Sunny Bergman: hoe John de Mol, de Nederlandse Harvey Weinstein, mijn acteercarrière sloopte

Ik volg het koningsdrama rond Harvey Weinstein met grote aandacht en dacht van de week: wanneer komt onze eigen Sunny Bergman eindelijk met haar onthullingen over John de Mol? Toen ze nog stage liep bij het legendarische Waskracht van de VPRO, vertelde ze eens tegen mijn dierbare vrienden Rob Muntz en Paul Jan van de Wint dat John de Mol haar acteercarrière had gesloopt.

“Over welke carrière heb je het?” vroeg Muntz, “ik ken je enkel als de filmdochter van Renée Soutendijk in de schitterende rolprent Een maand later van de onvergetelijke Nouchka van Brakel uit 1987. Daarna speelde je in de miniserie De Brug Rosemarieke van der Roer, een verkrachte zwakzinnige tiener. Vervolgens speelde je in Goede Tijden, Slechte Tijden Joke Kniesmeijer, een consulente van cosmeticaproducten van het overigens prima merk Avalon. In de Veronica-gids vertelde je dat je je in die rol had ingeleefd aan de hand van de method-acting-leer van Konstantin Stanislavsky en Lee Strasberg. En toen?”

Dat klopt als een bus, Robbie, zei Sunny.  “Ik stond op het punt internationaal door te breken in België met de humoristische serie In De Vlaamsche Pot en toen gebeurde het.”
“Ḿaar je bent toch helemaal niet Vlaams,” vroeg Muntz stomverbaasd.
Gekkie, zei La Bergman tegen Muntz. “Ik ga het je in geuren en kleuren vertellen. Wil je nog wat drinken, pop?”
“Nou,” zei Muntz, “doe nog maar een colaatje en loop dan even mee naar de bushalte. Als ik de nachtbus mis, krijg ik echt gedonder met mijn vrouw Carla en die wil je niet zwaaiend met een deegroller voor je deur hebben, honnepon.”

Enfin, Sunny stak van wal: “Voor het jongerenblad Tina Club beschreef ik een draaidag vanuit het perspectief van een groepje figuranten, die gevraagd waren als ‘mooie meisjes’. Hun bh’s werden opgevuld door de stylistes. In de regiekamer, waar ik werd rondgeleid, werden verlekkerde grappen gemaakt over de meisjes. Aan het einde van de dag vroeg de regieassistente aan een van hen een telefoonnummer. ‘Voor de regisseur,’ zei ze. Het figurantenmeisje was hoopvol, misschien was dit haar grote kans. Ik wist dat de regieassistente bij wijze van grap haar nummer aan de regisseur gaf, omdat hij haar een ‘lekker wijf’ vond, dat had hij tijdens de lunch geroepen. Ik vond het zielig voor het meisje, en schreef dit op in mijn artikel. Ik moest het stuk voor publicatie laten lezen aan de producent van de serie, John de Mol. Na lezing belde John me op. ‘Jongedame,’ brieste hij door de telefoon, ‘je hebt mijn goede vertrouwen geschonden. Ik zou er maar eens goed over nadenken of je dat stukje gaat publiceren. Als jij besluit dat toch te doen, zal ik er persoonlijk voor zorgen dat je nergens meer aan het werk komt als actrice. Begrijp je dat? Weet jij dan niet dat ik je acteercarrière kapot kan maken?’”

“Godskolere,” zei Muntz quasi-empathisch. “Dat is hete informatie. Je moet een schadeclaim eisen van John. Minimaal een tonnetje. En als ie niet betaalt, laat je allemaal taarten bij hem bezorgen. Daar kan hij helemaal niet tegen. Wil je trouwens een zakdoekje?”
Sunny: “Rob, ik besloot mijn acteercarrière aan de wilgen te hangen en heb het schrijnende verhaal over de wantoestanden in het Hollywood van Nederland gepubliceerd in de Tina Club.”

Ik was dus niet verbaasd toen Sunny Bergman gisteren alsnog met haar onthullingen kwam – 25 jaar later weliswaar – over John de Mol, de Nederlandse Harvey Weinstein.

De Joop kreeg de primeur en de wat lange streamer loog er niet om: ‘Naar aanleiding (sic, red.) het seksueel geweld van Harvey Weinstein en het seksisme in deze wereld, hier een stuk over mijn eigen ervaringen als jonge actrice. Geen seksueel geweld, wel seksisme en verbale intimidatie van bijvoorbeeld producent John de Mol – voor mij destijds reden om mijn beginnende acteercarrière te laten voor wat die was en zelf regisseur te worden.’

Niets menselijks is mij vreemd en ik moest een traantje wegpikken toen ik haar ontroerende en hartverscheurende relaas las. Ik ken het drama van een in de knop geknakte acteercarrière als geen ander. Ik werd namelijk smadelijk afgewezen op de filmscholen van Maastricht, Amsterdam en Arnhem.

Ik vertelde tijdens de audities dat Ko van Dijk mijn grote voorbeeld was en dat ik nooit aan amateurtoneel had gedaan, omdat ik een natuurtalent was. Enfin, dat werd een drama. In Amsterdam moest ik een tomaat nadoen, in Maastricht een vlaai en in Arnhem vond de jury mij te nichterig en meer geschikt voor de Kleinkunstacademie of een balletopleiding.

Ik ben toen van lieverlee aan de drugs en de drank gegaan en de rest van mijn treurige en zinloze leventje heb ik in geuren en kleuren beschreven in dit aangrijpende feuilleton voor de Haagsche Post.

Enfin, ik ben benieuwd naar de schadeclaim die Sunny van John de Mol gaat eisen. Hoewel John de Mol praktisch mijn buurman is in de Algarve heb ik de beste man nog nooit in levenden lijve mogen ontmoeten. John is een mediamogul in het Hollandse Tinseltown maar zeker geen Harvey Weinstein. Hij lijkt mij een keurige familyman die nooit dronken is, niet aan vraatzucht leidt, geen coke snuift en zijn kostbare tijd zeker niet verkwanseld aan de Bergmannetjes van deze wereld.

Overigens is Sunny er niet helemaal zeker van dat het John de Mol was die haar bedreigde en intimideerde want aan het einde van haar epische J’accuse schrijft ze: “Mijn vader Richard Bergman was degene die zich wist te herinneren dat het John de Mol was die me toen intimideerde. En inderdaad, hij was de uitvoerende producent van deze serie.”

Ik bedoel, Sunny was er dus niet helemaal zeker van dat het John was en gooit haar vader als getuige in de strijd. Deze zaak stinkt, Sherlock!

Als ik Sunny was, zou ik een egodocument maken over seksuele exploitatie in de Nederlandse filmwereld. In ieder geval is haar noodkreet een aardige pitch voor de VPRO en staat ze weer eventjes in de schijnwerpers.