Zelfs filantroop Bob Geldof is er he-le-maal klaar mee

Ierse filantroop haalt stevig uit naar wereldleiders

De schitterende jaren tachtig. In veel opzichten een zeer onzeker decennium, maar er waren een paar waarheden waaraan men zich ook destijds kon vastklampen. Achter het gordijn huisde de vijand, radijsjes uit eigen tuin kon men maar beter niet eten en waar hongersnood was, daar was Bob Geldof.

Met de enorme benefietshows van Live Aid zette de voormalig zanger van de Boomtown Rats (bekend van de kraker I don’t like mondays) zich op de kaart als filantroop die met alle minderbedeelden der aarde het beste voorhad. Het was een rol die de Ier goed paste.

In de decennia na Live Aid buffelde Bob Geldof door voor de goede zaak. Terwijl de immer groeiende wallen onder zijn ogen een ander verhaal trachtten te vertellen, leek Geldof onvermoeibaar. Maar ook de Ier is er eens klaar mee, en niet zo’n beetje ook.

Bob Geldof
Beeld: ANP/ANP Foto/Mal Fairclough

Aung San Suu Kyi

In een toespraak op de One Young World Summit in de Colombiaanse hoofdstad Bogota liet Geldof in niet mis te verstane bewoordingen van zich horen. “I am sick of this world,” dat was zo’n beetje de ongecensureerde en onvertaalde bottomline van zijn speech, opgetekend door Amerikaanse tijdschrift Quartz.

Vervolgens kreeg de Myanmarese president Aung San Suu Kyi er stevig van langs. “Ik ben er ziek van dat iemand in Myanmar (hij noemde geen namen, red.) deze prijs (de Nobelprijs voor de Vrede, red.) ontving en tegenwoordig een van de grootste etnische zuiveringen op onze planeet uitvoert. Het is een schande.” De zaal beloonde Geldof met een daverend applaus.

Verder stak de Ier zijn mening over wat hij ‘de teloorgang van oude culturen’ noemt. Leiders als Poetin, Erdogan, Trump en Xi Jinping zijn daar debet aan, en Geldof heeft een broertje dood aan ze allemaal. “Ik verfoei en veracht deze mensen. Wij denken ze wel dat ze zijn om zich te gedragen zoals ze doen. Wat geeft ze het recht, hoe durven ze?”

Verbitterd

De boodschap van Geldof, die zijn mening nooit onder stoelen of banken stak, is er een van regelrecht pessimisme. De waarschuwing tot slot maakt het niet veel vrolijker: “We leven in een gevaarlijke wereld die steeds gevaarlijker wordt. Daarom moeten werken oude instituten niet, en moeten oude wetten hervormd worden.” Critici van Geldof (en dat zijn er heel wat) zien hier een verbitterde oude man die voortdobbert op een imago uit een voorbije tijd.

De vraag blijft echter: Hoe nu verder, als zelf Bob Geldof er helemaal klaar mee is?