De renaissance van de Nederlandse bluesrock begint in de muziekbunker van DeWolff

Eén dag in hun analoge studio aan de Utrechtse grachten

Wie terugverlangt naar de sixties en seventies komt in een tijdperk van digitale en schoongepoetste muziek bedrogen uit. Maar mede dankzij de analoge studio van DeWolff, verscholen in een werfkelder aan de Utrechtse Oudegracht, ontstaat een Nederlandse bluesrockscene met bands als The Grand East en The Dawn Brothers. DeWolff neemt er deze zomer een nieuwe plaat op, de zevende alweer en de hardste tot nu toe.

Het is iets over tienen op een broeierige ochtend, in een souterrain aan de Utrechtse Oudegracht. Een nieuwe dag in de eigen analoge Electrosaurus Southern Sound Studio is aangebroken voor DeWolff. Althans, rustig aan: drummer Luka van de Poel maalt de koffiebonen in het keukentje, achterin de studio. Toetsenist Robin Piso rookt nog een sigaretje bij de voordeur.

Pablo van de Poel (25) vertelt over de avonturen van afgelopen weekend in het Russische Soezdal, vijf uur rijden vanaf Moskou. Over een festival voor bikers, acht uur slaap in drie dagen, vlammenwerpers op flightcases, het in de fik vliegende flightcases en over stripteasedanseressen op het podium. En over een ‘brede aap’ in het publiek die zich opdrukte tijdens een gitaarsolo.

De kelder is als een onaangeroerde bunker uit de Tweede Wereldoorlog, maar dan als analoge muziekstudio.

Als de koffie op is – evenals de verhandelingen over oude Jeeps, de Opel Ascona en de Citroën SM – vraagt Luka (23) als zijnde startschot: “Met welke tape gaan we vandaag klooien?” Robin Piso (26) legt uit dat de ‘basistracks’ van acht van de dertien nummers klaar zijn, met de gitaren, bas, drums, hammond en zang. Aan DeWolff de taak ze analoog blos op de wangen te geven.

De tekst gaat hieronder verder.

Analoge muziekstudio

De kelder is als een onaangeroerde bunker uit de Tweede Wereldoorlog. Maar dan een analoge muziekstudio uit de jaren zeventig vol opnameapparatuur, aangekleed met antieke lampenkappen, Perzische tapijten en opgezette dieren (een buizerd, een havik, twee fretten en een hertenkop).

In het voorportaal, de ‘controlekamer’, eist een reusachtige mengtafel het middelpunt, met daarnaast een al even forse, analoge bandrecorder. In de studio, achter de geïsoleerde deur, krijgen de hammondorgels, het drumstel en de gitaren ruim baan.

Freeway Flight

“Ik voel er wel wat voor om verder te gaan met Freeway Flight,” stelt zanger en gitarist Pablo voor. Hij hoorde de avond ervoor een subtiele synthesizer als een windvlaag een refrein inluiden in Natural Rhapsody van Jonathan Wilson. “Ik heb dat nummer super vaak gehoord, maar dat is me eigenlijk nooit echt opgevallen.”

Ze wisselen van gedachten over het toevoegen van pianootjes, achtergrondkoortjes, extra nadruk op de fuzzgitaar en vragen zich af of de zang en gitaar nog door de echorecorder ‘Leslie’ zou moeten. Dan zegt Robin: “Ach, laten we inderdaad die ‘noise’ maar toevoegen, met de Moog (een klein uitgevallen synthesizer, red.).” “Met de Moog,” zingt Pablo alsof hij Elvis is.

Uren puzzelen

Pablo laat het resultaat horen van de basis van Freeway Flight — nog altijd een werktitel, benadrukken de muzikanten. Een rustige intro met Pablo op de gitaar en Luka op de bass drum. Dan zingt Pablo: “I thought I had enough. Enough of the freeways. Spiralling forever in my mind.” “Nice,” roept Pablo. “Heel mooi,” zegt ook Luka.

Freeway Flight ontsproot uit een jam van tien minuten. En na uren puzzelen en schuiven met coupletten, refreintjes, zanglijnen en de climax speelden ze alles opnieuw in. Het wordt een van de ingewikkeldste, uitgesponnen nummers op de plaat; de hardste tot nu toe, belooft Pablo. “Meer een rockplaat dan onze vorige, ROUX-GA-ROUX.”

