Wie gaat de werknemer na het mislukte Polderakkoord helpen?

De FNV en de oppositie lijken aan de zijlijn te staan

Na liefst veertien maanden onderhandelen gooiden de werknemers- en werkgeversorganisaties begin deze week de handdoek in de ring. De doelstelling om een gezamenlijk Polderakkoord aan te dragen voor de formatieonderhandelingen is niet bereikt. De grote verliezer lijkt de werknemer.

Met het vele geflex en gefreelance op de hedendaagse arbeidsmarkt lijkt het bijna een uitstervende diersoort, maar ze bestaan nog: mensen in vaste loondienst. Sterker nog, het zijn er volgens het CBS meer dan vijf miljoen. Dat moeten er — als het aan de vertegenwoordigers van de werknemers ligt — nog meer worden.

Meer vaste banen was één van hun voornaamste inzetten tijdens de onderhandelingen voor een nieuw Polderakkoord. Na het klappen van deze onderhandelingen is het maar de vraag wie de belangen van de klassieke arbeider kan behartigen in het centrum van de macht.

De politiek

In kabinet-Rutte II was de verdeling — en een beetje gechargeerd — duidelijk. De VVD was er voor de werkgevers, en de PvdA voor de werknemers. De minister van Sociale Zaken, en inmiddels ook PvdA-leider, Lodewijk Asscher heeft zich tijdens de kabinetsperiode dan ook actief ingezet voor de ouderwetse loondienst. Dit leverde onder meer de nodige kritische uithalen naar de werkgevers en de bekritiseerde Flexwet op.

Het concrete resultaat is echter niet om over naar huis te schrijven. Volgens het CBS bleef aantal mensen met een vast arbeidscontract de afgelopen twee jaar nagenoeg gelijk, terwijl het aantal werknemers met flexibel contract steeg met ruim tweehonderdduizend.

Dit voorlopige gebrek aan tastbaar resultaat zal de PvdA zeker niet geholpen hebben tijdens de desastreus verlopen Tweede Kamerverkiezingen, afgelopen maart. De andere partij die in zijn verkiezingscampagne het duidelijkst ageerde tegen het flexwerk was de SP. Bij monde van de jongerenorganisatie ROOD werd er zelfs gesproken van ‘flexgekte’ en ‘flexverslaving.’ Duidelijk niet alle jongeren dromen er van om te ‘flexen’ en te freelancen achter hun Macbook in een koffiezaak om de hoek. De SP pakt echter ook naast de macht en heeft zelfs een zetel minder.

De enige linkse partij die aan de onderhandelingstafel belandde was GroenLinks. Die partij slaagde er echter tot twee keer toe niet in de onderhandelingen tot een succesvol einde te brengen en verloor zo ook haar kans zich in te zetten voor de werknemers.

De vakbonden

Alle hoop was daarmee gevestigd op de vakbonden die aan het onderhandelen waren met de werkgevers. Tevergeefs. FNV-voorzitter Han Busker sprak in Nieuwsuur over een niet te overbruggen kloof die de onderhandelingen deed falen. Presentator Twan Huys vroeg wat Busker nog te bieden heeft aan de ‘flexibele’ werknemers van Nederland die naar een vaste aanstelling willen, nu hij niet meer ‘aan tafel’ zit.

Dit was eerder een pijnlijke constatering dan een vraag. Het moet gezegd: bij een onderhandeling die na meer dan een jaar klapt kan de schuld moeilijk volledig in de schoenen van één partij geschoven worden, maar feit is wel dat de vakbonden nu langs de zijlijn staan. Han Busker zag dat anders. Volgens hem staat de FNV ‘helemaal niet met lege handen.’ De vraag van Huys ‘welke macht de FNV in politiek Den Haag heeft’ werd echter vakkundig ontweken.

De zijlijn

Uiteindelijk is dat de belangrijkste vraag. Als Asscher het ondanks zijn inzet al niet lukte om concrete resultaten te behalen is het maar zeer de vraag wat er van een centrum-rechts kabinet op dit terrein verwacht kan worden. De vakbonden verliezen door het mislukte Polderakkoord bovendien een waardevol pressiemiddel.

De linkse partijen zullen in de oppositie samen kunnen werken en de handen ineenslaan met de vakbonden. Maar hoe sterk is dat geluid werkelijk? Volgens de laatste cijfers van het CBS (uit 2016) is het totaal aantal leden van de verschillende vakbonden sinds 1999 met meer dan tweehonderdduizend mensen gedaald.

Bovendien is het percentage leden van 65 jaar of ouder — en dus veelal gepensioneerd vakbondsleden — gestegen van ongeveer 9 naar zo’n 18 procent. De vakbonden zijn steeds minder dé vertegenwoordiger van werkend Nederland die ze claimen te zijn. En ook hun klassieke politieke partners verliezen aan invloed. De PvdA, SP en GroenLinks hebben samen nog maar 37 zetels, dat is minder dan de PvdA in 2012 in haar eentje behaalde.

Het voornaamste machtsmiddel dat FNV-voorzitter Han Busker nog heeft, is de mogelijkheid tot het ‘het mobiliseren van de leden.’ Ook wel bekend als ouderwets staken en/of protesteren. Hierbij kan normaliter op steun gerekend worden van de linkse partijen. Echter, is het de vraag of een vol Malieveld en een preek van 37 oppositieszetels genoeg is om substantiële verandering teweeg te brengen.