Waarom de hulp op het Nederlandse deel van Sint-Maarten achterblijft

De noodhulp op Sint-Maarten vanuit Nederland komt traag op gang. Op dit moment zijn er ongeveer 350 Nederlandse soldaten en daar komen er nog tweehonderd bij. Hoewel Mark Rutte meent dat ‘we niet meer hadden kunnen doen om de schade te beperken’, staat het in schril contrast met de Franse noodhulp.

Sint Maarten
Beeld: ANP/Vincent Jannink

Op de noordelijke helft van het eiland –  het Franse Saint-Martin – waren al 1.100 militairen aanwezig ten tijde van de storm. Een noodziekenhuis was reeds opgezet en de hulp stond paraat voor de 32 duizend inwoners. De hulpverlening en informatievoorziening op het Nederlandse deel — met 42 duizend inwoners — verloopt een stuk trager. Op het moment dat Irma over het eiland trok waren er slechts honderd Nederlandse militairen.

Rutte en Plasterk

Mark Rutte wilde afgelopen vrijdag geen oordeel vellen over het trage tempo van de hulpverlening: “Iedereen doet al het mogelijke of zelfs onmogelijke,” zei hij. “Het is ook niet zonder risico, want we opereren in de context van de zwaarste storm die ooit over het eiland is getrokken.”

Zaterdag kwam hij op een persconferentie opnieuw terug op de huidige situatie. Er arriveert namelijk steeds meer hulp. Met de troepen die er begin deze week bijkomen zou onze inzet — volgens Rutte — ‘militair en politioneel vergelijkbaar met de inzet aan Franse zijde’ zijn. Een opmerkelijke vergelijking.

Ook Ronald Plasterk meent dat er vanuit Nederland niet meer gedaan had kunnen worden. “Ik ben onder de indruk van wat de mensen van Defensie en politie gedaan hebben,” zei de demissionair minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Plasterk vertrekt samen met Koning Willem-Alexander vanaf Curaçao naar Sint-Maarten om de gevolgen met eigen ogen te aanschouwen.

Sint Maarten
Beeld: ANP/EPA/NASA

Autonoom land

De Nederlandse hulp komt vooral trager op gang omdat onze Defensie niet zonder toestemming beslissingen kan nemen. Sint-Maarten is sinds 2010 een autonoom land binnen het koninkrijk. Hierdoor is het zelf verantwoordelijk voor het bestuur en handhaven van de openbare orde. Het heeft echter geen eigen krijgsmacht.

De verdediging is in handen van het Koninkrijk. Dat geldt ook voor het beschikbaar stellen van militairen bij rampen als nu. Saint-Martin staat daarentegen onder direct Frans gezag, waar de Franse gendarmerie altijd aanwezig is.

Omdat Sint-Maarten geen eigen krijgsmacht heeft, is Nederland verplicht hulp te bieden bij een situatie als deze. In het Koninkrijksstatuut staat dat er een hulpverplichting is, maar dat dit wel in samenspraak moet verlopen. Nederland kan dus niet zelfstandig beslissen hoe of wat.

Volgens Kees Broere, correspondent op Sint-Maarten, is alle hoop gevestigd op Nederlandse militairen. De inwoners hebben geen vertrouwen in de regering, de orde en noodhulp zullen van overzee moeten komen.