De test gaat hieronder verder.

DeWolff neemt wat live ‘werkt’ als maatstaf en kiest voor kortere en krachtigere nummers, zoals The Band en Little Feat in de jaren zeventig.

DeWolff
Beeld: Sattelite June

Van psychedelische rockopera’s naar soulvolle sound

In het begin componeerde DeWolff lange psychedelische rockopera’s vol ingewikkelde akkoorden en ritmewisselingen. Inmiddels klinken ze Amerikaanser en soulvoller dan ooit. In de woorden van Luka: “Meer seventies. Minder sixties en Pink Floyd-spacy.”

 

The Grand East, Money & The Man, The Dawn Brothers en Mitch Rivers. Ze komen als beren op honing op het analoge geluid af.

“Er hoeft tegenwoordig niet meer per se een solo in een nummer,” zegt Robin. “Herhaling is óók goed. Dan blijft het hangen. En dat is live ook relaxter. Ik geniet wat meer. Nu is het gewoon: Lekker. Spelen. Je kunt meer focussen op de groove. Daar wordt een nummer ook sexier van.”

Robin: “Ik denk dat de nummers op deze plaat wat hitgevoeliger zijn, makkelijker om naar te luisteren.”
Luka: “Op voorgaande platen wilden we herhaling vermijden. Als de luisteraar dan iets verwachtte, gingen we totaal ergens anders naartoe, waardoor je een compleet andere hoek in werd geslingerd.”
Pablo: “Het moest altijd ingewikkeld zijn. Ook instrumentaal met gekke spanningen. Want de zang kon het anders niet naar een hoger niveau tillen.”

De zang en teksten hebben meer gewicht gekregen in het opnameproces van DeWolff. Ze waren van ondergeschikt belang. “Eerst deden we dat op het allerlaatst,” zegt Luka. Nu komt het schrijven op een gezamenlijke eerste plek. Pablo verzint de meeste teksten maar krijgt hulp. Luka begint te lachen. “Ik zat op RhymeZone en Robin op UrbanDictionary.”

Pablo bedacht Freeway Flight midden in een verhuizing. ‘Al die shit regelen, helemaal niet leuk. Was ik maar op toer met de band, dacht ik. Dan hoeft dit allemaal niet. Toeren is opstaan, ergens naartoe rijden, zuipen, spelen, zuipen, naar bed. Super simpel. Je hoeft niks.” De conclusie van het nummer? “De enige plek waar ik rust heb is on the road.”

DeWolff
Beeld: Frank Hettinga

Democratisch proces

Piso neemt plaats achter de kleine synthesizer, op een uit een auto gesloopte bank, en stemt het geluid af. Pablo start de tape in en Robin moet precies op het juiste moment het stofzuigergeluidje inspelen. Het luistert erg nauw. Na zeker 14 keer geluid afstemmen (‘te dun’, ‘te iel’, ‘te hoog’, ‘nog subtieler’), proberen, timen en luisteren zegt Pablo: “Ja, vet. Dat is hem.” Robin stelt voor de ‘noise’ nog een keer terug te laten komen aan het slot. “Tadumdumtadumdum. Baaaaammm.” Maar Luka pleit er voor het geluidje maar één keer te gebruiken.

Opnemen is een democratisch proces bij DeWolff. “Tot bloedens toe,” grijnst Piso. “Het was zo gegroeid dat wij Pablo iets te veel z’n gang lieten gaan. Oké, hij zou het wel weten, hij heeft de meeste opname ervaring, maar Pablo miste soms feedback. Nu werken we echt met zijn drieën en dan komt er iets cools uit, maar ik moet wel zeggen: het opnemen duurt veel langer.”

Beren

Toch bedient Pablo nog altijd grotendeels het mengpaneel. Hij neemt al op sinds DeWolff is opgericht, ruim 10 jaar geleden in het Limburgse Geleen. In het begin op een DJ-mengpaneeltje, met een demoversie van Cool Edit Pro. Produceraspiraties had Pablo nog niet, tot hij eind 2012 op het conservatorium een EP moest opnemen. Dat mocht op de computer, maar dat was voor Pablo geen optie. Het moest analoog.

“Analoog opnemen is destructive.”

