Hoe de Volkskrant zzp’ers wegzet als parasieten en een dag later spijt betuigt

Zzp’s zijn wederom de pisang; in 2014 betaalden vier van de tien van hen geen cent inkomstenbelasting, terwijl ze later wel recht hebben op AOW, meldde de Volkskrant maandag. Binnen 24 uur trok de krant impliciet het boetekleed aan. Een merkwaardige, maar terechte tournure.

Vooropgesteld: ik bén zzp’er. Al acht jaar, geheel vrijwillig en vol overtuiging. Het ene jaar verdien ik 40.000 euro, het andere net 20.000 euro. Maar ik klaag niet. Integendeel. De aanstaande heeft wel een ‘normale’ baan. Ik mag op haar trekhaak – iets waarvoor ik haar nooit genoeg kan bedanken. Want de vrijheid die een bestaan als zzp’er biedt is onbetaalbaar. Zeker, die vrijheid is niet onbegrensd. Ook ik voer soms opdrachten uit die meer energie kosten dan ze opleveren. Er is weinig keuze. En je moet wat. Voor professionele scribenten raakt de vijver met leuke en goedbetaalde opdrachten steeds leger.

Om een voorbeeld te geven: de regionale kranten van de Persgroep, eigenaar van onder meer het AD en de Volkskrant, verlaagden hun tarief voor redactiemedewerkers vorig jaar naar 13 cent per woord. Der-tien cent! Een uurtarief van –ruwe schatting — ongeveer 7,50 euro bruto. Oftewel 300 euro per week. Iemand van 21 jaar met een volledige werkweek en het minimumloon verdient meer.

De toon is gezet: zzp’ers zijn asociaal. Profiteurs. Parasieten. Shame on you! Van je collega’s moet je het maar hebben.

Van de Volkskrant – gemiddeld freelancetarief per woord een kleine 40 cent — krijgen diezelfde onderbetaalde letterkoelies nog eens een trap na. 4 op de 10 zzp’ers betalen geen inkomstenbelasting, schrijft de krant maandag. Ze hebben zoveel aftrekposten dat ze onder de streep niets hoeven te betalen aan de belasting waarmee de staat onder meer de AOW betaalt. De toon is gezet: zzp’ers zijn asociaal. Profiteurs. Parasieten. Shame on you! Van je collega’s moet je het maar hebben.

Bron van dit verhaal: het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Althans, zo suggereert de krant. Op basis van een analyse van de belastingaangiften over 2014 heeft het CBS voor het eerst becijfert hoe groot het aantal zzp’ers is dat ‘niet bijdraagt aan de belangrijkste geldbron voor de schatkist, de loon- en inkomstenbelasting, noch aan de premies voor de oude dag (AOW) en langdurige zorg voor gehandicapten en of bejaarden (WLZ)’: 314 duizend van de 849 duizend voor wie het ondernemerschap de enige of belangrijkste bron van inkomsten is. Zij verdienden in 2014 minder dan 24 duizend euro. Met dank aan onder meer de zelfstandigenaftrek en de MKB-vrijstelling hoefden ze daarover geen inkomstenbelasting te betalen.

De analyse komt inderdaad van het CBS. Maar dit bureau was niet de bron in die zin dat deze organisatie dit nieuws naar buiten bracht. Dat was de Volkskrant. De analyse is ongeveer een half jaar oud, vertelt een woordvoerder van het CBS desgevraagd. De tendentieuze teneur – ‘niet bijdraagt aan de belangrijkste geldbron voor de schatkist’; ‘betalen geen cent inkomstenbelasting’ — komt van de krant.

Usual suspects

Daarbij blijft het niet. Ook de usual suspects Leo Stevens, emeritus hoogleraar fiscale economie, en de Leidse hoogleraar Koen Caminada krijgen alle ruimte. Stevens, nauw betrokken bij de herziening van het Nederlandse inkomstenbelastingstelsel in 2001 waarbij de belastingaftrek voor zzp’ers overeind bleef, mag voor de zoveelste keer betogen dat de groei van het aantal zzp’ers de solidariteit in het sociale stelsel torpedeert. Ter illustratie komt hij met het voorbeeld van een zzp’er met een bruto inkomen van 24 duizend. Na aftrekposten en inkomensafhankelijke toeslagen blijft daar volgens hem ruim 28 duizend van over, terwijl een werknemer met hetzelfde bruto loon slechts een kleine 21 duizend overhoudt.

Veel zzp’ers mogen dan niet direct bijdragen aan de schatkist, indirect doen ze dat wel; ze genereren BTW

Die vergelijking slaat als een tang op een varken. Ten eerste omdat dit voorbeeld slechts opgaat voor een fractie van de totale zzp-populatie: de alleenverdieners met een partner – bij de groep werkenden tot 25 jaar slechts 3 procent, oplopend tot 44 procent in de groep 65 tot 75 jaar – en kinderen. Een ruime meerderheid komt dus niet voor al deze toeslagen in aanmerking. Bovendien: veel zzp’ers mogen dan niet direct bijdragen aan de schatkist, indirect doen ze dat wel; ze genereren BTW. In mijn geval zo tussen de 4 en 8 duizend euro per jaar.

Risico’s

Maar nog veel belangrijker: een zzp’er ís geen werknemer, maar een kleine zelfstandige. Een ondernemer die ondernemersrisico loopt. Een ondernemer die een buffer moet opbouwen voor magere tijden – een crisis bijvoorbeeld, want WW is er voor een zzp’er niet bij. Een ondernemer die moet investeren in zijn bedrijf, in zijn eigen kennis en ontwikkeling. En een ondernemer die zich moet verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid en zelf zijn pensioen moet opbouwen.

Om die bedrijfs- en inkomensrisico’s te kunnen betalen, heeft die kleine ondernemer recht op zelfstandigenaftrek, bepaalde de wetgever in de economisch zware periode begin jaren tachtig. Niet uit fiscale overwegingen, maar als een belastinguitgave – een subsidie die langs fiscale weg wordt verwerkt. Die motieven staan ruim dertig jaar na dat besluit nog steeds rechtovereind. De conjunctuur mag dan na de crisis weer aantrekken, de helft van de ruim 1 miljoen zzp’ers moet het nog steeds doen met een inkomen onder de 25.500 euro. Samen met het toenemende leger flexwerkers zijn zzp’ers de Haarlemmerolie van de economie; zij hielpen Nederland door de crisis. Daar mag best enige compensatie tegenover staan.

Met het toenemende leger flexwerkers zijn zzp’ers de Haarlemmerolie van de economie; zij hielpen Nederland door de crisis. Daar mag best iets tegenover staan

Dat veel zzp’ers te weinig verdienen om zich in te kunnen dekken tegen bedrijfs- en inkomensrisico’s is te danken aan de lage tarieven waarmee bedrijven als de Persgroep hen afschepen. Niet de onderbetaalde zelfstandige, maar de opdrachtgever is to blame.

Door zzp’ers te framen als profiteurs en hun winst op een hoop te gooien met het inkomen van tot over hun oren sociaal beschermde werknemers maakte de Volkskrant maandag dezelfde fout als Stevens en Caminada. Een oprisping uit een hopelijk inmiddels voltooid verleden – ondernemers zijn slecht — die de krant binnen 24 uur in het commentaar terecht corrigeerde.

Nu Leo Stevens en Koen – onthoud die naam! – Caminada nog.