Eén jaar na Adama maakt politiegeweld deel uit van een veel groter Frans probleem

Op 19 juli 2016 rond 17.00 uur wordt Adama Traoré gearresteerd. Twee uur later is hij dood. Een terugblik op deze nog altijd lopende zaak, en een gesprek met onafhankelijk fotojournalist Nnoman over het Frankrijk van repressie en politiegeweld, van uitsluiting en protest. Een verkenning van het Frankrijk van Adama Traoré.

Op een zomeravond in Beaumont-sur-Oise ten noorden van Parijs houdt de gendarmerie Adama Traoré aan voor een identiteitscontrole. Adama (die een bekende is van de politie en daardoor ook bekend is mét de politie) vlucht maar wordt even daarna alsnog gearresteerd. Enkele uren later wordt hij doodverklaard. Wat er in de tussentijd is gebeurd is onduidelijk. Volgens de gendarmes die Adama aanhielden is hij tijdens de arrestatie en het vervoer naar het bureau onwel geworden.

Op de binnenplaats van de kazerne is hij, nog altijd geboeid, in de stabiele zijligging gelegd. Volgens medische hulpdiensten die even later ter plaatse kwamen, lag Adama geboeid op zijn buik met zijn gezicht tegen de grond. Ze werden door de gendarmes gewaarschuwd voorzichtig te zijn met die hoopje mens: hij doet maar alsof om weer te kunnen ontsnappen. Volgens de officier van justitie bleek uit het autopsierapport dat Adama overleed aan een infectie; volgens onafhankelijk onderzoek is de doodsoorzaak verstikking.

Adama Traore
Beeld: ANP/AFP Foto/Thomas Samson

Intimidatie

Een jaar na zijn dood blijft nog veel onduidelijk De familie van Adama, geleid door zuster Assa, vecht voor transparantie en gerechtigheid. Ze verdenken de gendarmes en de staat van het verduisteren van bewijsmateriaal, het afleggen van valse verklaringen, maar vooral van nalatigheid die tot de dood van Adama heeft geleid. Deze strijd moet de familie bekopen met stelselmatige intimidatie en pogingen tot vervolging voor allerlei minimale vergrijpen, niet zelden zonder substantieel bewijs.

Théo

Het verhaal van Adama staat niet op zich. De zaak van Théo ligt nog vers in het geheugen, de zwarte jongen (want ook in Frankrijk is de niet-blanke bevolking in grotere mate het slachtoffer van politiegeweld) die bij een aanhouding met een wapenstok anaal is verkracht. Politici, van de president die aan het bed van Théo stond, tot Marine Le Pen hebben zich over deze zaak uitgelaten.

Benoît Hamon stelde destijds: “Ik heb de ouders gezien die vandaag de dag nog bang zijn omdat hun kinderen, omdat ze zwart zijn, het slachtoffer worden van een uit de hand gelopen identiteitscontrole” om eraan toe te voegen dat deze angst voor de politie niet mag bestaan in de republiek. Ook de dood van Shaoyo Liu valt binnen dit kader van ongecontroleerd politieoptreden met de dood tot gevolg.

Wilco Versteeg schreef hierover het volgende stuk.

Het hedendaagse Frankrijk in drie demonstraties

Verder in het verleden zijn het de dood van Rémi Fraisse (2014) en Lamine Dieng (2007) die nog altijd niet tot een grondig (zelf)onderzoek over het optreden van de politie hebben geleid. Ook politici houden zich vaak op de vlakte als het om deze zaken gaat: de politie is een belangrijk instituut binnen de republiek, en kritiek erop wordt als snel als staatsondermijnend gezien. Slechts als het niet anders kan, zoals bij Théo waar het bewijs van verkrachting overweldigend was én hij het zelf na kon vertellen, spreken politici zich uit.

Onbestraft patroon

Er tekent zich een patroon af van structureel politiegeweld dat onbestraft blijft. Vooral sinds het uitroepen van de noodtoestand in 2015 neemt politiegeweld toe. De ruimere opsporingsmogelijkheden worden gerechtvaardigd om terroristen op te sporen, maar worden in de praktijk vooral op straat ingezet: samenscholingen, inclusief demonstraties, zijn verboden, en mensen worden gemakkelijk staande gehouden voor identiteitscontroles. Macron wil zo snel mogelijk van deze noodtoestand af, maar niet zonder de grotere opsporingsbevoegdheden in de gewone wet op te nemen.

Eind juni bezoek ik een kraakpand in Montreuil net buiten Parijs voor een tentoonstelling en filmvertoning over politiegeweld. Enkele collega’s vertonen werk dat ze gemaakt hebben tijdens demonstraties, waar ik als fotograaf ook bij aanwezig was. Niet toevallig is enkele dagen voor de tentoonstelling de politie langs gekomen om de elektriciteit af te laten sluiten. Een van de fotojournalisten die exposeert is Nnoman Cadoret (28).

Hij is een onafhankelijke stem in het debat over politiegeweld, repressie en de ziekte die Frankrijk volgens hem aantast: sociale uitsluiting. Via sociale media, maar ook via tijdschriften als Fumigène en États d’urgence probeert hij te laten zien wat anders onzichtbaar dreigt te blijven, een “realiteit van mensen die vechten voor hun rechten”.

