Het superrelaxte speeksel van Kevin de Bruyne

Voetbalcommentatoren hebben het nogal eens over ‘het versturen’ van passes. Ik denk dat ze dat doen, omdat ze ‘geven’ niet chic genoeg vinden klinken. De meeste passes die in een gemiddeld weekend worden ‘verstuurd’ lijken op de verlanglijstjes die ik vroeger aan Sinterklaas verstuurde: een envelop met daarop Sinterklaas, Madrid, Spanje in je schoen steken en er verder maar het beste van hopen. Een gemiddelde pass in een Eredivisiewedstrijd is als het sturen van een mail naar het adres dat je kat heeft getikt toen ie over het toetsenbord liep.

Er zijn uitzonderingen. Iniesta is er een. Kroos. Sneijder was er een, ooit. En binnen die uitzonderingen heb je dan ook weer een uitzondering, en die speelt bij Manchester City en zijn naam is Kevin de Bruyne.
Kevin de Bruyne lijkt nogal alledaags. Er bestaan NS-incheckpalen met meer présence. Hij oogt jonger dan hij toch al is; op de Belgische tv wordt hij vaak nagedaan met een Liga-koek en een pakje Wicky in zijn hand.

Niet dat dat Kevin iets zal kunnen schelen: in een tv-item met Soufiane Touzani vertelde hij recent over een speekseltest die bij Manchester City een dag voor elke wedstrijd wordt afgenomen om het stressniveau te testen.
Touzani: “Hier heb ik nog nooit van gehoord.”
De Bruyne: “Het laagste is nul. Ik zit altijd in de min.”

Kevin de Bruyne
Beeld: ANP/EPA/Will Oliver

Voor de ontspannenheid van Kevin bestaan nog geen meetmethoden. En dat vlak voor een belangrijke wedstrijd: ik vrees dat die speekseltest bij mij al in het rood uitslaat als ik ’s ochtends naar de brievenbus sjok.

Maar ik geef ook geen passes als Kevin. Niemand geeft passes als Kevin. Kevin de Bruyne verstuurt passes zoals bevriende staatshoofden elkaar tweehonderd jaar geleden brieven stuurden. Hij doopt zijn ganzenveer in de inkt en noteert de naam van de geadresseerde in zwierig schoonschrift op de envelop. Die laat hij vervolgens door twee naar lavendel ruikende hofduiven afleveren.

Soepel

Een paar jaar geleden opereerde er op het Stadhuisplein in Utrecht een slungelige jongen met een multomap. Hij zag er doodgewoon uit, maar zodra je hem dreigde te passeren, ging hij voor je staan en klapte zijn map open. In die map bevond zich dan altijd een folder van een Ontzettend Goed Doel – kindersterfte, het milieu, zwerfdieren – en een inschrijfformulier. En hoezeer je je ook voornam om je niet midden in Utrecht te tekenen voor een jarenlange donatie aan Joost-mag-weten-welke-organisatie, uiteindelijk liep je pas weer door als je een handdruk van die jongen had gekregen, vergezeld met de woorden: “Wij zijn u ontzettend dankbaar.”

Soms observeerde ik die jongen een tijdje vanaf de eerste verdieping van de bibliotheek. Het was een genot hem aan het werk te zien. Het verkopen ging zo soepel, zo vanzelf, dat je dacht: dat zou ik ook kunnen. Voor ieder probleem had hij een oplossing. Hij verkocht aan oudere dames en aan jongens op scooters. Hij was het soort straatverkoper dat aidswezen kan laten intekenen op tien vellen kinderpostzegels. En hij was een genie, al oogde hij dan misschien als een papieren zak speltmuesli.

Aan die jongen moet ik wel eens denken als ik Kevin de Bruyne zie voetballen. Het gaat zo soepel, zo allemachtig vanzelf.

Kevin de Bruyne
De Bruyne afgelopen zaterdag tegen Stoke City. Beeld: ANP/AFP Foto/Lindsey Parnaby

Wilhelmtelliaans

Afgelopen zaterdag, tegen Stoke City, deed hij dingen die ik nog maar zelden opeen voetbalveld heb gezien. Hij loste situaties op die nog niet ontstaan waren en verstuurde passes in niemandslanden die precies op tijd bemand werden. Mensen die geloven dat functionaliteit en pracht niet samen kunnen gaan, moeten eens naar die passes van Kevin de Bruyne kijken.

Die passes… Je zou er onder willen kruipen, als het dekentjes waren. Je zou er in weer en wind voor collecteren, als ze hulpbehoevend waren. En je zou een Museumjaarkaart voor ze aanschaffen, gewoon om eens per week langs ze te lopen en van aandoening flauw te vallen, als het Stedelijk Museum ze maar zou exposeren.

Kijk naar die passes van Kevin de Bruyne, naar die Wilhelmtelliaanse precisie waarmee hij Sané bereikt. Het is net alsof hij iets toevoegt aan het spel dat zojuist nog niet bestond. Alsof hij een blik met nieuwe mogelijkheden opentrekt, een Doos van Pandora waaruit steeds weer nieuwe spelsituaties gevlogen komen. Zet Kevin de Bruyne alleen op een veld en hij vindt nog de vrije man.

Rubiks Kubus

En goed. Je zou kunnen zeggen: het was maar het Stoke van Ibrahim Afellay en Bruno Martins Indi. Het kraken van de verdediging van Stoke is als het oplossen van een Rubiks Kubus waar je nog maar een keer aan hoeft te draaien. Kijk naar Afellay in duel met Sané en begrijp: met een eerlijke strijd heeft dit weinig meer te maken.

De tekst gaat onder deze rugbytackle van Affelay verder. 

 

Maar ik geloof werkelijk niet dat het om de tegenstander gaat. Zoals het bij brieven ook niet om de ontvanger gaat, maar om wie ze verstuurt. Wat Kevin zaterdag tegen Stoke deed, kan en zal hij tegen iedere ploeg doen. Wie de mogelijkheden van het spel oprekt, wie hoogstpersoonlijk een stukje terra incognita binnen de sport ontdekt, die kan zijn ploeg kampioen maken, en zijn land trouwens ook. Als zijn speeksel maar relaxed blijft.