‘Voor 50.000 euro heb je al een werkend anti-verouderingsstofje’

Nooit meer doodgaan, menigeen zou er een moord voor doen. Anderen vinden onsterfelijkheid meer iets voor een sciencefictionfilm. Verouderingsbioloog Peter de Keizer, hoogleraar gerontologie Andrea Maier en human enhancement-filosoof Laurens Landeweerd bespreken de huidige stand van zaken. “Wij gaan het nog meemaken dat we veroudering kunnen terugdraaien.”

De meest recente – spectaculaire – doorbraak op het terrein van de veroudering, die onlangs wereldwijd de krant haalde, kwam van verouderingsbioloog dr. Peter de Keizer. Toen hij op de afdeling Moleculaire Genetica van het Rotterdamse Erasmus MC een nieuw verjongingsmiddel op muizen testte, zag hij tot zijn grote verbazing dat de bejaarde knaagdieren weer een stuk beweeglijker werden, hun jeugdige haren weer terugkregen en dat enkele organen weer beter functioneerden.

Aan prof. dr. dr. Andrea Maier, internist en hoogleraar veroudering aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Universiteit van Melbourne, nu de schone taak om de vertaalslag naar mensen te maken. Ze baarde opzien toen ze vorig jaar in Zomergasten uitlegde dat ouderdom een ziekte is, dus iets wat – op termijn – te genezen zou moeten zijn.

Dr. Laurens Landeweerd is als filosoof verbonden aan de Radboud Universiteit en houdt zich bezig met human enhancement, ofwel de verbetering van de mens. Hij geeft lezingen met titels als ‘Who wants to live forever?’, waarin hij het verlangen naar maakbaarheid en onsterfelijkheid kritisch onder de loep neemt. Met als belangrijkste vraag: hoort eindigheid niet bij het leven?

Zouden jullie vijftigduizend euro betalen om er twintig gezonde jaren bij te krijgen?
Peter de Keizer: “Ja, tuurlijk.”
Andrea Maier: “Jazeker. Mits je het kunt betalen, maar natuurlijk!”

Laurens Landeweerd: “Ik ook wel hoor, ja.”
De Keizer: “Dat is een no-brainer.”

Een tonnetje?
De Keizer: “Ook nog.”
Maier: “Zeker. Als ik twintig jaar extra kan werken, kan ik die honderdduizend wel betalen.”

Is het niet vreemd dat we allemaal al ons vermogen ervoor over hebben om langer te leven, maar dat de focus erop niet groter is? Op wereldniveau maken we ons eerder druk om oorlogen en terreurdreiging dan dat we al onze energie en geld steken in langer gezond leven.
Maier: “Dat komt omdat de consequenties pas over vele jaren voelbaar zijn. Daarom werkt de antirookcampagne ook zo moeilijk. Als achttienjarig meisje ga je roken omdat je erbij wilt horen, maar je vergeet dat je over veertig jaar longkanker krijgt.”
Landeweerd (die net een sigaret heeft uitgedoofd): “Hm.”

De Keizer: “Mensen zijn er heel slecht in om aan iets te werken wat nog niet tastbaar genoeg is. Met het klimaat moet het echt helemaal misgaan voor we klimaatbeperkingen gaan invoeren. Ik denk dat veroudering net zoiets is. Terwijl het eigenlijk best heel gek is dat als je mensen vraagt: ‘Ben je voor het ontwikkelen van medicijnen tegen kanker of cardiovasculaire aandoeningen?’, ze volmondig ‘ja’ zeggen, maar als je vraagt: ‘Ben je voor het ontwikkelen van medicijnen tegen veroudering?’, ze zeggen: ‘Mwah, speel je dan niet voor God? Moet je dat wel willen?’ Terwijl veroudering de bron is van veel van die aandoeningen. Dus ergens zit daar wel een gekke discrepantie, ja. Misschien is veroudering te conceptueel voor mensen.”
Landeweerd: “Niet alleen te conceptueel. Ik denk dat we veroudering en de dood nog steeds liever zien als het lot dan als iets wat je kunt controleren. Veroudering en de dood zijn heel lang de enige elementen in ons leven geweest waar we geen ultieme controle over hadden. En ik denk dat de huiverigheid die je in dit soort discussies tegenkomt, te maken heeft met het feit dat ook díe verantwoordelijkheid nu weer op je schouders wordt geladen.”

Maier: “Terwijl, als je zo’n ziekte krijgt,je wel een behandeling wilt hebben. En we er alle baat bij hebben om de oorzaak van die ziekte, namelijk de veroudering, te bestrijden.”

Nathalie Huigsloot