Deze wetenschapper leeft in naam van de wetenschap als een beest

Een beetje psychiater zou wel raad weten met Charles Foster (1962): salon-avonturist, Indiana Jones avant la lettre. Hij leefde onder meer als otter, edelhert en gierzwaluw, maar bleef toch vooral heel erg mens. ‘Als dier zijn wij mensen een hopeloos geval.’

Waar begint dit verhaal? In een sloppenwijk in Londen waar een excentrieke Engelsman onder een struik ligt en eten uit afvalbakken graait om te ervaren hoe het is om een stadsvos te zijn? In een saaie Amsterdamse hotellobby waar de journalist wacht tot Charles Foster, na een aanzienlijke vertraging van zijn trein uit Brussel, op een promotie-tour voor zijn nieuwste boek vragen van de pers beantwoordt? Of zullen we het laten beginnen op een plekje in het bos op de Utrechtse Heuvelrug?

Daar sta ik, in een hilarische poging te ondergaan wat Foster onderging, met ontbloot bovenlijf tegen een oude grove den geklemd. Zijn of haar stam (grove dennen zijn zowel mannetje als vrouwtje tegelijk) beweegt zachtjes in de wind.