Hij heeft sinds de verhuizing naar Utrecht en de oprichting van de studio in 2014 al tientallen albums en EP’s opgenomen, van andere Nederlandse rockbands als The Grand East, Money & The Man, The Dawn Brothers en Mitch Rivers. Ze komen als beren op honing op het analoge geluid af van het label Electrosaurus Records.

DeWolff werkt met een 24 sporen analoge taperecorder, een ‘multitrackmachine’. Perfect volgens Luka. “The Beatles bijvoorbeeld namen op vier sporen op. Dus al die instrumenten, al die koortjes, al die intermezzo’s moesten ze samenvoegen. Dat komt de sound niet ten goede.”

“Analoog opnemen is best wel destructive. Of hoe zeg je dat? Vernietigend. Als je iets opneemt, kun je het nooit meer veranderen,” vervolgt Luka terwijl Pablo in het opgenomen drumwerk van zijn broer een snareslag probeert ‘door te prikken’, zodat de climax klinkt als een ‘gunshot’.

Minder keus maakt creatiever

Veel bands die digitaal opnemen spelen alle partijen van drums, gitaar en zang los in, legt Robin uit. “Ze leveren alles clean aan, zodat ze nog veel keuzemogelijkheden hebben tijdens het mixen, qua echo, oversturing, de hele sound. Dan duurt het erg lang voor je een wauw-gevoel hebt.”

“Alle bands krijgen dat producer-X sausje.”

DeWolff speelt de basistracks samen in en zoekt dán al naar de ‘vette sound’ van de plaat. Ze beperken zich. “Hoe minder keus je hebt, hoe creatiever je wordt, denk ik. Het wordt ook wat menselijker, zoals het vroeger was.” De band kan niet op de computer een nummer oppoetsen door verkeerde maten en valse noten recht te breien.

“Ik denk ook dat we zo op uniekere ideeën komen,” zegt Robin. “Als wij nu met deze nummers bij een producer langsgaan, drukt hij zijn stempel op het geluid. En dat doet hij vaker: dus alle bands krijgen dat producer-X sausje.”

“Woooow,” roepen de jongens in koor als het Pablo inderdaad is gelukt een revolver uit een western van Sergio Leone na te bootsen.

DeWolff
Beeld: Frank Hettinga

Bluesrock over het water

Toeristen in gidsboten en kano’s bestuderen nieuwsgierig de openstaande Hobbitachtige groene souterraindeur. Ronkende bluesrock schalt over het water. Altijd kijken de inzittenden een tweede keer, als ze ineens drie heren voor een mengpaneel zien opgesteld, in vrolijke jaren zeventig bloezen, met wijd uitlopende broeken en cowboylaarzen.

Goed, volgende opdracht. Zonder er al te veel woorden aan vuil te maken schuift Robin weer achter zijn kleine synthesizer om twee partijtjes op te nemen. Tijdens het afstemmen van het geluid speelt hij tot hilariteit van de jongens een paar jolige horrordeuntjes. Met bevende stem, fluisterend: “De griezelige man kwam de kamer binnen.”

“We doen het echt met z’n drieën, maar soms voel ik me ook wel een beetje nutteloos.”

Moeiteloos schakelen de bandleden weer over in de serieuze modus. Als alles er goed opstaat, verhuist Robin naar de studio, naar zijn orgels. Pablo sluit de geïsoleerde deur. Er loopt een zwarte dikke kabel vanuit de studio naar het mengpaneel in het voorportaal. “Het is fijn dat het nu echt twee afgesloten ruimtes zijn. Het is ongelofelijk om te bedenken dat het mengpaneel eerst ook in de studio stond en het is zo veel fijner werken,” zegt Robin achter de toetsen.

Studio als woning

Hijzelf woonde namelijk de eerste drieënhalve jaar voorin de kelder, samen met zijn vriendin. De keuken, wc en douche zitten achterin de studio. “In het begin was het super chill. We woonden hier heel goedkoop, romantisch aan de gracht en ik had al mijn orgels thuis. Maar op een gegeven moment… Het is er toch een beetje vochtig, er is weinig daglicht en Pablo nam steeds meer bandjes op.” Nu woont hij op tien minuten loopafstand.

“Oké, zullen we hem eens doen?” stelt Pablo voor via de microfoon op het mengpaneel. “Kun je die riff een octaaf lager doen? Nog een octaaf? Ja, dat is wel mooi, toch?” Luka, op de bank, knikt. “Vet hoor!”

