Wij zijn allen Khadija Arib

Wij zijn allen Khadija Arib die de orde moet houden in een vergadering waarin een man die Mark heet zijn collega voor de grap vergelijkt met een vrouw die zichzelf lelijk maakt omdat ze niet geneukt wil worden.

Wij zijn sinds het regeerakkoordebat deze week allemaal Khadija Arib, waar overheen gepraat wordt als ze de teugels van het debat weer in handen probeert te nemen. We zijn allemaal Khadija Arib die dan het woord moet geven aan een man die Geert heet en die tot grote hilariteit van de zaal zegt dat Mark zelf een homo is.

Hebben we niet allemaal een keer in die vergadering gezeten?

Khadija Arib
Beeld: ANP/Martijn Beekman

Wij zijn allemaal Khadija Arib, die zich heeft moeten invechten, heeft moeten bewijzen, die correcter en beschaafder Nederlands spreekt dan het koninklijk huis, wier haar en make-up en kleding iedere dag smetteloos is.

We zijn Khadija Arib die aan alle eisen voldoet hoe hoog de lat ook wordt gelegd. We zijn allemaal Khadija Arib die dan vervolgens mag toekijken hoe de premier van Nederland en de fractievoorzitter van de tweede grootste partij van het land ons parlement reduceert tot het niveau van Café Nol. Of nee, dat is een belediging voor kroegen. Daar wordt wél geluisterd als de barvrouw zegt dat je ‘je bek moet houden’.

We zijn allen Khadija Arib wanneer we de rol aan moeten nemen van strenge schooljuffrouw die niet kan lachen om een leuk grapje, als we onze baan proberen te doen. Als we ons werk serieus proberen te nemen. Het werk waarin wij moeten vechten om serieus genomen te worden. Terwijl de Markjes en Geertjes van de wereld lekker achteroverleunen, in hun neus peuteren met hun pen en wedstrijdjes verpissen houden.

Mark en Geert, die lekker grappen maken over lelijke vrouwen, seks en homo’s – lachen of je bent verzuurd! – om vervolgens weer over te gaan tot de orde van de dag. Want ze hadden met Sybrand en Alexander daarna afgesproken het te gaan hebben over de Nederlandse normen en waarden. Normen en waarden die ze zo belangrijk vinden, dat ze die willen beschermen tegen enge buitenlanders die geen respect hebben voor, jawel, homo’s en vrouwen.

Nederlanderschap is namelijk iets wat je moet verdienen met een zo dik mogelijke hete aardappel in je keel en zo’n Arisch mogelijk uiterlijk. En pas als je het écht verdiend hebt, en je ouders, grootouders en je overgrootouders zich allemaal hebben ingevochten, pas dan zijn je burgerrechten veilig en mag je Nederland net zoals Geert en Mark onderpissen. Pas dan mag, ook jij, het Wilhelmus verbasteren en vrouwen en homo’s belachelijk maken. Tot die tijd ben je een buitenlander wiens paspoort we mogen afpakken.

We zijn allemaal Khadija Arib die klaar zit om een debat te voeren over mensenrechten, burgerrechten, ouderenzorg, jeugdzorg en de geestelijke gezondheidszorg van miljoenen mensen, het onderwijs van onze kinderen en belastinghervormingen. We staan klaar met vragen over of we onze boodschappen kunnen betalen, een eerlijk loon krijgen voor ons werk, een huis kunnen krijgen. Dingen die een werkelijke impact hebben op Nederland, op ons, op onze ouders, op onze kinderen.

Maar in plaats daarvan mogen we, net zoals Khadija Arib, toekijken hoe Geert en Mark als een stel giechelende zelfingenomen puberjongens staan te klooien en grappen maken over de mensen die ze vertegenwoordigen, wetende dat we de komende vier jaar moeten gaan doen alsof we het grappig vinden.