Kedi: waren alle Turken maar katten

Turkije kan wel een imagoverbetering gebruiken. Een president die als dictator in spe steeds meer macht naar zich toetrekt, een land dat zich steeds meer isoleert van het westen en een bevolking die hevig verdeeld is. Na recente aanslagen en onlusten laten nu ook toeristen massaal Turkije links liggen. De documentaire Kedi, over de honderdduizenden straatkatten die de straten van Istanboel bevolken, wil hier juist een lieflijk en positief beeld van de miljoenenstad tegenover zetten. Het is echter maar de vraag of toeristen na het kijken van Kedi alsnog in drommen in het vliegtuig stappen om zich te vergapen aan deze talloze aanhankelijke pluizenbollen.

Als reclamefilm is de film in elk geval zeer geslaagd. De van oorsprong Turkse filmmaker Ceyda Torun heeft er alles aan gedaan om de oude wijken van Istanbul te laten baden in het meest romantische zonlicht. De katten die ze voor de film volgde, rennen door sfeervolle oude straatjes en krijgen eten van authentiek ogende bakkers, barista’s en bewoners. Politiek en religie zijn ver te zoeken in deze film. Het meest directe politieke beeld in Kedi is een haast terloops gefilmd shot van een muur met nauwelijks leesbaar de tekst ‘ER-GO-GAN’. Aan een oppervlakkige kijker gaat dit beeld waarschijnlijk snel voorbij.

Een enkele keer raken politiek en straatkatten elkaar toch. In 2004 had Turkije te maken met een flinke stroomuitval in verkiezingstijd. De Turkse minister van Energie gaf prompt een kat die een elektriciteitsgebouw zou zijn ingeslopen, de schuld hiervan. Uit electoraal gewin werd nu eens niet de mens in het Turkse verdachtenbankje gezet, maar een straatkat. Meer dan wat hoongelach leverde het trouwens niet op.

Het Kedi-sprookje

In Kedi wordt een haast utopisch beeld geschetst van een ideale samenleving waar iedereen voor elkaar zorgt, met de kat bovenaan de aandachtsketen. Iedere inwoner van de stad lijkt wel een of meerdere katten of kittens te hebben geadopteerd, en steekt alle tijd en liefde in het eten geven en aanhalen van de beesten. “Honden denken dat mensen goden zijn, katten weten dat mensen slechts een doorgeefluik van goden zijn”, zo zegt een kattenminnende Turk in de film. Ook van een bord op straat met de tekst: “Deze bekertjes water zijn alleen voor katten, raak niet aan om niet in het volgend leven dorst te hebben”, zijn volstrekt geaccepteerd.

De moeilijke omstandigheden waaronder veel Turken dagelijks moeten zien te overleven, met een hoge inflatie en een stagnerende economie, worden echter zorgvuldig uit het mooi geconstrueerde Kedi-sprookje weggepoetst. Het is duidelijk een documentaire die is bedoeld als feel good-film voor het buitenland, als optimistische boodschap in een tijd waar egocentrisme en machtswellust van opper-apen als Trump, Erdogan en Poetin de boventoon voeren. Toch komen er tussen de mooi geschoten plaatjes enkele schrijnende momenten naar boven, via kleine dialogen met wat inwoners van Istanbul. Zo is de kat volgens een gesluierde vrouw het symbool van vrouwelijke kracht, en geven haar steun in een stad waar vrouwen het erg moeilijk hebben. Volgens een ander absorberen katten alle negatieve energie en geven positieve energie terug. Maar het meest pijnlijk is de uitspraak van een Turkse man dat katten Turken eraan herinneren dat ze leven.

De mens als tweederangs wezen

Wie oppervlakkig kijkt, ziet in Kedi een verlangstuk van de kattenliefde die op internet en social media extreme vormen aanneemt. En het kan nog gekker: vorig jaar is een bronzen beeld van een bekende straatkat in Istanboel onthuld. Maar de donkere ondertoon zit er – hoe goed verstopt – toch ook in. De mens is in Kedi haast een tweederangs wezen. Katten zijn immers de enige wezens in Turkije die echt vrij zijn. Een cynicus zou zeggen dat Turken een stuk beter af zouden zijn als ze als kat door het leven gingen. En Erdogan als kat zou hooguit een straat terroriseren, niet een heel continent.

Kedi is in verschillende zalen in het land te zien.