VN Dag: Wat heeft Nederland komend jaar te zoeken in de VN-Veiligheidsraad?

Komend jaar is Nederland een jaar lang lid van de VN-Veiligheidsraad. In maart is ons land zelfs een hele maand voorzitter van deze raad. Wat het lidmaatschap en voorzitterschap inhoudt en wat de ambities zijn van Nederland in de Veiligheidsraad vertelt Ron Ton, directeur van de Clingendael Academy, op de Dag van de Verenigde Naties.

“Als voorzitter kun je makkelijker eigen agendapunten naar voren brengen,” vertelt Ton. “Ook speel je een prominentere rol dan als je één van de vijftien leden bent,” zegt Ton. De voorzitter van de Veiligheidsraad is namelijk verantwoordelijk voor de agenda. Als de Veiligheidsraad bij elkaar moet komen of een spoedsessie nodig is, loopt dat via de voorzitter. “Door goed diplomatiek handelen en onderhandelen heb je als voorzitter een grotere rol dan de leden.”

VN
Beeld: ANP/Robin Utrecht

Ambities van Nederland

In maart is Nederland dus voorzitter, maar heel 2018 mag Nederland zich niet-permanent lid noemen van de Veiligheidsraad. Wat de ambities zijn van ons land, is nog niet bekend. Al lijken een aantal speerpunten al door hebben gewerkt, laat minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders weten aan de NOS. Hij zegt dat Nederland met een tijdelijke zetel op het allerhoogste niveau kan meebeslissen over crises in de wereld.  Ook Ton heeft ideeën over de doelen van Nederland tijdens het lidmaatschap.

Volgens Ton moet er over twee lijnen gedacht worden als we kijken naar wat Nederland tijdens het jaar lidmaatschap wil bereiken. Allereerst moet Nederland onderwerpen op de agenda zetten die gericht zijn op de ambities van ons land.  Daarnaast moet het instaan voor vredesmissies waar iedereen belang bij heeft.

Wat betreft de vredesmissies vraagt minister Koenders zich af of deze altijd wel scherp genoeg zijn en goed geformuleerd zijn. Ton: “Nederland heeft natuurlijk ook belang bij die vredesmissies omdat wij aan verschillende deelnemen zoals Afghanistan, Mali en in het Midden-Oosten. Vredesmissies zullen daarom door Nederland zeker hoog op de agenda gezet worden.” Die missies moeten volgens Ton goede mandaten krijgen en goed uit onderhandeld worden, zodat Nederland een verschil kan maken.

Humanitaire hulp en humanitaire diplomatie

Wat volgens Ton ongetwijfeld door Nederland naar voren gebracht wordt is de internationale rechtsorde, gekoppeld aan het feit dat we in Den Haag veel internationale juridische instellingen hebben. “En dat wordt weer gekoppeld aan mensenrechten,” zegt hij. “Wat ik zelf een hele goede ambitie zou vinden van Nederland is inzetten op alles wat met humanitaire hulp en humanitaire diplomatie (het beleid ten aanzien van mensenrechten, red.) te maken heeft. Nederland wordt daar ook steeds actiever en duidelijker in. Daarin kunnen we echt verschil maken.”

Een voorbeeld hiervan is een heldere visie ten opzichte van het migratiebeleid, in overeenkomst met de Europese Unie en de Arabische Liga.

Als voorzitter kun je een speciale bijeenkomst organiseren waarbij ook politici, diplomaten en experts van buiten de Veiligheidsraad erbij gehaald kunnen worden. Die kunnen een debat op poten zetten over bijvoorbeeld de effectiviteit van humanitaire hulp.

Vetorecht

Ton vindt dat het niet moet worden onderschat dat het niet-permanente lidmaatschap belangrijk is voor Nederland. “Je bent een van de spelers die meebeslist over het wel of niet aannemen van resoluties (besluiten, red.). Daarnaast ben je onderdeel van het politieke spel op wereldniveau. En het valt mij op dat je veel diplomatieke aandacht krijgt als je eenmaal lid bent. Dat genereert veel nieuwe netwerken en het verkrijgen van informatie is makkelijker.”

Dat moet wel gerelativeerd worden door het vetorecht van de vijf permanente leden: China, de Verenigde Staten, Rusland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Nederland wordt voor de zesde keer niet-permanent lid van de Veiligheidsraad. Anders dan normaal is Nederland maar één jaar lid in plaats van twee. Dit omdat ons land een zetel deelt met Italië.