Je moet ze negeren, dan gaan ze vanzelf weg

“Je moet ze geen aandacht geven, dan gaan ze vanzelf weg.” Ik kan niet tellen hoe vaak ik dat advies heb gehoord, al sinds de pestkoppen op de basisschool. Die moest je namelijk gewoon negeren. Je moest ze de reactie waar ze naar op zoek waren niet geven, dan zouden ze zich vanzelf vervelen en op zoek gaan naar iemand anders om te pesten.

Toen kwamen er pestkoppen in de politiek, met extreemrechtse en populistische ideeën die we moesten negeren. Ik was een jaar of tien, zat achterin de auto bij mijn moeder en hoorde op de radio dat we ze geen platform moesten bieden. Ik vroeg me af waarom er dan al tien minuten lang een item over ze werd uitgezonden, als we ze zo nodig moesten negeren.

Ze waren iedere avond op tv. Een storm in een glas water was het, pure volksmennerij. En als we het vuur geen zuurstof gaven, er geen olie op gooiden, zou het langzaam kapot smeulen. Ruim een decennium later discussiëren we nog steeds of we ze niet beter kunnen negeren.

Gekke mannen en verdwaalde vrouwen met rare kapsels, vreemde uitspraken, flamboyante pakken of suffe hoedjes die we geen aandacht moeten geven. Ze wilden politicus worden, en zeggen wat er niet gezegd mocht worden.

Ik heb nog nooit zoveel mensen, zo veel en zo lang in de nationale media horen zeggen wat er niet gezegd mocht worden. Kennelijk mochten ze het allemaal prima zeggen, want van dat negeren is geen klap terecht gekomen. Zelfs nadat ze nul zetels krijgen kun je langs de zenders zappen om ze te zien klagen dat ze niet genoeg media-aandacht krijgen,

Gevestigde partijen mogen schamper lachen en beloven dat ze nooit samen met dit soort pestkoppen zullen regeren, negeren hebben ze niet gedaan. Sterker nog, ze hebben heel goed geluisterd. Cordon sanitaire werd een een cordon bleu. Dat wat er niet gezegd mocht worden is ontdaan van het rare kapsel en verpakt in een stukje kaas met een degelijk paneermiddel. Was het nou het poppetje dat we moesten negeren? Of de boodschap?

Geen van beiden lukt want de poppetjes zijn zo leuk. Ze lachen zo guitig, ze praten de taal van de gewone man. Ze zeggen waar het op staat en ze hebben zulke leuke poezen. Je zou er prima een glas wijn mee kunnen drinken. Met de knuffelpopulisten. Bitterbalracisten. Sauvignonseksisten. De volksmenners next door. Ze zijn veel te gezellig om te negeren.

Recent is er nog een groep bijgekomen waarvan mensen zeggen dat ik ze maar moet negeren: mannetjes op sociale media die op alles wat ik doe blijven reageren. Ik ben te lelijk en te dik en te dom en een hoer en ik heb vast problemen met mijn vader. Daarom moet ik mijn mond houden. Geen van hen probeert me te negeren, ze proberen me te intimideren.

Op Twitter kan ik op mute klikken, waardoor deze mannetjes geheel geruisloos en onzichtbaar hun kanonnades afvuren. Als een hufter in het bos staat te schelden, maar er is niemand om ernaar te luisteren, trollt hij dan wel?

Maar alleen omdat ik met propjes in mijn oren verder schrijf, betekent dat niet dat niemand anders ze kan horen. En omdat er niemand is die ze zegt dat ze hun mond moeten houden, denken de toeschouwers dat het kennelijk normaal is geworden. Zo normaal dat ze er maar gewoon gezellig bij gaan staan. Voor iedere trol die ik op stil zet, staan er drie op om hem gezelschap te houden.

Als je op school een pestkop moet negeren terwijl je dag in dag uit getreiterd wordt, straf je de pestkop niet. Je straft jezelf door je constant in te houden. Je maakt jezelf doodmoe.

When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama tijdens de laatste Amerikaanse verkiezingscampagne. Het leverde ons Trump op. Een decennium negeren leverde ons in Nederland Wilders, Baudet, Hiddema, GeenStijl en een leger aan trollen op. Als je vindt dat het te ver gaat, dan moet je er iets van zeggen. Jezelf beter voelen en erboven gaan staan, daar heeft helemaal niemand iets aan.