Waarom wordt de nee van Asscher niet serieus genomen?

Na de tragische verkiezingsnederlaag van de PvdA maakte Lodewijk Asscher één ding duidelijk: zijn partij ging niet regeren. Inmiddels zijn we drie maanden en twee mislukte formatiepogingen verder en heeft Asscher in de tussentijd bij elk formatiedebat, in elk interview en tijdens elk gesprek met een informateur opnieuw duidelijk gemaakt niet te willen participeren in een nieuwe regering. Toch blijft iedereen aan hem trekken. Het motorblok kijkt meer en meer naar de PvdA, in plaats van naar zichzelf.

Nadat GroenLinks voor de tweede keer was doorgestreept als mogelijke coalitiepartner van het zogenaamde motorblok bleven er nog drie kandidaten over: ChristenUnie, SP en PvdA. Tenminste, zo dacht informateur Tjeenk Willink er over. Asscher zal verbaasd op hebben gekeken toen hij hoorde dat zijn partij nog altijd als mogelijke regeringspartner werd gezien.

Bovenaan het lijstje

Een paar gesprekken later ging er een streep door de SP. Roemer wilde niet met de VVD en dan gaat het feestje niet door. Asscher zei nogmaals dat de PvdA überhaupt niet wilde regeren, maar daar trok Tjeenk Willink zich niets van aan. De PvdA stond op zijn lijstje. De halve nee van Roemer woog klaarblijkelijk zwaarder dan de hele nee van Asscher.

De andere helft van dat lijstje is de ChristenUnie. Gert-Jan Segers, de leider van die partij, kijkt echter eveneens naar de PvdA. Die partij heeft meer zetels en ‘en sluit inhoudelijk niemand uit’, aldus Segers. Wat de PvdA wel uitsluit, is deelname aan een regering. Daar hebben de heren van het motorblok op de één of andere manier geen boodschap aan. Door de duidelijke nee van Asscher te negeren maken de partijen fouten die ze anderen juist verwijten.

De heren van het motorblok

Een veelgehoord punt van kritiek tegenover GroenLinks was of er werkelijk zo lang nodig was om in te zien dat je principieel niet akkoord kon gaan? In diezelfde redenatie kan je je ook afvragen waarom men tijd blijft verspillen aan de PvdA. Asscher heeft klip en klaar duidelijk gemaakt dat het niet gaat gebeuren. Toch kijken we al twee maanden hoe de één na de ander met de formatie-suggestie PvdA op de proppen komt.

De heren van het motorblok kijken naar de PvdA, omdat het geen tijd meer is voor het uitsluiten van partijen, ook niet van jezelf. De opties raken op, dus komt Asscher aan tafel. De reden dat de opties op raken is echter omdat de motorblokpartijen zélf wel vasthouden aan hun blokkades. Waarom zou Asscher in het belang van het land verplicht moeten worden de uitsluiting van zijn eigen partij op te heffen, maar mogen de heren van het motorblok wel de PVV uitsluiten? Die partij wíl tenminste regeren, dat lijkt me een aardig beginpunt als je een kabinet wil formeren.

Of wat te denken van een mogelijk kabinet met de ChristenUnie? D66-leider Alexander Pechtold doet niet bepaald zijn best om er met hen uit te komen. Asscher is niet verantwoordelijk om Rutte, Buma en Pechtold in het pluche te helpen. Als zij willen regeren liggen er nog genoeg numerieke mogelijkheden die nog niet geprobeerd zijn.

De tekst gaat hieronder verder.

De PVV doet wel degelijk mee tijdens de formatie

Asscher de verlosser

Hoe langer de ‘nee’ van Asscher genegeerd wordt, hoe kleiner de kans dat hij er op terug zal komen. Asscher wordt behandeld als een kind, alsof hij zelf niet zou weten wat goed voor hem is. Want de PvdA heeft toch vorige keer ook ‘ja’ gezegd tegen regeren met rechts, dat kunnen ze toch wel nog een keer doen? Dat die regeerperiode de partij vrijwel al hun zetels heeft gekost wordt als een irrelevant detail afgedaan. Deze houding kan geen goed beginpunt zijn voor een gelijkwaardige samenwerking in een kabinet. Bovendien: des te vaker Asscher wordt gedwongen nee te zeggen, des te moeilijker kan hij terugkomen op zijn nee.

Het motorblok had de PvdA wel met rust gelaten als het echt had gewild dat de partij van Asscher mee zou regeren. Ze hadden alle andere opties moeten proberen, te beginnen met de ChristenUnie. Als ook dat niet lukt kan je slechts hopen dat de PvdA de messiasrol naar zich toetrekt en som tot meer dan 75 zetels completeert. Zo lang ze dat niet doen is dat hun goed recht. Lodewijk Asscher snapt als geen ander dat een stabiele regering belangrijk is, dat in zijn partij ervaren ministers rondlopen en dat het doel in de politiek is om ideeën in beleid om te zetten.

Als hij met dat in zijn achterhoofd alsnóg besluit niet te willen toetreden tot een kabinet zal hij daar zijn redenen voor hebben. Dan rest niks anders dan zijn nee te accepteren.