Bijna zestig procent van de leave-stemmers zou nu betalen voor EU-burgerschap

Uit onderzoek blijkt dat veel mensen die bij het referendum van vorig jaar gekozen hebben voor de Brexit veel geld over zouden hebben om hun EU-burgerschap te behouden. Eén op de tien leave-stemmers zou zelfs meer dan duizend pond (circa 1.165 euro) per jaar willen betalen om de voordelen van EU-rechten te behouden.

Het onderzoek werd uitgevoerd door Michael Bruter en Sarah Harrison van de London School of Economics en peilingsbureau Opinium. Bruter wilde met deze peiling uitvinden hoe mensen over de toekomst van het Verenigd Koninkrijk denken terwijl de onderhandelingen over de Brexit gevoerd worden. Het volledige onderzoek is nog niet gepubliceerd. Maar Bruter deelde dit weekend de belangrijkste resultaten met de Britse krant The Independent.

594 pond

De peiling werd gehouden onder een representatieve groep van meer dan tweeduizend Britten. Gemiddeld zijn de Britten bereid ruim vierhonderd pond (ongeveer 466 euro) te betalen voor het behoud van hun EU-burgerschap. Dat is inclusief degenen die niet bereid zijn te betalen. De 68 procent die wil betalen, heeft daar gemiddeld 594 pond (€692) voor over.

Volgens Bruter zijn het voornamelijk de jongere mensen die hun EU-burgerschap willen behouden. 85 procent van de ondervraagden tussen de 18 en 24 jaar wil hun burgerstatus niet kwijt. Aan The Independent vertelt hij: “Het toont dat jonge Britten verbonden zijn met het Europese burgerschap. Dit zijn ook mensen die geboren zijn in een Europa met 28 lidstaten en meer dan 500 miljoen mede-Europeanen. Hun wereld is door de Brexit ineens een stuk kleiner geworden.”

De resultaten van het onderzoek komen op het moment dat Theresa May zwaar onder druk staat om haar harde aanpak te verzachten. The Guardian rapporteerde onder meer dat volgens insiders de sfeer bij de onderhandelaars voor het verlaten van de EU sinds de verkiezingen is omgeslagen. De cake and eat it-strategie – wel de lusten, niet de lasten – lijkt niet houdbaar. Volgens hen moeten er compromissen gesloten worden op de positie van de overheid op de handel.

Anders blijven slechts de ‘kruimels’ over.