Luka is luisterend en kritisch oor op deze dagen, een klankbord. “Beetje stom, maar als de basistrack erop staat, heb ik niet zo veel meer te doen. Bijna alle drumpartijen zijn al ingespeeld. We doen het echt met z’n drieën, maar soms voel ik me ook wel een beetje nutteloos.”

Toch weet de drummer dat zijn mening gewaardeerd wordt en hij mag later vandaag nog de tamboerijn inspelen. En niet te vergeten: de lunch halen.

Mantra

Robin speelt de partij nu helemaal en komt even in de controlekamer luisteren, maar is niet echt tevreden. Zo wandelt hij een paar keer op en neer, tot de timing ‘chill’ is en de juiste snelheid in de riff zit. “It’s gooooood,” zegt Pablo dan eindelijk door de microfoon. Vanuit de studio klinkt een vreugdevol en cheezy orgelmuziekje in de geest van de Duitse solotoetsenist Klaus Wunderlich.

DeWolff
Beeld: Frank Hettinga

Terwijl Luka naar de supermarkt wandelt voor bagels, tonijn, mayonaise en cheddarkaas, zingt Pablo nog een tweede zanglijntje in voor het intro (na heel wat inleidende Hé’s, Cha’s, Che’s, Whoe’s, Hoe’s en Ha’s). Als een mantra fluistert hij telkens opnieuw dezelfde woorden: “Oh, how I long for that simple life. Illusions not the truth.” Vlak voor het mengpaneel, op zijn knieën en zelfs op de grond, languit.

Geen moment wordt onbenut gelaten, vertelt Pablo even later als hij in het keukentje een grote kom zelfgemaakte tonijnsalade klaarmaakt. Robin is weer achter zijn hammond gekropen om luid en vrijelijk wat te ‘freaken’. Tot de bagels met tonijn en plakjes cheddarkaas uit de oven komen.

Werkethos

Het is in potentie een veelbelovend moment waarop Pablo plots enthousiast kan uitroepen dat de toetsenist een melodietje moet overdoen. Dan zou het zomaar kunnen dat ze samen de kiem van een nieuw DeWolff-liedje te pakken hebben. “Zo gaat het best vaak. Als ik gitaar speel, zit ik al snel vast in een stramien. Bij Robin heb ik vaak geen idee wat voor akkoorden hij speelt.”

Onbekommerd zoeken ze naar nieuwe wegen in het repertoire, naar het ‘wauw-gevoel’. DeWolff maakt in de studio dagen van 10.00 uur ‘s ochtends tot 20.00 uur ’s avonds. Een strikte afspraak. Vooral om Pablo in bescherming te nemen. “Als het niet lukt, ga ik door tot het lukt. Een sterke werkethos, ik houd daar wel van. Er zijn ook mensen die zeggen: je moet toch lekker avondeten? Nee, fack it. Maar soms put ik mezelf daardoor ook wel erg uit,” lacht hij.

DeWolff
DeWolff in hun studiobunker. Beeld: Frank Hettinga

De heren mikken op 25 studiodagen, maar haast hebben ze niet. Het is tenslotte hun studio waar ze ‘tot in de eeuwigheid’ kunnen werken, al staan er nog wel sessies ingepland met andere bands. Mocht een nummer toch niet naar tevredenheid klinken, is dat volgens Pablo geen probleem “In een studio zou dat niet kunnen. Dan zou een producer zeggen: Ja, maar guys het nummer staat er al op.”

Beroepsdeformatie

Doordat DeWolff zo intensief sleutelt aan het eigen geluid is het moeilijk om nog rustig naar andere bands te luisteren, zonder de teksten en akkoorden onder een kritische microscoop te leggen. De bandleden lijden aan beroepsdeformatie. Luka zit in een dipje, heeft geen geduld om een hele plaat te luisteren. Pablo is zelfs bang dat de ‘muziek op is’, vertelt hij tijdens de lunch, buiten aan een picknicktafel.

“Maar gelukkig hebben we The Dawn Brothers,” zegt Robin verrukt. De muzikanten raken niet uitgepraat over die ‘coole’ band uit Rotterdam die zijn debuutalbum bij DeWolff opnam. “Dat is de vetste band van nu,” zegt Pablo. “Omdat het vrienden zijn is het misschien een beetje weird om te zeggen, maar ik denk dat ze op dit moment onze grootste inspiratiebron zijn.”

