De zomer is vol lege voetbalvelden

Chris Keulemans schreef: “De zomer is vol lege voetbalvelden.”
Het kenmerk van een goeie zin is dat hij af en toe nog eens door je hoofd schiet. Het kenmerk van een heel goeie zin is dat je hem altijd bij je draagt en dat je hem steeds opnieuw kunt gebruiken zonder dat er sleet op komt.
‘De zomer is vol lege voetbalvelden’ is een heel goeie zin. Je hoeft hem maar te lezen en de beelden verdringen zich. Het is een zin om misdadig sentimenteel van te worden.

Alles kan ik verdragen
vergelend gras, ontmantelde doelen
Netloos.
Een bord met een gescheurd A4 erop.
‘Pas op: ingezaaid.’
Een koppel meeuwen kan ik met droge ogen
Op kunstgras naar pieren zien zoeken
Daar ben ik werkelijk hard in.
Maar een terreinknecht op zijn kar, traag op weg
Nergens heen
Met letterlijk geen bal te doen,
nee.

Excuus, ik liet me even gaan.
De zin van Keulemans leunt op de waarheid, maar volledig is hij niet. Dat hoeft ook niet. Als Keulemans volledig had willen zijn, had hij kunnen schrijven: “De zomer is vol lege voetbalvelden en volle zaakwaarnemerzakken.” Om maar te zeggen: volledigheid is overschat.

Gianni Donnarumma is achttien jaar. Hij is keeper. Een joekel van een talent. De nieuwe Buffon, zeggen ze. Gianni weigert zijn volgend jaar aflopende contract bij AC Milan te verlengen. Gevolg: AC Milan zal hem komend seizoen niet meer opstellen. Met andere woorden: Donnarumma vertrekt deze zomer al. Zijn zaakwaarnemer heet Mino Raiola.
Het gaat niet om Donnarumma. Het gaat zelfs niet om Raiola.
Het gaat om ons.
Dit zijn de weken van de transfermarkt. De nieuwelingen, de geforceerde overstappen, de op vliegvelden gesignaleerde spelers, de logische stappen omhoog, de overbetaalde routiniers, de weken van transfervrij en signing fee en selecties die impulsen nodig hebben. Er is geen voetbalwebsite die geen roddelpagina heeft waarop volkomen ongefundeerde lulkoek tot volwassen gerucht en de volwassen geruchten tot keiharde feiten worden opgekweekt. Het is niks. Lucht. En ik wil het weten. Ik wil tot op de minuut op de hoogte gehouden, en die sites maar tikken en die bloggers maar kopiëren en ik maar klikken.
Clubs op tribune voor X. Klik.
Concrete interesse in X. Klik.
‘Ik weet van niks.’ Klik.
X moet zoveel miljoen opbrengen. Klik.
X concentreert zich nu gewoon op Y. Klik.
‘Eerst moeten de clubs eruit komen.’ Klik.
Eerste bod afgewezen. Klik.
‘Het zou een droom zijn.’ Klik.
Andere clubs op vinkentouw. Klik.
X gesignaleerd op vliegveld. Klik.
Clubs zijn eruit. Klik.
Het kan nu snel gaan. Klik.
Kink in de kabel? Klik.
X voor 35 miljoen naar Rusland. Klik.
X officieel gepresenteerd. Klik.
‘Dit is fantastisch.’ Klik.
Litouws talent moet opvolger X worden. Klik.
De hele fucking zomer lang.
Ik zie in twee maanden meer transfernieuws dan voetbalbeelden tijdens de rest van het seizoen. En waarom? Soms ken ik de speler in kwestie niet eens. Waarom zou het me dan kunnen schelen naar welk door God en Klein Pierke verlaten oord hij zijn gezin meesleept en hoeveel hij daar (NETTO!!) gaat verdienen?
Het is de leegheid, stupid. De leegheid van het bestaan die je zo goed en zo kwaad als dat gaat tracht te vullen, desnoods met het niets dat zich als nieuws vermomt. Troosteten. Angst voor een jaargetijde vol lege voetbalvelden.

Drogeham

Vorige week ontving ik een prachtig boekje. De dug-out, heet het. De titel dekt de lading: het betreft een selectie van 56 foto’s die Cor van der Meer door de jaren heen maakte van dug-outs door heel Nederland.
Op die foto’s is geen mens te zien. Geen voetbalschoen. Nog geen schroefnop.
Alleen: dat hokje. Hout, baksteen of spaanplaat tegen een decor van gras en bomen. Een vergeten fiets. Vaak in dorpen die Obdam heten, of Gasselternijeveen.
Siddeburen.
Wittem.

Clubnamen als VV RUC. VV Drogeham. GSVV De Knickerbockers. Je leest het en je denkt: ik vraag meteen overschrijving aan, ik zoek een woning in Drogeham en het ongecompliceerde levensgeluk volgt vanzelf.
In een van de begeleidende teksten die Arthur van den Boogaard bij de foto’s van Van der Meer schreef, wordt die Keulemans-zin geciteerd. De laatste keer dat ik aan die Keulemans-zin (titel van een van de verhalen uit zijn bundel Overal om me heen is ruimte uit 1992) dacht, was toch zeker tien maanden geleden. Toen het zomer was en ik langs een leeg voetbalveld fietste. Ik stapte even af en keek.

Ik wachtte een minuut. Drie minuten. Vijf minuten. En ik bleef staan, een compleet transfermarkt- en Raiolaloos kwartier lang. En, om Toon Tellegen er nog maar eens in te fietsen, plotseling gebeurde er niets.
Wat ik maar wil zeggen, geloof ik: de zomer is vol lege voetbalvelden. Al het andere is schijn.