Zeg VVD: hou eens op over die kiesdrempel

Minister van Staat Frits Korthals Altes (VVD) pleitte vorige week in het Algemeen Dagblad voor het invoeren van een kiesdrempel van 5 procent. Hij is zeker niet de eerste. Ook voormalig VVD-voorzitter Henry Keizer, die het liefst aan alle kanten van de vergadertafel zit, riep eerder op tot een kiesdrempel. Net als Edith Schippers, Benk Korthals (beiden VVD) en het CDA. De argumentatie volgt doorgaans dezelfde lijn. Het Nederlandse politieke landschap raakt door de entree van kleine partijen te versnipperd, coalities vormen wordt lastiger en daardoor dreigt het land onbestuurbaar te worden. Een historisch betwistbaar argument. 

Ondanks dat het parlement ooit 14 (1971, 1972) en 12 (1994) partijen telde is Nederland niet in verval geraakt door politieke onbestuurbaarheid. Sterker nog, tweemaal (’72 en ’94) zat het kabinet de rit uit. In 1972 zelfs met een coalitie van vijf partijen. Wel is de kiesdrempel een uiterst effectief middel om vernieuwende politieke ideeën buiten de deur te houden.

Laten we het plan van Korthals Altes als voorbeeld nemen. Een partij zou dan, omlaag afgerond, pas bij 7 zetels in de Kamer komen. Dit betekent dat we momenteel ChristenUnie, Partij voor de Dieren, 50Plus, SGP, DENK en Forum voor Democratie kunnen wegstrepen. Partijen die gezamenlijk goed zijn voor 1,6 miljoen stemmen. GroenLinks en de SP hadden bij hun entree eveneens te weinig zetels en D66 dook meermaals onder de drempel.

Vijf miljoen weggegooide stemmen

De enige partijen die bij iedere verkiezing waaraan zij deelnamen de 5-procentgrens haalden zijn VVD, CDA, PvdA en de PVV. Op deze partijen stemden bij de laatste verkiezingen zo’n 5,5 miljoen kiezers, terwijl 5 miljoen mensen op de andere partijen stemden. Vijf miljoen stemmen die waardeloos waren geweest, omdat hun partij de drempel niet zou halen of een stem die überhaupt nooit mogelijk was geweest, omdat hun partij zich niet in de parlementaire luwte kon ontwikkelen. Een groot offer voor een beetje meer — overigens onbewezen — efficiëntie.

Twee misvattingen

Aan de discussie over kiesdrempels liggen twee verschillende opvattingen over politiek ten grondslag. Voorstanders beschouwen de politiek als een bedrijf. Politici zijn de managers die de BV Nederland effectief moeten runnen en daarbij helpt het als er niet te veel verschillende meningen zijn. Een opvatting die passend lijkt bij een ondernemerspartij als de VVD. Tegenstanders zien de politieke arena als een plaats waar een ideeënstrijd plaatsvindt. Een lage kiesdrempel geeft politieke minderheden, zoals de orthodox-christenen van de SGP, een stem.

Daarnaast kunnen partijen die menen dat specifieke onderwerpen onderbelicht blijven, zoals de Partij voor de Dieren, deze zaken gemakkelijker aankaarten in het parlement. Anders gezegd: concurrentie tussen ideeën houdt bestaande politieke partijen scherp in hun strijd om consumenten. Partijen die innovatie met hun aanmerkelijke marktmacht proberen te blokkeren door tariefmuren op te werpen moet je aanpakken. Een vrije markt biedt het individu immers de ruimte om over het eigen lot te beschikken. Zo geformuleerd kan geen rechtgeaarde liberaal voorstander zijn van een kiesdrempel. Toch?