Nederland verdient staakles

‘We weten niet meer wat staken is’, maar gelukkig zijn daar de Leeuwarder Courant, Volkskrant-columnist Bert Wagendorp en andere stakingsgoeroes.

Op 5 oktober – tijdens de Dag van de Leraar – gaat het onderwijzend personeel van de Nederlandse basisscholen staken. Er is geen vertrouwen in het door Lodewijk Asscher onderhandelde ‘substantiële bedrag’ dat bovenop de huidige lerarensalarissen moet komen. De basisschoolleraren vrezen dat het veel lager uitvalt dan de geëiste 270 miljoen, en daarom gaat het slot op de scholen.

Staken
Beeld: ANP/Robin Utrecht

Het wordt de tweede lerarenstaking van dit jaar. Al kan die werkonderbreking amper een staking genoemd worden, vindt Volkskrant-columnist Bert Wagendorp. “De staking duurde maar een uur en op veel scholen verzorgden de onderwijzers de kinderopvang, omdat de ouders anders te laat op hun werk kwamen. Dat is natuurlijk staken van likmevestje.”

Volgens de columnist wordt er ‘in Nederland zo weinig gestaakt dat we bijna zijn vergeten hoe het ook alweer moet’. “Gelukkig bracht de Leeuwarder Courant gisteren de handleiding Staken, hoe doe je dat?” schrijft hij.

Roep om aandacht

Daar heeft hij een punt. De lerarenstaking van eerder dit jaar verdient amper de naam staking. We zijn te bang om overlast te veroorzaken, en juist dat is de kern van een staking. Stakingen zijn bij uitstek uitingen van woede over een onwerkbare situatie.

Het artikel gaat hieronder verder.

Waarom alleen meer salaris het tekort aan leraren niet doet verdwijnen

Of zoals Wagendorp het stelt: “Het is een roep om aandacht en gewoon lekker de kont tegen de krib gooien, ook een legale vorm van chanteren (van de werkgever of de samenleving) en wie daar principieel tegen is moet niet zeuren over de hoogte van zijn salaris of de werkdruk. Staken is de voortzetting van onderhandelingen met andere middelen.”

Zelfs als de NS-medewerkers staken, zorgen ze dat het volk daar zo min mogelijk van voelt. Wat is dat nu voor stakingsmentaliteit? Daarnaast wordt er in ons land volgens het CBS steeds minder gestaakt. In 2016 gingen door acties 19.000 arbeidsdagen verloren. Ruim 28.000 minder dan in 2015, en een astronomisch verschil met de 245.500 stakingsdagen uit 2002.

Onwennig staken

In januari 2010 maakte de NRC een heerlijk onwennige reportage van de stakingen bij de chemieconcerns AkzoNobel en DSM. “Het was niet gemakkelijk om vanochtend niet naar m’n werk te gaan. Maar ik doe het toch,” reageerde een staker toentertijd. Het artikel had – al dan niet toevallig – dezelfde titel als het door Wagendorp aangehaalde artikel uit de Leeuwarder Courant.

De staker uit het NRC-artikel is het bewijs van Wagendorps punt. Wij Nederlanders – die de minste vrije feestdagen van Europa krijgen – zijn op onze manier de werkpaarden van het continent. Als we een keer gek doen, staan we bij Oranje te hossen op Viva Hollandia.

Op die manier levert het natuurlijk weinig op, vindt ook Reinier Castelein, voorzitter van vakbond De Unie. “Als argumenten aan tafel niet helpen, dan helpt een polonaise op het Malieveld zeker niet.”

Het is dus zaak om op 5 oktober de polonaise te vervangen voor de boze leus. Staken voelt de laatste jaren misschien een beetje gek, maar met wat lessen uit het verleden kan het zomaar een dolle donderdag worden.