Heeft een anti-kernwapenverdrag zonder de nucleaire staten wel zin?

De Verenigde Naties zijn druk bezig met onderhandelingen over een mogelijk verbod op kernwapens. Op 7 juli moet er een slotakkoord op tafel liggen liggen. Zou het lukken om kernwapens definitief te verbieden voor non-nucleaire staten? En misschien nog belangrijker, wat heeft zo’n verdrag voor zin zonder de medewerking van kernwapenstaten?

De totstandkoming van grootschalige en verstrekkende verdragen gaat niet van de een op de andere dag. Op dit moment zijn 132 landen in New York aan het onderhandelen over een conceptverdrag, dat eerder dit jaar is ingediend, over een geheel verbod op kernwapens.

In maart was de eerste onderhandelingssessie, waarin vooral verkennend werd gedebatteerd over het voorstel. De sessie afgelopen maart was een voortzetting van afspraken van bijna vijftig jaar geleden.

Non-proliferatieverdrag

De toenmalige VN-staten spraken onderling af zich actief in te spannen om te voorkomen dat er meer kernwapens op de wereld zouden zijn. Deze afspraak was vastgelegd in het non-proliferatieverdrag. De vijf kernwapenstaten mochten toentertijd echter hun kernwapens behouden.

Tot op de dag van vandaag heeft nog geen enkele kernwapenstaat interesse getoond in het ondertekenen van het verdrag en zo mee te strijden voor een kernwapenvrije wereld.

Uitvoering

De discussie lijkt hiermee eigenlijk een zinloze. Wat schiet de wereld op als de kernwapenstaten immers niet instemmen met het vernietigen van eigen wapens? Volgens voormalig SP-Kamerlid Krista van Velzen helpt het echter wel. “Dit is uiteindelijk de uitvoering van een verdrag dat in de jaren zeventig ook door kernwapenstaten is ondertekend,” zegt de huidige campagneleider Nucleaire Ontwapening bij vredesorganisatie PAX.

Hierin steunden de kernwapenstaten actief het ontmantelen van nucleaire wapens, inclusief die van henzelf. Dit is dus het begin van de uitvoering van het toenmalige verdrag dat had moeten eindigen in een volledig verbod op nucleaire wapens.

Lucratieve industrie

Het verdrag heeft tot op heden weinig uitgehaald. Sommige staten hebben het verdrag niet alleen verwaarloosd, maar zelfs geschonden. Op de Nederlandse vliegbasis Volkel in Noord-Brabant liggen bijvoorbeeld meer dan twintig Amerikaanse kernbommen opgeslagen.

In het oorspronkelijk verdrag werd het verspreiden van kernwapens naar andere landen ook verboden. “Het non-proliferatieverdrag blijkt dus niet voldoende te zijn,” zegt Van Velzen. “Dit betekent dat er een duidelijke boodschap moet komen dat het bezit, gebruik en verspreiding van massavernietigingswapens onacceptabel is.”

De tekst gaat hieronder verder.

De VN doet een (ogenschijnlijk kansloze) poging om kernwapens te verbieden

Wat zou een verdrag, ondertekend door alleen niet-nucleaire staten, in gang zetten? Volgens Van Velzen zou het allereerst een knauw zijn voor investeerders in kernwapens. “Veel in kernwapens investerende bedrijven blijven dat doen omdat het zo winstgevend is,” zegt ze. “Als er een stevige juridische norm ligt dat deze wapens illegaal zijn, zullen investeerders zich ook stukje bij beetje terugtrekken.”

Bilaterale verdragen

Verder moet — naast een bindend VN-verdrag — de nucleaire industrie ingeperkt worden. Verdragen tussen twee kernwapenstaten, zoals het INF-verdrag van de VS en Rusland in 1987, zou ook enorm helpen. “Bilaterale afspraken zijn ook hele goede manieren, maar daar is nu geen sprake van,” vertelt Van Velzen. “Daarom is het juist belangrijk om nu een norm vast te stellen waarbij de wapens illegaal zouden moeten zijn.”

De tekst gaat onder de afbeelding verder.

Al moeten staten als Rusland, de Verenigde Staten en Noord-Korea alsnog in wíllen stemmen met een anti-kernwapenverdrag. Alle pijlen wijzen nu juist de andere kant op. “Het zal heel wat moeite en overredingskracht kosten voordat de kernwapenlanden meedoen,” weet Van Velzen.

Dit betekent niet dat de hoop moet worden opgegeven. Van Velzen: “Misschien zijn bepaalde landen er nu niet, maar in de toekomst wel klaar voor. Neem bijvoorbeeld Engeland: daar is de discussie op het moment heel hevig, omdat het kernwapen-systeem miljarden kost. Dit geld kan ook in andere zaken, zoals het veilig maken van flatgebouwen, worden gestopt.”

De harde kern van tegenstanders

In het verleden zijn er meermaals verdragen geweest die in het begin naïef en onhaalbaar leken, maar later grootschalig gesteund werden. “Zulke situaties zijn niet statisch,” zegt Van Velzen. Verdragen die pleitten voor een verbod op chemische wapens en landmijnen werden eerst ook minimaal gesteund.

Op den duur oefent de groeiende groep voorstanders steeds meer druk uit op de tegenstanders. “Bij het clustermunitie-verdrag waren er ook landen die er in eerste instantie faliekant op tegen waren, zoals Nederland. Inmiddels is het een breed gesteund verdrag en Nederland heeft zelfs een verbod op investeren in clustermunitie ingesteld,” zegt Van Velzen. “Uiteindelijk zal Nederland dit verdrag ook ondertekenen, daar ben ik van overtuigd.”

Op vrijdag  7 juli worden de  onderhandelingen afgesloten, maar gloort nog geen kernwapenvrije wereld aan de horizon. Geduld is een schone zaak, want vooralsnog lijken de kernwapenstaten vast te houden aan hun motto dat verdediging de beste aanval is.

Misschien raakt de wereld het er ooit over eens dat de kernwapen-vernietiging de beste aanval is.