Een eerlijkere verdeling mediagelden maakt voetbal juist aantrekkelijk

Geen club in het betaald voetbal is buiten het veld zo creatief als Telstar. De Velsenaren presenteerden ooit een jaarverslag op creditcardformaat, lieten in navolging van Occupy de eigen middenstip bezetten, wilden op een blauw (kunst)grasveld spelen, hebben het grappigste Twitteraccount van Nederland, organiseren busreizen met lauw bier en is de enige club die claimt staatssteun te geven in plaats van te ontvangen.

Geen andere voetbalclub in het land haalt zoveel media-aandacht met zulke matige veldprestaties. Dit is grotendeels de verdienste van directeur Pieter de Waard die nooit te beroerd is voor een stevige of lollige uitspraak. Helaas voor hem en zijn cluppie telt dit niet mee in de verdeling van mediagelden. Deze worden verdeeld op basis van de ranglijst en leveren Telstar als vaste kelderklant van de Jupiler League een schamele 276.000 euro per jaar op. Een bedrag waar Neymar nog geen drie dagen voor hoeft te werken.

Oproep

De Waard deed deze week na aanleiding van de kunstgrasdiscussie een oproep aan Ajax, Feyenoord en PSV om de mediagelden eerlijker te verdelen. Een discussie die ook op Europees niveau plaatsvindt, maar waarbij onze traditionele top 3 het ondergeschoven kindje is. De Telstar-directeur is het met deze clubs eens dat de Europese taart eerlijker verdeeld moet worden. Al pleit hij ervoor dat zij dit dan ook op nationaal niveau doen.

De achttien Eredivisieteams hebben zo’n 70 miljoen te verdelen, terwijl de 17 Jupiler League-clubs het met 7 miljoen moeten stellen. De Waard heeft zich in het verleden op verhalende wijze uitgesproken tegen deze verdeling. Hij wil dat alle Nederlandse profclubs even veel uit de mediapot krijgen, wat neer zou komen op zo’n €2,3 miljoen per club. Ajax levert dan 7 miljoen in, Telstar verdubbelt bijkans z’n begroting.

Testbeeld

Critici menen stellen dat Telstar geen recht heeft op zoveel geld, omdat een gezond mens liever naar testbeeld kijkt dan naar een wedstrijd van de Witte Leeuwen. Meer geld voor de teams die meer kijkers trekken is een logische redenering. Het enige probleem is dat langs deze weg de financiële en sportieve verschillen tussen clubs steeds groter worden. Rijke clubs worden nog rijker, kunnen zich betere spelers veroorloven en de competities worden nog voorspelbaarder.

Precies wat er op Europees niveau ook gebeurt, met een Champions League die gedomineerd wordt door de vier grote landen. Door geld eerlijker te verdelen kunnen kleinere clubs zich versterken en meer weerstand bieden. Nu zijn er tussen de huidige situatie en de verdeelsleutel van De Waard zat andere opties te bedenken.

Het profvoetbal is echter een keiharde business met weinig ruimte voor solidariteit. Kleine clubs die ten onder dreigen te gaan worden niet gered door de grote jongens. Dat ondervond ook Telstar-rivaal Haarlem dat failliet ging op een acuut tekort van 9 ton. Hoewel deze club een samenwerkingsverband had met Ajax, kwam de recordkampioen niet verder dan wat klein bier als een SMS-actie en het beschikbaar stellen van sponsorruimte.

Inmiddels heeft Ajax met Jong Ajax een eigen opleidingsteam in de Jupiler League. De Waard hoeft op weinig te rekenen, maar dat zal hij als supporter van Telstar ongetwijfeld gewend zijn.