals ze zelf zegt – dagen achtereen telkens meer dan twaalf uur aaneengesloten kunt volhouden, zo achter je laptop.

Karin SlaughterTwaalf uur achter elkaar. Hoe hou je dat vol? Je moet wel een flinke spanningsboog hebben.
“Ken je dat experiment met kinderen die ze een marshmallow voorhouden? ‘Je kunt er nu één krijgen, maar als je nog een kwartier wacht, krijg je er twee.’ Ik zou rustig twaalf dagen kunnen wachten voor die twee marshmallows. Zo veel geduld heb ik gewoon. Mijn zussen kunnen bevestigen dat toen we jong waren en weleens een reep chocola kregen, zij die van hen gelijk opaten en ik elke dag een klein stukje van die reep nam, en dan heel blij was dat ik de rest nog bewaard had. Ik heb een extreme discipline – eh, behalve voor cupcakes – en ik ben ook altijd maximaal gefocust op dat ene ding waar ik mee bezig ben. Maar ik geef toe, het zijn wel heel lange dagen. Toen ik dertig was, was dat lichamelijk nog geen probleem, maar nu, als ik dan eindelijk opsta… oh my God!

“Ik heb een tijd zo’n wekkertje gehad, dat me na een x aantal uren maande om even een rondje te lopen, maar dat kon ik heel goed negeren. Ja, die focus hè. Ik heb begrepen dat die samenhangt met mijn dwangstoornis. Geen hele grote overheersende stoornis waarbij ik het licht minimaal twaalf keer aan en uit moet doen, maar meer in de zin dat ik dingen even aan moet raken, omdraaien en weer rechtzetten. Maar ik vind het echt heerlijk om hier twaalf, zestien of achttien uur achter elkaar te werken.”

Als je begint aan een nieuw boek, zit het hele raamwerk dan al in je hoofd?
“Nee, ik heb wel een globaal plan, maar bij Goede dochter had ik geen idee dat het zo’n lijvig boek zou worden. In het Engels ongeveer 500 pagina’s, dus dat betekent zo’n 1200 bladzijden in het Nederlands. Haha.

“Ik raakte wel een beetje in paniek toen het zo uitliep qua omvang, omdat ik een deadline had. Maar gelukkig was mijn uitgever reuze relaxt. ‘Schrijf gewoon het boek dat je moet schrijven, en we lossen het wel op.’ Dat vond ik geweldig van haar. Bovendien, in mijn soort boeken is de plot alles. Je komt er niet mee weg door simpel te stellen dat iemand een slecht mens is, of dat het kwaad gewoon bestaat. Iets afraffelen doe ik niet. Alles moet zin hebben, alle details moeten kloppen en achteraf goed uitgelegd kunnen worden. En daarbij ben ik dol op details.”

“In Goede dochter bijvoorbeeld trommelt Rusty, dat is de vader, altijd met z’n vingers. Mijn vader deed dat ook. Dat soort details zorgen ervoor dat een karakter gaat leven en geen bordkartonnen figuur blijft. Daarin gaat het meeste werk zitten. De plot zelf, daar kom ik altijd wel uit. Er gaat iemand dood. Wie heeft dat gedaan?”

Corine Samwel & Marianne Verhoeven