Alberto Contador of: hoe een held afscheid neemt

Zaterdag won Alberto Contador de laatste echte koers waaraan hij deelnam. Solo. In de wolken. Met de beste wielrenners ter wereld achter zich. Op de zwaarste klim van Europa. Het was mooier dan iemand het ooit bij elkaar zou durven verzinnen. En juist daarom wist je zeker dat het echt moest zijn.

Altijd als ik Alberto Contador zie, denk ik aan het litteken dat als een nerf van zijn rechteroor recht over zijn schedel tot aan zijn linkeroor loopt. Dat litteken is dertien jaar oud. Het is het gevolg van een hersenoperatie die Contador in 2004 onderging. Bij die operatie werden bloedklonters in zijn hersenen verwijderd.

U weet dit natuurlijk al lang. Iedereen die van wielrennen houdt, weet dit al lang. Iedereen weet alles van Alberto Contador. Zo gaat dat nou eenmaal als een beroemd sporter afscheid neemt. Dan wordt de doopceel gelicht. Iedere journalist pluist een flintertje leven uit. Van levensbedreigende valpartijen tot 0,0000005 gram en van de vete met Armstrong tot zijn pistoolgebaartjes bij iedere zege.

Alberto Contador
Beeld: ANP/EPA/Kiko Huesca

Al die flintertjes samen vormen een min of meer coherent portret van een leven.
Ik las het allemaal. De profielen, de columns, de kanttekeningen. En nog eens, en nog eens. Daarna keek ik de documentaires, de compilatiefilmpjes, de afscheidsinterviews. Ik las en zag het allemaal, omdat ik er achter wilde komen waarom ik Alberto Contador ga missen.

Ik zag zijn eerste zege na de hersenoperatie, in de Tour Down Under van 2005. Een spichtig kereltje in azuurblauw. Dolgelukkig dat hij nog leefde. Voor het laatst bestudeerde ik zijn stijl als de weg omhoog liep. Een paso doble bergop, het bovenlijf in een lichte kromming, met heupen die eronder weg leken te willen. Met die open mond en die witte tanden en die helm die net iets te groot leek en dat je dacht: als ik ooit op een fiets een berg beklim, dan moet het er zo uitzien. Het hoeft niet eens echt hard te gaan.

Maar al die dingen zorgen er niet voor dat ik Contador ga missen, dat iedereen die van wielrennen houdt Contador zou moeten missen. Die dingen waren er al, net als het verhaal over zijn moeilijke jeugd met zijn zwaar gehandicapte broer Raul, net als dat aangeboren talent waarmee hij de tegenstand kon versmachten. Wat er niet altijd al was, was die verbetenheid tegen de klippen op. Contador werd pas de renner die hij moest zijn toen de tijd hem begon in te halen.

Toen het niet meer te bolwerken viel tegen de Sky-poen, tegen de treintjes, toen zijn intuïtie het aflegde tegen de berekening. In de laatste jaren verloor hij vaker dan hij won. Weg was de vanzelfsprekende superioriteit, gebleven was de gratie die je nog altijd het gevoel gaf dat hij harder kon en dat hij er alleen niet zo’n zin meer in had, omdat hij al eens harder gegaan was.

Alberto Contador
Beeld: ANP/AFP Foto/Jose Jordan

Held

Contador koerste zoals je zou willen dat iedereen koerst, tot ver buiten het wielrennen. Hij accepteerde overmacht niet bij voorbaat, hij bevocht de vooraf bepaalde machtsverhoudingen en gaf zichzelf de ruimte zich te verrassen. Juist in de jaren dat hij nederlaag op teleurstelling stapelde, werd Alberto Contador een groot wielrenner. Hij viel aan, kukelde ravijnen in, brak botten en viel nog eens aan.

Zo vaak tevergeefs, soms met succes, zoals in die Vuelta waarin hij vanuit verloren positie de leider Rodriguez in een etappe van niks verraste. En won. Zoals hij dit jaar de hele Tour aanviel, en zoals hij dat in de Vuelta nogmaals deed, en steeds was er iemand sterker of slimmer of meer bijtijds vertrokken.

Tot zaterdag, dus. Toen alle renners die hij inhaalde even voor hem op kop reden, omdat ze onderdeel wilden zijn van een laatste poging tot een meesterwerk.

Alberto Contador
Beeld: ANP/AFP Foto/Jaime Reina

Misschien deed hij het omdat hij niet anders kon en hij heeft er vast nooit zo over nagedacht, maar ik wil graag geloven dat hij het voor mij deed, en voor ons. Om te laten zien dat je je niet hoeft neer te leggen en dat er altijd een alternatief is voor lijdzaamheid.

Contador leerde je dat het nooit echt afgelopen is. Dat er altijd kansen zijn, ook al liggen ze niet direct voor het oprapen. Hij ging door waar ieder ander er al lang mee zou zijn opgehouden. Hij bleef proberen, proberen, proberen. Tanden op elkaar, bovenlijf licht gebogen. Je zou willen dat jij het was.

De Spaanse sportkrant Marca schreef zondag: “Zo neemt een held afscheid.”
En iedereen weet dat sporters geen helden zijn. Maar als je er dan toch eentje die titel zou moeten geven…