Het Gevecht van de Eeuw tussen Eigenlijk van der Sar en Johnny-Jay The Gangels

Terwijl in Amstelveen duizenden Hollandse feestfans (de Duyvis-partymix onder de sportliefhebbers) twee keer in twee dagen met een oranje spencer om de nek het Wilhelmus mochten meegalmen, zat ik thuis en dacht aan Van der Sar. Eigenlijk ‘Edwin’ van der Sar. U kent hem wel, eigenlijk.

Dat kwam door het interviewtje dat Edwin gaf na de nederlaag van Ajax tegen Rosenborg, afgelopen donderdag. Door dat verlies is er plots een boel Amsterdamse trots over. Die trots moet ergens heen, en zal zich vermoedelijk komend jaar gaan richten op het Stedelijk Museum en de gefrituurde kunststukjes van Van Dobben. Van het voetbal zal het voorlopig niet komen.

Edwin werd geïnterviewd omdat hij nu al een tijdje directeur is bij Ajax. Ik heb dat altijd een beetje gek gevonden. Om Co Adriaanse te parafraseren: een goed paard is nog geen goede directeur van een concours hippique.

De keeper Van der Sar was een volbloed, het soort waarmee je eindeloos doorfokt om er een nieuwe supergoalie uit te kneden (zijn zoon Joe keept bij ADO), maar de directeur Edwin oogt als een makelaar die op zijn Vespa van woonark naar penthouse crosst.

Voor de camera, in zijn dure pak en zijn coupe tegenwind met citroensap, oogt hij altijd als een personage uit zo’n comedy met een persoonsverwisseling: man komt het VN-gebouw schoonmaken en wordt aangezien voor de nieuwe Russische diplomaat. Sla etende vrouw trekt verkeerde deur open en wordt gecast als topmodel. Voormalige vedette komt de jeugdkeepers trainen en eindigt als prominent lid van het technisch hart.

Jan Joost van Gangelen, de man met de uitstraling van een folder voor zonnige familiecampings, vroeg Edwin donderdagavond het volgende: “Probeer het eens: waarin hebben jullie gefaald?”

De tekst gaat hieronder verder.

Geen belachelijke vraag aan de directeur van de finalist van de Europa League die drie maanden later door anderhalve fjord en een paardenhoofdstel uit de voorrondes wordt geknikkerd. Je zou zelfs kunnen verdedigen dat het de enige vraag is die er op dat moment echt toe deed, al zou dat niet eerlijk zijn tegenover ‘Wat vind je van Trondheim?’, ‘Heb je de nieuwe single van Van Morrison al gehoord? Lekker toch?’ en ‘Hoe doe ik het?’. Maar goed: de Gangelblaffer sloeg rechtsaf, van Sunset Boulevard zo, hup de Clairy Polak-steeg in, en stelde een inhoudelijke vraag. Tja.

Vriend

Als Van der Sar nog keeper was geweest en de vraag van JJvG een slap schot op doel, dan had het IJskonijn van Noordwijkerhout hem met twee vingers uit de lucht geplukt en vervolgens met behulp van zijn rechteroor naar Reiziger getransporteerd, die hem dan naar Blind had gespeeld en die weer terug naar Reiziger en die weer terug naar Sar. Zo ging dat, in de Gouden Eeuw. Maar Edwin was geen keeper meer.

Hij, ooit de beste matroos ter wereld, was kapitein van een op zich zeewaardige schuit, alleen jammer dat hij net voor het uitvaren het grootzeil, het anker en de helft van de bemanning had geruild tegen een paar kisten spiegeltjes en kraaltjes. En nu vroeg scheepvaartvolger Johnny-Jay The Gangels waarom de zaak water maakte.
En Edwin van der Sar zei: “Ik ga dit hier niet direct bij jou voor de camera neerzetten, vriend.”
Vriend.

Vriend.

The Joker

Als die zin de nieuwe Ajax-aankoop uit Klein-Mantsjoerije was, zou je zeggen: hij is de taal nog niet helemaal machtig, maar hij is wel op meerdere posities inzetbaar, en dat is het belangrijkste.
“Goeeeeeeedenavond! Gaston! Van de Postcodeloterij! Bent u mevrouw De Vries?! En is dat dan meneer De Vries?!”
Zin.
“Meneer Rutte, bent u eruit?”
Zin.
“Mevrouw, als u wilt dat meneer Aardewerk uw van zolder meegenomen schets van Rembrandt waardeert, dan kunt u het hier op tafel plaatsen, dan beginnen we met de opnamen beginnen.”
Zin.

En terwijl Van Gangelen stapje voor stapje door de Clairy Polak-steeg schuifelde met de omzichtigheid van iemand die ergens een heel enge hond heeft horen grommen, keek ik naar de ogen van de Ajax-directeur. Edwin keek Jan Joost aan met een blik waar Floyd Mayweather spontaan van naar het canvas zou gaan. Hij zei dat het allemaal erg onnodig was, ontkende min of meer dat er een probleem was. Hij lachte zelfs, maar dat zei niks. The Joker lacht ook veel.

Dit was geen tv-interview meer, dit was horror. En ik zat achter de bank te wachten op het moment tot Edwin, die vriendelijke Edwin, die goeiige jongen met die gouden Stanno’s van hem, zich naar voren zou buigen en het interviewershoofd met een simpele hap van zijn nek zou scheiden, om vervolgens bedachtzaam kauwend in de camera te kijken, zijn mond leeg te eten en te concluderen: ‘Onnodig, eigenlijk.’

Ik vertrek

Ik kijk regelmatig naar het tv-programma Ik Vertrek. Gaat nooit vervelen: echtpaar zegt genoeg te hebben van de Nederlandse rat race, zegt werk op, verkoopt huis en gaat vier gites kleien uit een oude watermolen in de Auvergne. Alleen: de watermolen bestaat niet, de bijbehorende villa heeft dak noch fundering, de waterleiding bestaat uit drie blikjes en een oude tuinslang, de rattenfamilie die er intussen woont wil van geen wijken weten en de vorige eigenaar belt maar niet terug. Over twee weken komen de eerste gasten.

Vaak zie je die vorige eigenaar later in de aflevering – net na de eerste zenuwinzinking van de vrouw van het echtpaar – nog even door het beeld schuiven. De oplichter zelve. Vriendelijk lachend, geen idee waar al die drukte voor nodig voor is. Tot de cameraploeg het woord tot hem richt.

“Klopt het dat u zich niet aan de afspraken heeft gehouden? Hoe denkt u de kopers tegemoet te komen?”
“Ik ga dit hier niet direct bij jou voor de camera neerzetten.” Stilte. Weer dat lachje. En dan, toch nog: “Vriend.”