Hoe kunnen we vernietigd erfgoed wereldwijd toonbaar houden?

De combinatie van technologie en oorlogsgebieden doet in eerste instantie denken aan gewetenloze drones en verschrikkelijke drone-bombardementen. Maar in Leiden wordt de komende maanden de aandacht gevestigd op de mooie kanten van technologie in tijden van oorlog.

Beeld: RMO

Deze week (donderdag 19 oktober, red.) vond namelijk de opening plaats van Nineveh. Deze tentoonstelling van het Rijksmuseum van Oudheden schenkt onder meer aandacht aan het recent door IS verwoeste erfgoed in Irak. Zo vernielde het zelfbenoemde kalifaat in 2016 de restanten van de eeuwenoude stadsmuren en het paleis van het historische Nineveh, gelegen in de buurt van Mosul.

Nu zijn onder meer verschillende reliëfs (beeldhouwkunst) en een gouden dodenmasker te bewonderen in naar verluidt de duurste tentoonstelling die het museum ooit maakte.

De tentoonstelling valt onder patronage van Unesco en is bijzonder om meerdere redenen. Niet in de laatste plaats omdat een Nederlands museum überhaupt nooit eerder een Unesco-patronage ontving.

Technologische hulp van de TU Delft

Een van de bijzonderheden van de tentoonstelling is de inzet van technologie. Tussen de vele originele objecten zitten namelijk ook bijzondere replica’s. Naphur van Apeldoorn, een jonge onderzoeker van de TU Delft, ontwierp software om realistische 3D-prints te maken van verloren of vernietigd erfgoed, waaronder een reliëf.

“Er waren voor dat reliëf eigenlijk maar drie databronnen,” vertelt hij. “Dit waren de originele lijntekeningen (grafische schetsen, red.) die tijdens de opgravingen in de negentiende eeuw zijn gemaakt, foto’s die in 2002 tijdens een Italiaanse expeditie zijn gemaakt en de reliëfs die in het verleden naar het westen zijn gehaald. Ik heb een stuk software geschreven dat van de beschikbare data een reconstructie kan maken,” legt hij uit.

Een uitdagend project, want de bronnen geven een vrij eendimensionaal beeld van het object. Uiteindelijk is met behulp van bijvoorbeeld schaduwanalyse een nauwkeurige reconstructie tot stand gekomen.

3D-prints van verloren erfgoed

Van Apeldoorn, die het project voor zijn afstuderen uitvoerde in samenwerking QdepQ — een startup binnen de TU Delft — verwacht veel van de rol van technologie in de museumwereld. “We focussen ons nu op de 3D-print. Met het blote oog kun je het niet meer onderscheiden, dat is hoe ver we nu zijn. Toch moeten we in de toekomst meer diepte kunnen aanbrengen aan prints, om het nog realistischer te maken. Nu kunnen we sommige imperfecties, die veel bijdragen aan het realisme, nog niet goed genoeg printen.”

Ook werken ze hard aan het ontwikkelen van een realistische steentextuur, zodat het plastic gaat voelen als echt steen. De reconstructie is namelijk geprint met inkt die we het best kunnen vergelijken met nagellak. Het is een materiaal dat uithardt onder uv-licht, maar daardoor wel snel echt aanvoelt als plastic.

Musea als Google Maps

Beeld: Pexels

“De inzet van dynamische technologie, dus 3D-prints zoals deze, projecties, hologrammen of virtual reality zal je in toekomst veel vaker zien,” verwacht Van Apeldoorn. Met behulp van soortgelijke technologie die hij en de TU Delft hebben toegepast zou het mogelijk moeten zijn erfgoedstukken en kunstwerken die over de hele wereld zijn verspreid of zijn vernietigd digitaal samen te voegen.

“Waar ik ooit naar toe wil met onze techniek is het creëren van een museum waar je doorheen loopt zoals door de straten op Google Maps, dus dat je zo ook door een paleiszaal kunt lopen van eeuwen en eeuwen oud. Een totale, waarheidsgetrouwe virtuele omgeving vol erfgoed.”

Volgens Van Apeldoorn is het technologisch al binnen vijf jaar mogelijk om zoiets te maken. Het grootste obstakel is echter copyright. “Een museum heeft betaald voor het kunstwerk, dus het erfgoed. Het is de vraag dan of je kopieën zomaar online kunt zetten en kunt tentoonstellen in verschillende musea. Dat is een discussie die gevoerd moet worden, want de technologie ontwikkelt zich nu sneller dan het beleid.”

Ambulancedienst voor cultuur

Mede dankzij de inzet van de technologische wereld is de tentoonstelling onderdeel van de grootschalige inzet voor de bescherming van cultureel erfgoed in oorlogsgebied. Zo is er ook het speciale programma van het Prins Claus Fonds dat zich opwerpt als ‘ambulancedienst voor cultuur’.

De wederopbouw van een stad als Mosul heeft veel baat bij deze internationale hulp. “Cultureel erfgoed gaat over identiteit en erkenning. Het is belangrijk dat wordt geholpen dit te behouden, te beschermen en te laten zien aan de rest van de wereld. Dat maakt deze tentoonstelling onder andere zo relevant. We moeten deze stad (Nineveh, red.) aan de wereld tonen,” vertelt Lucas Petit, de conservator van de tentoonstelling.

Irakeese medewerking

Drie jaar lang heeft de voorbereiding van het project geduurd. Niet gek, gezien de tentoonstelling bestaat uit stukken die normaal gesproken verspreid zijn over de hele wereld. Met één partij wordt nog druk gepraat over medewerking: de Iraakse regering. Erfgoed, zoals voorwerpen in Bagdad Museum, is staatseigendom in Irak en de afgelopen jaren zijn onder leiding van het RMO veel diplomatieke middelen ingezet om een samenwerking op touw te zetten.

Tot dusver is de medewerking beperkt. “Ik begrijp de twijfel. Er moeten ontzettend veel afspraken worden gemaakt over een bruikleen aan Leiden. Dit is een moeilijk proces, maar we hopen dat het in de komende weken toch nog gaat gebeuren.”

De verspreiding van kunst over de hele wereld, de angst om waardevol en zeldzaam erfgoed uit te lenen en de brute vernietiging van eeuwenoude identiteitsbepalende objecten maakt het wereldwijd toonbaar houden ervan een moeilijke zaak. Daarom moeten we trots zijn op onze technologische ontwikkelingen. Ook moeten we hopen dat we culturen kunnen beschermen tegen uitsterving en snel door een virtuele wereld vol waardevol en realistisch erfgoed kunnen lopen.

De tentoonstelling Nineveh: hoofdstad van een wereldrijk is nog tot en met 25 maart 2018 te bezoeken in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.