De nieuwe uitdaging van de vriendin

En toen gebeurde het dat helemaal aan het eind van de dag die zo idyllisch was begonnen met het begieteren der potplanten en een kostelijk kalm kopje filterkoffie op het balkon – zij de VI, ik, met een schuin oog op de stoelgang, het Opiniekatern – de vriendin gisteravond aan tafel dondersloeg bij heldere hemel.
“Een nieuwe uitdaging.” Ja, dat, en een Milosz-herlezende en vijfmaal weeks de Fit4Free kort en klein knallende sugar daddy van 32 die vijf keer zo veel verdient, omdat hij geen artistiek talent heeft. Of, zoals zij dat dan noemt, ‘een baan’.
Vast kinderarts, of advocaat voor arme mensen of iets anders sneus. Hoe dan ook: geen topsportcolumnist voor de website van een weekblad turned maandblad.

Natuurlijk: het rommelde al langer in het creatief hart. U wist daar niks van. De vriendin leverde al die tijd puik werk en ik – ik zeg het maar gewoon – al helemaal. Ik was groots. Heel Nederland hield van me, en Europa en dat allemaal doordat ik zo slim was de vriendin aan te stellen voor mijn columns. Iemand zonder enige achtergrond in sportcolumns, nooit in de top actief geweest – niet in columns van Kuper of Winnen of De Jong of Zonneveld of Wagendorp, nog niet eens een rolletje als metafoor in een zaterdagse Camps-kattenbel – maar ik zei direct: jij bent mijn man, vrouw. Dat is visie. Een attractieve relatie, dat hadden we, en dat verwachten de lezers van HP/De Tijd ook van ons. Dat we daar dit jaar ook nog eens het ene succes op het andere op stapelden, verbloemde het werkelijke probleem. Dat de werksituatie steeds verder verziekt raakte. Dat er aan de ontbijttafel nauwelijks nog een ‘goedemorgen’ af kon. En dat er sprake was van een enorm verschil van inzicht.
Dat wil zeggen: slechts een van ons had het. Inzicht, bedoel ik.

Passant binnen de topsportcolumnorganisatiecultuur

Sinds de samenwoonrevolutie van een jaar of vijf geleden zijn er duidelijke afspraken gemaakt binnen onze club van twee. Bij alles wat werd besloten moest altijd een van ons direct betrokken zijn, en de jeugd moest de ruimte krijgen. Stukje continuïteit. Dus als ik dan vervolgens naast de vriendin nog een vriendin aanstel, een assistent-vriendin zogezegd, die ook op eigen gezag kan opereren, en daarnaast nog een vriendin voor de jeugd, dan beslis ik dat natuurlijk niet als eens-per-week-sportstukjesbakker, maar als rechter- en linker hartklep van het creatief hart en dan staat dat hele continuïteitsidee daarbij voorop. Eenvoudiger gezegd: ik kijk niet naar de poppetjes.

En ik zeg niet dat die dingen die nu op social media en door als krant vermomde social media worden gesuggereerd daadwerkelijk aan de hand waren, maar ik zeg ook niet dat ze niet aan de hand waren. En meer zeg ik er echt niet over, uit respect voor de persoon de vriendin, en ook voor haar professionele kwaliteiten, want die staan buiten kijf. Zo ver buiten kijf dat je, als je bovenop de kijf gaat staan, haar kwaliteiten alleen op een heldere dag werkloos aan den einder kunt zien liggen.

De vriendin blijft, hoe je het ook wendt of keert, binnen de topsportcolumnorganisatiestructuur een passant. Op passanten kan een mens geen oeuvre bouwen. Als de vriendin de dienst uit gaat maken, zeg dan maar dag met je handje tegen je sportcolumn op de website van het opiniemaandblad. Als de vriendin de overhand krijgt, stort alles in. We kennen allemaal het adagium: beter 1 vriendin in een column dan eentje die het creatief hart domineert met haar waanideeën. Zodra dat aan de hand is, tik je binnen de kortste keren niet meer in de MSM-League, maar hobbel je anoniem mee in het extreem-rechterrijtje van de vierde blogklasse en staat Jan Roos op je voicemail: “Haihai, en of je nog iets te zeggen hebt wat niet gezegd mag worden. Zestig euro per vers gebakken kullekoek.” Voor je het weet zit je een duothriller te tikken met Leon de Winter. Kortom: oppassen.

Kijk, een verkering is een snelkookpan. Je gooit er wat groenten in, dan wordt het heel heet en een paar minuten later ligt het allemaal beetgaar op je bord. (Nou ja, dat is dan vooral de snelkookpan, maar u begrijpt wat ik bedoel.) Maar onze verkering zou je het beste kunnen vergelijken – ondanks de successen, en die WAREN ER hoor, die successen, godallemachtig – met een snelkookpan in een slangenkuil vol wespennesten. Belangen die botsten, meningen die clashten, visies die ter discussie werden gesteld en discussies die werden geviseerd – zo gaat dat, op dit niveau. En het spreekt vanzelf dat ieder daarin een stukje verantwoording draagt, en dat er lijntjes zijn naar de buitenwereld zodat je steeds weer nieuwe kanten van hetzelfde verhaal leest.
Niemand zal mij horen beweren dat de assistent van de vriendin de vriendin er vakkundig heeft uitgewerkt. Met boter en suiker eruit, zeg maar. Vooral niet omdat de vriendin dat zelf de hele tijd al roept. Dat ze genaaid is (ze bedoelt: aan ons gehecht), dat ze haar kant van het verhaal nog wel eens… blablabla.

Een boel financiële voorspoed

Jurist, filosoof en UvA-docent Martijn Stronks komt morgen met een stuk waarin vooral deze zin me erg aan het denken zal zetten: “Het vertrek van de vriendin uit de kolommen van HP/De Tijd is geen teken van gebrek aan loyaliteit of liefde, het is het zoveelste bewijs van een algehele erosie van langetermijnrelaties in onze geglobaliseerde wereld.” Da’s UvA’s voor: “Alles heeft met alles te maken hallekidee.”
Van die langetermijnrelatie-erosie zal u, publiek, in deze kolommen vanzelfsprekend niets merken. De stukjestrein stopt niet, de topsportcolumnistiek wacht op niemand en attractiviteit blijft een stukje kernbegrip naar de lezer toe. Vandaar ook dat we binnen het creatief hart hebben besloten de assistent van de vriendin – over wie de laatste dagen zoveel vuige onwaarheden de wereld in geslingerd zijn – te promoveren tot vriendin. Haar plek in het creatief hart zal voorlopig door mij worden ingevuld.

Rest mij niets anders dan de vriendin (de oude) in haar nieuwe uitdaging een boel financiële voorspoed en peilloos veel verveling toe te wensen.