Hoe het topvoetbal zichzelf sloopt

Een halfjaar geleden stond er in het onvolprezen Vlaamse voetbaltijdschrift Puskas het volgende te lezen: “Het topvoetbal is op een punt gekomen dat eigenlijk alles eraan onaangenaam is, behalve het spel, dat alleen maar sneller en mooier wordt. Mijn grote angst voor de sport (de top ervan dan) is echter dat er een moment komt dat de reusachtige bubbel van witte, grijze en zwarte geldstromen, van de enorme stadions en de dolgedraaide eigenaars knapt.”

Ik las verder: “Misschien gebeurt het door een geweldige onderzoeksjournalist die er eindelijk in slaagt de louche en misdadige dwarsverbanden bloot te leggen, misschien keert het publiek zich plots van het grote voetbal af door al die zwaar overprijsde tickets ongekocht te laten en al die duizenden livewedstrijden van lik-me-vestje eindelijk onbekeken te laten en in plaats daarvan naar z’n lokale team te gaan kijken.

Cristiano Ronaldo in China. Beeld: ANP/AFP Foto

Wanneer een van die dingen gebeurt – waarschijnlijk gebeurt er iets anders, iets wat ik met mijn beperkte voorstellingsvermogen nu nog onmogelijk kan voorzien – hoop ik dat het topvoetbal zich kan herstellen van het geld dat van alles om het spel heen een soort bodybuilder van een micromaatschappij heeft gemaakt: je kunt jezelf vrij lang kunstmatig oppompen, maar niet tot in het oneindige.’
Ik knikte goedkeurend. Dat was nou eens een visie die ik volledig kon onderschrijven. Wat een inzicht, wat een eloquentie ook. Het hielp dat ik het zelf geschreven had.

Het topvoetbal is nauwelijks nog een sport te noemen. Het is ook geen entertainmentindustrie meer, zoals veel mensen beweren. Als je het positief zou willen benaderen, zou je kunnen stellen dat voetbal met voorsprong de meest vermakelijke uitloper van de georganiseerde misdaad is. Een wetteloze wereld waarin het moreel besef is verpatst aan de hoogste bieder, waar het op de bank belandde omdat het weigerde zijn contract te verlengen.

Beeld: ANP/AFP Foto/Franck Fife

Over een jaar is het WK achter de rug. Het zal in Rusland zijn gespeeld, een land dat die toewijzing niet alleen illegaal heeft gekocht, een land dat wordt geleid door een dictatoriale zus en dat zich niets gelegen laat liggen aan zo. Een land bovendien dat het grootste staatsdopingprogramma van de eenentwintigste eeuw runt. En geen enkel land zal het toernooi hebben geboycot.

Over een maandje begint de groepsfase van de Champions League weer. Een vorm van kartelvorming waar de radar van Neelie Kroes hevig van zou gaan piepen. Een toernooi dat iedere vorm van eerlijke concurrentie geweld aandoet en uiteindelijk aan voorspelbaarheid ten onder zal gaan.

Over een paar weken, in de dying seconds van de internationale transfermarkt, zal er vermoedelijk weer een speler voor meer dan honderd miljoen euro worden verpatst. Of honderdvijftig miljoen. Tweehonderd misschien. Over twee zomers kost een beetje back een miljardje. En als je vaststelt dat dat soort bedragen pervers zijn, is er altijd wel iemand in de buurt die zijn schouders ophaalt en zegt: ‘Dat is de markt.’

En het erge is: het voetbal wordt alleen maar beter. Dit is de gouden eeuw van het spel, de bloeitijd van het voetbal. Mooier is er nooit gespeeld. Zo goed zijn de voetballers, de trainers, zo vol zitten de stadions dat het me geen enkele moeite kost om te vergeten dat de beste speler ter wereld als jongen naar de andere kant van de wereld werd verscheept en daar vol hormonen gespoten werd om de ieligheid van zijn gestalte te verhelpen, dat de krankzinnige media-aandacht van de op een na beste speler ter wereld een soort Michael Jackson heeft gemaakt, dat er plots gaten vallen in je favoriete ploeg omdat de linksback sinds vorige week voor twee ton per week in China op de loonlijst staat.

Topvoetbal
Beeld: ANP/Getty Images/AFP

Richting de pralinehal

Het is hun schuld. Daar ben ik van overtuigd.
Wie? Wie zijn ze? Dat is nog wat vaag.
Ze zijn met veel, dat is zeker.

Ze doen me denken aan het dikke Duitse jongetje uit Sjakie en de Chocoladefabriek. Die kon zich bij de aanblik van een heuse chocoladerivier niet bedwingen en begon er als een bezetene van te drinken. Met zijn handen en mond bezoedelde hij de vloeibare chocola, die op het oog niet veranderde, maar in wezen op datzelfde moment waardeloos geworden was. Natuurlijk tuimelde het kind in de rivier en werd via een afvoerpijp naar de pralinehal geschoten. Hij overleefde het ternauwernood, maar de chocola die hij in zijn grenzeloze gulzigheid had bepoteld, was verziekt.

Zo zal het het voetbal ook vergaan.

Ze

Ze worden steeds een beetje brutaler. Ze verkopen het WK al aan een oliestaat waar hun zoon voor tonnen op de loonlijst staat. En ze laten zich sponsoren door smeerpijpige regimes en ze drijven hun spelers ieder halfjaar naar een nieuwe club. Fans hebben nog net genoeg tijd om à raison van drie maanden huur een seizoenkaart aan te schaffen voor een aardig team, een in Bangladesh gestikt en hier voor honderd keer de productieprijs aangeboden nieuwe uitshirt te kopen met de naam van een veelbelovende speler achterop. (Veel supporters dragen inmiddels een shirt met hun eigen naam op de rug.)

Topvoetbal
Manchester United tijdens een oefenduel in de VS met Real Madrid. Beeld: ANP/Getty Images/Ezra Shaw

Ze zijn slechts geïnteresseerd in hun eigen geschiedenis als ze die op de een of andere manier kunnen verpatsen. Piet Keizer op een broodtrommel. Ze maken mensen verslaafd aan hun nieuwtjes die geen nieuwtjes zijn, aan hun talenten die geen talent hebben en aan hun concurrentie die verdraaid veel op concurrentie lijkt, maar in werkelijkheid een samenwerkingsverband is, bedoeld om de prijzen nog wat verder op te drijven.

Ze weten dat het show is, en dat die show op een dag afgelopen zal zijn en dat het publiek dan geduldig zal blijven zitten, in de waan dat het erbij hoort. Het zal blijven zitten en kijken naar een leeg en ontmanteld decor en als er iemand komt die om een kleine bijbetaling vraagt,

Ze weten dat ze de boel opblazen, maar het kan ze niet schelen. En terwijl wij met een rivier vol verziekte chocola achterblijven, zitten zij hoog en droog in de pralinehal en proppen zich waarschijnlijk alweer vol met iets anders.