Door de omstreden sleepnetwet van de AIVD dreigt Das Leben der Anderen in de polder

We worden binnenkort allemaal afgetapt door de AIVD

Het was een rustige nieuwsweek, komkommertijd zullen we maar zorgen. De nasleep van de rellen op de G20-top in Hamburg zorgde voor de nodige ophef, maar voor de rest gebeurde er weinig. Hoewel? Redelijk onder de radar en met weinig tegenwerking kreeg de AIVD opeens heel wat meer bevoegdheden. Met hun digitale ‘sleepnet’, mogen alle internetgegevens worden verzameld. Met verassend weinig ophef — buiten de privacywaakhonden en techjournalisten — tot gevolg.

Wat houdt de wet precies in? De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft de bevoegdheid om verdachte informatie te verzamelen. De geheime diensten mogen voortaan het internet op grote schaal aftappen, in plaats van alleen individuele internetverbindingen.

Echter zitten hier natuurlijk een hele hoop regels aan vast, en dat is natuurlijk maar goed ook. Het argument van demissionair minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk, die het wetsvoorstel verdedigde, is dat de huidige wetten die de inlichtingendienst aan banden leggen niet meer voldoen in onze digitale tijd. Tijd voor een nieuwe wet dus, en die is er nu. Met de nieuwe wet mag de AIVD en haar militaire broertje, de MIVD, zo’n beetje onbeperkt internetgegevens inzien van personen, bedrijven en instanties.

Das leben der Anderen in de polder

Dat is zorgelijk, vindt Amnesty International, want de wet geeft de Nederlandse staat in feite toestemming tot massa-surveillance. Volgens de organisatie geeft het wetsvoorstel de Nederlandse geheime diensten ‘de mogelijkheid om toegang te vragen tot gegevens van alle mogelijke instanties, bedrijven of personen, of om zelf op ongekende schaal communicatiegegevens te onderscheppen van niet-gespecificeerde personen of organisaties, zonder dat er een vermoeden bestaat dat zij een gevaar voor de samenleving zijn.’ Ook de internetwaakhonden van Bits Of Freedom vinden het een heel slecht idee, en gaan zelfs kijken of het mogelijk is om een rechtszaak aan te spannen.

Daar hebben ze alleszins gelijk in. In de strijd tegen lieden die onze vrijheid bedreigen leveren we zelf steeds meer vrijheden in. Verworvenheden van een democratische samenleving die we niet zonder slag of stoot verworven hebben. Waar de internetgegevens van iedereen afgeluisterd kunnen worden, dreigt censuur.

De kritische journalist of blogger zal zich met een dergelijke wet in het achterhoofd wel drie keer gaan bedenken voordat er iets gezegd wordt dat deze of gene niet naar de zin zal zijn. Totalitarisme ligt altijd op de loer, ook in een vrij land als Nederland. Iedere inlevering van vrije burgerrechten dient dan ook met uiterste argwaan behandeld te worden. Das leben der Anderen in de polder, laten we maar zeggen.

‘Ik heb toch niets te verbergen’

Want het gaat ons toch écht allemaal aan. En ook degenen die bij hoog en laag claimen dat ze op het internet ‘niets te verbergen hebben’. Een dergelijke drogreden is hetzelfde als zeggen dat je tegen vrijheid van meningsuiting bent, omdat je zelf toch niets te melden hebt.

Waar blijft de ophef van het gewone volk op deze Orwelleske wet? Buiten een trendje op Twitter onder de hashtag #sleepnet bleef het stil, op het schier onophoudelijke gekletter van de regen na dan. Kloteweer om de straat op te gaan, laten we maar zeggen.

De wet zal er — naast de bovengenoemde zeer gegronde privacyzorgen — ook voor zorgen dat we een vals gevoel van veiligheid krijgen. Geen zorgen: de terroristen worden goed in de gaten gehouden en maken geen schijn van kans. Maar dat is schone schijn. Want met een sleepnet vang je geen grote vissen. Je vangt haringen of wat scholletjes onder het zand. De grote joekels weten heel goed hoe ze buiten bereik van het net moeten blijven.