Maakt leven in een tiny house gelukkiger dan een rijtjeshuis?

Leven in een tiny house, een klein, (veelal) zelfvoorzienend huisje, maakt gelukkiger dan in een doorsneewoning, claimen onderzoekers en bewoners. Redacteur Jan Smit – 1,95 meter, 105 kilo – nam de proef op de som. “Een goudvis in een kom heeft een beter leven.”

‘Dus er is een kans dat ik vrijdagochtend al om zeven uur uit het huisje word gedrild?!”

“Die kans bestaat. Volgens de informatie die ik heb gekregen staat er niets op het programma, maar de vrouw die afgelopen nacht in het huisje sliep, werd wel degelijk vroeg gewekt. Ze wilde er niet over klagen, want ze vond dat het erbij hoort, maar ik vond het goed om je even te waarschuwen. Ze maakte het volgende filmpje, waarbij ze de bouwgeluiden verving door fluitende vogeltjes. En ze schreef een positief stukje in ons gastenboek.”

Dat begint goed. Boek ik op advies van capo di tutti capi Tom Kellerhuis voor één nacht het Waterlandhuisje, een tiny house dat onder meer wordt verhuurd als bed and breakfast, krijg ik per e-mail deze onheilsboodschap.

De volgende ochtend belt Reinoud Boland, de afzender van het slechte nieuws, tevens de ontwerper en een van de drie eigenaren. “Gaat de reservering nog wel door?” vraagt hij. “Absoluut,” zeg ik. “Maar ik heb wel even geaarzeld.”