Adama Traoré
Nnoman. Beeld: Wilco Versteeg

Gecriminaliseerd

De familie Traoré heeft zijn specifieke belangstelling. Nnoman: “Ik heb de familie Traoré ontmoet tijdens een reportage. Deze familie is exemplarisch voor de repressie die velen in eenzelfde situatie doormaken. Adama en zijn familie worden tot op de dag van vandaag gecriminaliseerd. De publieke opinie is echter op hun hand, de mensen zijn solidair met hun lot. Het verhaal van de politie en van de staat wordt zo ondergraven. De staat ziet maar één manier hier mee om te gaan: proberen de familie neer te zetten als een groep delinquenten, en zo de solidariteit met de familie te breken.”

Ondanks deze pogingen de geloofwaardigheid van de familie te ondergraven, weet de familie zich gesterkt door een blijvende aandacht voor de zaak. Assa Traoré’s boek, Lettre à Adama, waarin ze vertelt over haar strijd voor erkenning, heeft veel gedaan om sympathie te kweken voor Adama. Dankzij dit boek en berichten in respectabele kranten als Le Monde en Le Parisien lijkt de zaak ook op juridische niveau aan het rollen te komen.

Engagement

Nnoman is niet de enige die vanuit engagement met maatschappelijke problemen van onderop journalistiek bedrijft en daarvoor zijn eigen kanalen gebruikt. Taranis News en Street Politics gelden als andere belangrijke vertegenwoordigers die vooral sinds het uitbreken van de massale protesten tegen de loi travail en onvrede met traditionele media het Franse medialandschap aanvullen met een fris geluid. Met een gratis oplage van 25.000 (Fumigène) of een volgerstal van meer dan 80.000 (Taranis) zijn dit media die veel potentie hebben een alternatief verhaal te delen.

In Fumigène wordt een stem gegeven aan de buitenwijken: er wordt niet over de banlieues gepraat, maar met en door de volkswijken. Politiegeweld is daarin een belangrijk thema, niet omdat het een uitzondering is, maar omdat het een dagelijkse prakrijk is. “Sinds de noodtoestand in 2015 van kracht is, heeft de politie meer en meer rechten en mogelijkheden om hun acties te rechtvaardigen,” vertelt Nnoman. “We zien dit tijdens demonstraties, maar eigenlijk heeft de noodtoestand niks aan de situatie in de buitenwijken veranderd: de noodtoestand bestaat daar al decennia.”

Adama Traoré
Beeld: Wilco Versteeg

De politie heeft er de overmacht. Er is, volgens Nnoman, sprake van geweld, van beledigingen, van provocaties. “Het is alsof de banlieusards tweederangsburgers zijn waar alles mee gedaan kan worden. Als de politie een inwoner van zo’n wijk doodt, worden ze zelden voor het gerecht gebracht en nooit veroordeeld.”. Ook de gendarmes die bij de dood van Adama betrokken waren, zijn nog altijd niet gehoord.

Geweld en intimidatie

Elke fotograaf tijdens een demonstratie krijgt op een gegeven moment te maken met politiegeweld of intimidatie. De politie heeft liever geen pottenkijkers: via foto- en filmmateriaal blijkt duidelijk dat de politie haar geweldsinstructie overschrijdt en zwaar wapentuig foutief of zonder toestemming gebruikt. Dit heeft zwaargewonden ten gevolge, zoals Laurent die op 15 september zijn oog verloor. Amnesty International en Reporters Sans Frontieres hebben al verschillende keren hun zorg uitgesproken.

Adama Traoré
De gehavende Laurent. Beeld: Wilco Versteeg

Nnoman is ook uit de eerste hand bekend met politiegeweld: “Ik ken vanaf jonge leeftijd politiegeweld. Toen ik naar Parijs verhuisde vanuit m’n banlieue werd ik zeer vaak gecontroleerd. Recent heeft de politie me tijdens een demonstratie, terwijl ik aan het werk was, gepakt en afgescheiden om me te beledigen, m’n SD-kaart te stelen en me in m’n gezicht te slaan met m’n eigen camera.”.

Zelf ben ik weleens omsingeld door drie agenten in hun robocop-uitrusting die, m’n paspoort ter controle al ver buiten mijn bereik, me vrij dringend vroegen foto’s die hen niet bevielen te verwijderen. Dit gaat alle boekjes te buiten, maar het is een praktijk die veel voorkomt.

Groter probleem dan politiegeweld

Uiteindelijk is politiegeweld een onderdeel van een veel groter probleem dat de Franse maatschappij uitholt. Nnoman: “Frankrijk is een prachtig land op het gebied van cultuur en natuur, maar het is belangrijk te begrijpen dat het devies ‘vrijheid, gelijkheid, broederschap’ voor veel Fransen niet bestaat. Op het platteland of in de banlieues leven zeer veel arme mensen in een situatie van sociale segregatie. Ze leven in een andere werkelijkheid dan mensen in de grote stad, en hebben niet dezelfde kansen.”

Dit is het Frankrijk van Adama Traoré.