Oud-IMF-baas: ‘De euro is voor Nederland te goedkoop’

Het nieuwe kabinet moet stoppen met bezuinigen, vindt Johan Witteveen. Dat zegt de oud-IMF-baas, ex-minister van Financiën en prominent VVD’er in een interview met het Algemeen Dagblad.

De 96-jarige oud-politicus heeft nog regelmatig correspondentie met demissionair minister-president Mark Rutte en Christine Lagarde, de huidige directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). “Ik ben wel heel oud, maar nog steeds heel erg bezig,” zegt hij. Zijn boodschap is duidelijk. “De euro staat onder druk doordat landen als Nederland en Duitsland al jaren meer exporteren dan importeren,” zegt hij.

Concurrentiepositie

Met een groot overschot op onze betalingsbalans als gevolg. Hiermee hebben we in zijn ogen zelf een slechte concurrentiepositie gecreëerd voor de Zuidelijke eurolanden. “De euro is voor Nederland en Duitsland te goedkoop,” stelt Witteveen. “De onbalans in de eurozone wordt alleen maar groter. De Zuidelijke eurolanden slagen er domweg niet in om met ons te concurreren. Als het zo doorgaat zal de euro niet houdbaar blijken.”

Investeringen in de eigen economie zijn nodig. Het geld moet rollen, vindt Witteveen. “In onze zorg, in Defensie, in onze dijken. In miljarden gaat de staatsschuld dan omhoog, maar als percentage van het bruto binnenlands product blijft hij gelijk, omdat onze economie groeit.” De prominente VVD’er staat met die opvatting lijnrecht tegenover de huidige generatie VVD’ers. “Door zo zwaar te bezuinigen is er onnodig werkloosheid en leed veroorzaakt.”

De tekst gaat hieronder verder. 

Enge buitenlanders de schuld geven maakt je eigen risico niet lager

Duitse druk

“Hij (Rutte, red.) heeft me uitgebreid geantwoord,” vervolgt Witteveen. “Dat stel ik op prijs. Hij zegt dat Nederland al extra investeert, doordat we minder gas oppompen, terwijl overheidsuitgaven stijgen. Rutte, De Nederlandse Bank, het Centraal Planbureau, het hele Nederlandse establishment, ze zitten allemaal onder de verlamming van de Duitse druk.”

Echter ziet Witteveen ook in dat er met de op handen zijnde herverkiezing van Angela Merkel niet snel een nieuwe koers gevaren gaat worden. “De bewondering voor Duitsland, dat het economisch zo goed doet, begrijp ik heel goed. Maar tegelijkertijd heeft het land zijn infrastructuur verwaarloosd. De Duitsers zouden zichzelf meer mogen gunnen. En dat mag Nederland ook.”