Is het milieu gebaat bij een ministerie van Klimaatzaken?

Een debat tussen twee oud-ministers van Milieu

Volgens bronnen dicht op de formatieonderhandelingen komt er in het nieuwe kabinet een minister van Klimaatzaken. Dat meldt De TelegraafDit besluit lijkt een resultaat van algehele politieke consensus.

Als de informatie van de krant klopt komt het aantal bewindspersonen in Rutte III op zestien. Sinds Rutte I is de ministerpost van Milieu ondergebracht in het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Tijdens de voorgaande kabinetten is de post in handen van Melanie Schultz van Haegen.

In het meest recente nummer van HP/De Tijd debatteren Jacqueline Cramer en Margreeth de Boer – beiden in het verleden minister van Milieu – over het nut van een minister, die zich puur richt op milieu en klimaatzaken.

Klimaatzaken
Jacqueline Cramer als minister van Milieu. Beeld: ANP/Valerie Kuypers

Noodzakelijk ministerie

Cramer, minister tussen 2007 en 2010, is voorstander van dit mogelijk te vormen ministerie van Klimaatzaken. “In het regeerakkoord moeten stevige klimaat- en energiedoelen voor de korte en lange termijn worden geformuleerd die wettelijk worden vastgelegd.”

“Deze minister van Klimaat moet erop toezien dat de doelen worden bereikt en behoudt het overzicht over de voortgang,” vervolgt ze. Het klimaatprobleem is volgens haar zo groot dat de minister-president moet worden ondersteund door ‘een ministerie dat zich hier volledig op toelegt’.

Verantwoordelijkheid

Echter, is één ministerie of ministerpost wel voldoende om een krachtige vuist te maken? Cramers collega Margreeth de Boer, minister tussen 1994 en 1998, vindt dat dit niet het geval is. “Als we over tweeënhalf jaar twintig procent minder CO2-uitstoot willen hebben, dan moeten op alle beleidssectoren grote beleidswijzigingen plaats vinden,” vertelt ze. “Dat is een gigantische opgave voor elke sector. Dat kan nooit door één ministerie of één minister tot stand gebracht worden.”

Klimaatzaken
Margreeth de Boer. Beeld: ANP/Marcel Antonisse

Het klimaatbeleid is volgens De Boer beter te verspreiden over verschillende ministeries. “Juist omdát het zo urgent is moeten alle afzonderlijke bewindslieden bij de begrotingsbehandeling op hun prestaties worden afgerekend,” vindt ze.

“Zij hebben de meeste kennis van hun beleidsveld. Milieu is geen sectorbeleid, maar een intrinsiek onderdeel van elk beleidsveld,” vervolgt De Boer. Daar moet elke minister bij de begrotingsbehandeling jaarlijks rekenschap over geven. De Kamer draagt daarbij een hele grote verantwoordelijkheid.”

Urgentie

Beide oud-bewindslieden zien de urgentie van het klimaatvraagstuk. Cramer: “Het klimaatprobleem is echt te urgent om de uitvoering van beleid over te laten aan de bereidheid van individuele departementen.” De coördinerend minister zorgt er dan – vindt Cramer – voor dat de taken tussen ministeries worden verdeeld.

De Boer ziet dat anders. “De praktijk leert dat ook ministers die op dit veld nog niet zo ingevoerd zijn, mede dankzij de zeer deskundige ambtenaren zich de materie snel eigen maken,” merkt ze op. “Als een vakminister niet weet wat de milieueffecten van het beleid zijn, is deze persoon niet geschikt voor dat werk.”