West-Europa was nog nooit zo veilig

Madrid in 2004, Londen in 2005, Parijs in 2015, Brussel in 2016 en Manchester 2017: terreur lijkt een alledaags verschijnsel te zijn geworden. Velen zijn bang en volgens sommigen zijn de tijden nog nooit zo duister en slecht geweest als nu. Ondanks alle aanslagen en de terreur die de Islamitische Staat weet te verspreiden is het in West-Europa echter nog nooit zo veilig geweest als nu.

Cijfers van Europol, een onderzoek van de Universiteit van Maryland, data uit de Global Terrorism Database, ze laten allemaal hetzelfde beeld zien: terreur is in West-Europa op zijn retour. Het voelt wellicht niet zo, maar de data laten zien dat het aantal slachtoffers van terroristische aanslagen in West-Europa sinds 1970 een neerwaartse trend kent. De jaren zeventig en tachtig waren juist de tijd van aanslagen.

Molukkers en de Rara

Zo was die periode gevaarlijk door geweld van onder meer de IRA en de ETA, die in die tijd nog volop met bommen strooiden en standrechtelijke executies uitvoerden. In Nederland kwam het gevaar vooral van geradicaliseerde Molukker. Die voelden zich bedrogen na vermeende Nederlandse beloftes over een eigen Zuid-Molukse staat. Als vergelding voerden ze treinkapingen uit, gijzelden ze leerlingen op scholen en executeerden ze verschillende mensen willekeurig.

De RaRa zorgde in Nederland voor de meeste materiële schade. Ze bestreedt de Nederlandse banden met het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime en later het asielbeleid door in de jaren tachtig aanslagen te plegen op vestigingen van de Makro en het ministerie van Justitie. Ook zou de RaRa achter de aanslag op het huis van toenmalig staatssecretaris van Justitie Aad Kosto in 1991 zitten.

Ook elders in Europa was het schering en inslag. In Duitsland zorgde de RAF voor terreur, terwijl Frankrijk zuchtte onder het Nationaal Bevrijdingsfront van Corsica. In Italie vochten de Rode Brigades en extreem-rechtse organisaties tegen elkaar. Soms vonden zeven terroristische incidenten per dag plaats. Met regelmaat werden in de jaren zeventig vliegtuigen gekaapt, vooral door Palestijnen.

“Als je kijkt naar het aantal aanslagen in West-Europa zaten we toen op een piek,” zegt datajournalist Stephan Okhuijsen van Datagraver. Er waren in dat decennium rond de achthonderd aanslagen per jaar. “Ook het aantal slachtoffers lag toen hoger,” merkt Okhuijsen op. “Daarna neemt het aantal aanslagen en slachtoffers heel erg af. Maar zijn er ook twee pieken in het aantal slachtoffers rond de aanslagen in Madrid en Londen in 2004 en 2005 en de recente aanslagen.”

De tekst gaat onder deze grafiek verder.

Beeld: Datagraver

Kans

Het risico dat een burger van bijvoorbeeld Noord-Ierland door terreur het leven zou laten, lag in de piektijd op 1 tegen 25.000. Toen de Verenigde Staten in 2001 te maken kregen met de zwaarste terreuraanval in hun geschiedenis was de kans dat een Amerikaan in de VS de dood zou vinden door een terreurdaad minder dan 1 op 100.000.

Nu ligt die waarschijnlijkheid rond de 1 op 56 miljoen. Ook elders in de wereld gaat het de goede kant op. Zo is de meest significante daling van het aantal terreurdaden te zien in Zuid-Azië. Daar daalde het aantal aanslagen van 4.578 in 2015 naar 3.628 over 2016. Ook in Oost-Europa daalde het aantal terreurdaden (van 684 tot 132). Tegen de publieke opinie in laat West-Europa een daling in het aantal aanslagen zien. Het dodental steeg echter naar 238, mede door de crash van vlucht 804 van EgyptAir, die gezien wordt als een terreurdaad.

Vredig op ons stukje aarde

“Stedelijk terrorisme is niet iets nieuws uit de recente Europese geschiedenis, maar een terugkeer naar de norm. De uitzonderlijke periode was eind 1990, toen er relatieve vrede heerste in onze steden”, zegt de Britse historicus Tim Stansley. “Voordien beschouwden verschillende politieke groepen het afslachten van onschuldige burgers als een legitieme politieke tactiek. Als men de rest van de Europese geschiedenis in de twintigste eeuw bekijkt — de Wereldoorlogen, de Spaanse Burgeroorlog, de Holocaust, in Oost-Europese het rode terreur en de gewelddadige afbraak van Joegoslavië — is het momenteel zeer vredig op ons stukje aarde. Al hebben we de neiging om anders te denken,” zegt Stansley.

Die neiging zorgt er volgens hem ook voor dat we terrorisme conceptualiseren als het exclusieve instrument van religieuze fanatici. Terwijl het dat niet is, volgens Stansley: “Neem het Baskische seperatisme in Spanje en Groot-Brittannië gedurende The Troubles. Beiden eisten een hoge tol aan slachtoffers.”

Stansley suggereert ook dat staatsgebonden terrorisme in de jaren 80 een veel gewelddadigere impact heeft gehad dan revolutionair celterrorisme. “Er is een mythe dat de Koude Oorlog een periode van stabiliteit was, afgedwongen door de dreiging van nucleaire vernietiging en de autoriteit van de supermachten. Onzin,” zegt Stansley. “De Sovjet-Unie sponsorde terroristen, evenals de Arabische staten. En kapitalisten en communisten exploiteerden revoluties en burgeroorlogen in ontwikkelingslanden, wat de dood van miljoenen veroorzaakte.”

Betrekkelijk rustig

De gevolgen daarvan zijn nog steeds te zien. Vanaf 2001 tot 2014 werden slechts 402 West-Europeanen gedood in een terreuraanval. Wereldwijd waren er in die periode 108.294 slachtoffers te betreuren.

“Als je heel specifiek op jaarbasis kijkt, zitten we in een mindere periode, stelt Okhuijsen. “Maar als je in blokken van tien jaar kijkt, is het heel vredig in vergelijking met de jaren zeventig, tachtig en begin jaren negentig.”