Ik ben een beetje recensiemoe

Een mail van de bekende blauwe luchtvaartmaatschappij. Of ik mijn zopas genomen vlucht wil beoordelen. Het doel van zulke enquêtes is mij duidelijk: kijken of de klanten tevreden zijn en waar de verbeterpunten liggen. In het digitale tijdperk is de klant de baas klinkt het. Slechte recensies zijn dodelijk en de angst hiervoor dwingt bedrijven om voor klanten alles uit de kast te halen. Op naar een wereld zonder malafide bedrijven, ranzige hotels en chagrijnige serveersters!

Doorgaans sta ik dan ook niet onwelwillend tegenover zulke verzoeken. Recensies hebben mij behoed voor krakkemikkige hotels, louche kaartverkopers en saaie toeristentrips. Maar bij het zien van het mailtje word ik overvallen door recensiemoeheid. Twee dagen geleden heb ik al het prettige klantcontact over Twitter al een 10 gegeven. En wat valt er over vlucht van 1,5 uur te zeggen, in het tijdperk dat vliegen zo gewoon is geworden dat je vurig hoopt dat klimaatveranderingsceptici gelijk hebben?

Als de piloot redelijk op tijd vertrekt en de kist veilig aan de grond zet ben ik tevreden. Ja, de afwezigheid van krijsende kinderen is prettig. Je kunt een vliegmaatschappij — zolang de stewardess geen megafoon voor het krijsende snoetje houdt — weinig verwijten in zo’n geval.

Drang naar voorspelbaarheid

Natuurlijk kun je het recensieverzoek en het herinneringsmailtje dat ongetwijfeld volgt vriendelijk negeren, maar daar ligt niet de aard van de recensiemoeheid. De drang om werkelijks alles om ons heen te onderwerpen aan schaal van vijf sterren verraadt onze drang naar voorspelbaarheid.

Naar een wereld waarin een lekkere maaltijd, een fijn hotelbed, een mooi appartement of een aardige gastheer geen leuke verrassing zijn. We hebben het immers allemaal al gelezen. De beoordelingen beperken zich ook allang niet meer tot de horeca- en reissector. Nee, via Google-recensies wordt iedere winkelnering onderworpen aan de tucht van de markt.

Drieënhalve ster

Dat levert soms geinige beoordelingen op van buurtsupers (‘ruime schappen, chagrijnige pubers’) tassenwinkels (‘ik heb hier laatst een mooie tas gekocht’) en kledingwinkels (‘aardige eigenaar’). Laatst zag ik iemand Station Duivendrecht drieënhalve ster geven met als begeleidende tekst “trein, bus en metro”. Iets wat een feitelijke constatering is en geen oordeel. Dus waar de drieënhalve ster vandaan komen is onduidelijk, maar bovendien irrelevant. Je kiest een treinstation immers omdat het de snelste verbinding biedt en niet omdat de wc’s zo schoon zijn of dat er zulke leuke metro’s rijden.

En da’s dan weer het fijne aan de overdaad aan oordelende beschrijvingen. Je ziet soms door de bomen het bos niet meer. Zo bestaan Google-recensies van kleine bedrijven vaak uit overdreven lovende verhalen van (vrienden/familie van) de eigenaar of zeer negatieve recensies van gefrustreerde klanten die dankzij internet eindelijk een podium hebben voor hun grieven. De grijze middelmaat wordt niet gehoord.

Prettig, want als we niet weten wat we moeten geloven worden we teruggeworpen op ons eigen oordelingsvermogen. Kunnen we toch nog laten verrassen door schoon- en lelijkheid