Stalorders

‘Dat was de podiumceremonie van het NK wielrennen. En dan gaan we nu naar onze verslaggever, die enkele van de hoofdrolspelers van vandaag bij de microfoon heeft.’

‘Renner B, koers is net afgelopen. Eerste reactie?’
‘Goeie benen.’
‘Jullie winnen als ploeg niet, jijzelf wordt 47ste. Tevreden?’
‘Op zich wel. De benen waren goed, denk ik, en het was een mooie wedstrijd voor het publiek. Tuurlijk win je liever, maar daar komt ook een stukje geluk bij kijken.’
‘Ik spreek net A en die zegt: B hield zich niet helemaal aan de afspraak.’
‘Ja? Ik weet dat niet. Misschien niet. Maar ik had goeie benen en dan probeer je eens wat.’
‘Hoe zag jij die afspraken?’
‘Ik wist: er zijn afspraken. Daar heb ik me tot proberen te verhouden.’
‘Meer kun je niet doen?’
‘Ik zat met die benen.’
‘Wij hoorden hier aan de finish op een gegeven moment dat je A hebt geïntimideerd. Klopt dat?’
‘Misschien wordt er in het heetst van de strijd eens wat gezegd. Gebeurt overal. Ik weet alleen dat ik lekker reed.’
‘Snap je A’s teleurstelling?’
‘Op zich wel. Maar dat is de koers.’
‘Je valt aan midden in de sprintvoorbereiding. Was dat een plan?’
‘Niet in de zin van dat er ook anderen bij betrokken waren.’
‘In feite rijd je met die aanval A’s karretje in de poep.’
‘Achteraf zeg je: met die actie rijd je A’s karretje in de poep. Maar ja: achteraf is het mooi wonen. Ik voelde m’n eigen gewoon heel erg goed.’
‘Toch was de afspraak om voor A te rijden.’
‘Ja, dat zegt A, ja. En de ploegleiding. En alle ploegmaats. Dus dat zal dan wel.’
‘Jij wist van niks?’
‘Ik had gewoon hartstikke goeie benen.’
‘Nu hebben jullie niks, als ploeg.’
‘Ik heb op zich wel een goed gevoel over de benen.’
‘A zit hier wat verderop te huilen op de stoep.’
‘Dat is ook een stukje vermoeidheid, denk ik.’
‘En nu? Naar de Tour?’
‘Yes.’
‘Wat wordt je rol? Knechten voor A?’
‘Ik wacht rustig af wat de afspraken worden, en afhankelijk van de inhoud daarvan houd ik me daar dan aan. Maar het belangrijkste zijn de benen, en die zijn in orde.’

‘Je staat hier te janken als een klein kind’

‘Wielrenner A, NK net achter de rug.’
‘Klopt.’
‘Je wint hier niet.’
‘Nee, je wint hier niet. Komt mede doordat iemand anders natuurlijk net voor je over de streep komt.’
‘Hoe sta je hier dan nu?’
‘Ja, hoe sta je hier dan? Op twee benen. Hahaha. Ja. Maar effe zonder dollen: ik voelde me gewoon goed, de hele koers eigenlijk wel. En dan komt de finish in zicht en dan weet je dat de koers z’n einde nadert en dan ga je sprinten en dan kom je tekort. Daar moet je dan genoegen mee nemen.’
‘Je ploeggenoot B hield zich niet helemaal aan de stalorders.’
‘Ja, god, ik weet niet, ik denk dat B zich ook heel erg sterk voelde.’
‘Maar jullie reden voor jou.’
‘Dat was de afspraak.’
‘En dan rijdt B toch gewoon je karretje in de poep. Hij demarreert, terwijl hij je sprint moet voorbereiden.’
‘Nou ja kijk, als hij wint, is het een meesterzet, dan staan we hier met zijn allen te juichen.’
‘Dus je bent niet boos.’
‘Ik weet niet. Ik denk dat we als ploeg goed gereden hebben en dat je dan niet wint, is zuur.’
‘Maar: niet boos? Ook niet toen hij zich aan jouw shirt de berg optrok? Terwijl jij toch de kopman was?’
‘Dat is de koers.’
‘En hoe voelde je je toen hij in de vierde ronde de weg blokkeerde en je dwong af te stappen en je eigen banden lek te steken, waardoor je vervolgens veertig kilometer solo moest achtervolgen?’
‘Nou ja, dat was niet helemaal wat er was afgesproken.’
‘Nee.’
‘Nou ja: tot de laatste ronde zouden we aanvallend rijden. Dat kun je natuurlijk op meerdere manieren interpreteren.’
‘Teleurgesteld?’
‘Ach, teleurgesteld… Kijk, ik had me hier wat anders van voorgesteld.’
‘Je staat hier te janken als een klein kind.’
‘Dat wel, ja.’
‘Komt het gebrek aan emotie straks, achter de schermen?’
‘Dan zal ik wel effe stoppen met mezelf te laten gaan, ja.’
‘Conclusie van vandaag?’
‘Ik denk dat we als team goed gereden hebben. Je moet ook een beetje geluk hebben. Hadden we niet. Ook dat is de koers.’
‘En nu? De Tour?’
‘Ik denk het. Dat, of stoppen met koersen en verder in de ouderenzorg.’
‘Succes.’