De tekst gaat hieronder verder. 

Het festival DeWolffest, dat de band eind april in TivoliVredenburg organiseerde om het eigen tienjarig jubileum te vieren, heeft het bestaan van een Nederlandse bluesrockmuziekscène benadrukt. Met Nederlandse bands als The Dawn Brothers, Mitch Rivers en The Grand East. En DeWolff.

Klein hoofdstukje Nederlandse muziekgeschiedenis

“Of dat dan een scène is…,” begint Pablo voorzichtig. “Dat vind ik wel een leuk idee, als mensen dat zo zouden zien. Dat ze er later ook zo op terugkijken.”  “Als een klein hoofdstukje in de Nederlandse muziekgeschiedenis”, grijnst Robin. “Het is eigenlijk wel een scène,” zegt Pablo gedecideerd. “We gaan veel met elkaar om. In zoverre dat kan.”

“Muziek op de radio: altijd diezelfde drie akkoorden, maarja… Wel met bliepjes.”

“Shit, ik heb wel zin in een biertje,” zegt Robin als er enkel nog kruimels op de borden liggen. “Nou, dan haal je dat toch?” reageert Luka. “Gaan wij die tamboerijn er nog even in jassen.”  Pablo: “Yes, we’re gonna do thaatttt!”

DeWolff
Beeld: Frank Hettinga

Middeleeuwen van de muziekbranche

Volgens de zanger is de standaard van de muziek achteruitgegaan. Het doet hem een beetje denken aan de Middeleeuwen. “De Grieken konden perfect lichamen tekenen, sculpturen maken. Zij snapten shit. En dan krijg je de Middeleeuwen, duizend jaar later, en dan weten ze het gewoon allemaal niet meer, het is verloren gegaan. Muziek op de radio is niet vernieuwend, het is zo basic, zo simpel. Het zijn altijd diezelfde drie akkoorden, maarja… Wel met bliepjes.”

Heus, hij vindt dat er nog steeds goede muziek wordt gemaakt, maar raadt aan te kijken naar een documentaire over Led Zeppelin. “Je kunt je oprecht afvragen welke band nog zo goed kan spelen. Niemand. Echt niemand. Wij ook niet. Ik hoop daar ooit te komen. Als je echt super groot wilt worden, moet je super commercieel zijn. Dat is iets van nu – I don’t know. Muziek is minder belangrijk geworden en ook heel versnipperd.”

Tombstone Child

Is dat niet frustrerend? “Ergens is het leuk. Wij kunnen spelen en mensen vinden het helemaal te gek. Ze horen onze muziek en denken: Wow, wat vet, ze kunnen hun instrumenten echt bespelen en maken ook nummers. Vroeger kon iedereen dat. Oké, ik moet even Luka aan gaan sluiten.’”Door de microfoon: ‘Loekie?’
“Jaaaahaaa?”
Let’s do this!”

“Iemand nog bier?”

Robin is ook net terug en schuift iedereen een blikje bier toe. Samen turven Pablo en hij van welke tamboerijnslagen de timing goed is en van welke niet. En dat zijn er aardig wat. Zonder snare en bass drum de maat houden is geen lekker klusje, legt Robin uit. “Je weet niet precies wanneer de volgende komt.’”

Na een tijdje, Pablo door de microfoon: “Allright! Done Deal!” Luka komt met een verwrongen gezicht door de deur. “Niet te doen, man. Ik timede steeds zo laat.”  Iedereen zoekt een stoel. Het is bijna 15.30 uur. Pablo zet Freeway Flight in zijn geheel aan. Robin begint met een flauwe grijns hard te klappen op de maat, en roept ‘ALLEMAAL!’, als een echte volkszanger. Lachend doen Pablo en Luka en hun zojuist aangeschoven vriendinnen mee.

“Een heel mooi liedje,” complimenteert de vriendin van Luka. “Echt? Bedankt!” antwoordt Pablo haast verlegen. “Nice, dit is het eerste nummer van de plaat dat af is. Alleen nog een echte titel verzinnen.” Luka aarzelt. ‘Freeway Flight… Ik vind het wel goed eigenlijk, hoe de naam de tekst samenvat.” De jongens stemmen zwijgend toe. Op naar het volgende nummer: Tombstone Child.

Robin: “Iemand nog bier?”