Communiceren in emoticons is niet voor volwassenen, toch?

Op de middelbare school dreef ik mijn tekenlerares tot wanhoop met mijn weigerachtige houding iets op papier te zetten. Een mens onttrekt zich nu eenmaal graag aan zaken die hij niet beheerst. Mijn tekenvaardigheden zijn zo belabberd dat zelfs een obligaat zonnetje in de bovenhoek van een vakantiekaart voor vlek werd aangezien. Had mijn wieg in het oude Egypte gestaan dan had ik een ander beroep moeten vervullen. Schrijven in hiërogliefen was een kansloze missie geweest. Met mijn weinig fijnzinnige motoriek had ik nog geen halve hiëroglief in een kleitablet kunnen krijgen. Allicht verklaart dit ook mijn weigering om in emoticons te communiceren.

Voor deze communicatie met moderne hiërogliefen heb je geen enkel talent nodig. Toch heb ik nooit een setje getuite lippen of een afbeelding van een taart verzonden. Emoticongebruik zag ik in het gunstigste geval als een puberhobby — zelf hanteer ik immers 🙂 en 😉 als MSN-erfenis in de communicatie —  of als luiheid dan wel onkunde om fatsoenlijk Nederlands te hanteren. Nu ben ik mij ervan bewust dat dit laatste een weinig sympathieke houding is.

Fysieke reactie

Vrienden die de vraag ‘wie hoop jij dat er wint?’ met een Portugese vlag beantwoorden, een felicitatie omlijsten met een afbeelding van een rolfluit of gewoon willekeurig een aubergine toesturen laat ik begaan. De visuele communicatie is, op de aubergine na, makkelijk te begrijpen. Sommige emoticons zijn zelfs een sterkere omschrijving van een gevoel dan de scherpste zin.

Het poppetje dat tranen laat van het lachen is de nauwkeurigste omschrijving van de fysieke reactie na een meesterlijke grap. Desondanks blijf ik in mijn kinderachtige volwassenheid zoeken naar de juiste woorden om een boodschap of gevoel over te brengen. Emoticons zie ik tenslotte als het vehikel van luie taalgebruikers. Te min voor diegene die de Nederlandse taal lief heeft.  Misschien zelfs een gevaar voor de taalbeheersing voor toekomstige generatie.

Bevorderlijk

Een foute veronderstelling vernam ik uit Onze Taal, het lijfblad der taalfanaten. Uit onderzoek van de Nijmeegse taalkundige Lieke Verheijen blijkt dat gebruik van digi-taal (idd, okeej en ja!!!) en emoticons juist bevorderlijk is voor de taalbeheersing van jongeren. Personen die van jongs af aan veel sociale media gebruikten bleken gevarieerdere woordkeus en zinsbouw toe te passen. Ook het switchen tussen verschillende digitale gesprekssituaties (bijvoorbeeld whatsappen met moeder, vrienden of de docent) die om een eigen toon vragen zou de taalvaardigheid verbeteren.

Emojigebruik wordt dan ook op de andere partij afgestemd, want emoji’s zijn vaak voor meerdere interpretaties vatbaar. Weliswaar is het onderzoek niet onder dertigers gehouden, maar misschien moet ik de emoticon eens een kans geven. Mocht mijn aubergine met onbegrip ontvangen worden dan gooi ik het gewoon op een abusievelijke verzending ten gevolge van mijn matige motoriek.