Laat Patricia Paay de hele Matthäus Passion uitzitten, zonder te hoesten

Hoe breng je klassieke muziek aan de man

Pieter Jan Leusink dirigeerde een elfkoppig orkest en negen koristen, door als een krankzinnige met zijn armen te maaien en oergeluiden uit te stoten. Zilvergrijze matten haar dansten onder zijn vleespet, als vitrage voor een openstaande tuindeur. Zijn Bach Choir & Orchestra bracht een daverende ode aan Bach.
Het was zondag, de grote zaal van het Koninklijke Concertgebouw was afgeladen en de toetsenist zag er in zwart kostuum uit als een streng-gereformeerde Fred Teeven.

Zolang Pieter Jan Leusink leeft, leeft Bach voort. Deze ‘koopman in klassiek’ (NRC Handelsblad) is Nederlands recordhouder Matthäus Passion (de Volkskrant). Zijn uitvoeringen trekken 40.000 bezoekers per jaar (het programmaboekje) en hij maakt Bach geliefd ‘bij een breed publiek’ (de website).
De barokmuziek van Johann Sebastian, en klassieke muziek in het algemeen, zijn niet langer op sterven na dood. Het Concertgebouw zit vol. Wie denkt dat er uitsluitend brallende monseigneurs in oudgeldjasjes, en tuttebellenmevrouwen luisterend naar de naam Ingeborg of Aleid op afkomen, heeft het (deels) mis, en moet beslist eens gaan.
In de traditie van WC Eend adviseert het Koninklijke Concertgebouw: “Iedereen moet op z’n minst één keer in zijn leven in Het Concertgebouw zijn geweest!”

Maar wie klassieke muziek opgevoerd wil zien worden, kan gerust thuisblijven.  De publieke omroep evangeliseert er sinds een paar jaar op los: Podium Witteman (met die vrolijke Alexander Klöpping van de klassieke muziek: Floris Kortie), De Tiende van Tijl (die van de Lama’s, maar dan in tweedelig pak) of Maestro (‘Al geef je een BN’er zo’n metalen ding, het is en blijft een aanfluiting’).
Ik moest denken aan wat Gerrit Komrij eens zei over poëzie, op de door hem zo verafschuwde treurbuis: “Het is geen epidemie die je moet verspreiden onder de mensen.”

Pieter Jan Leusink is een stereotiepe dirigent, die met een geheim, voor buitenstaanders debiel ogend gebarentaaltje, zijn genialiteit overbrengt.
In de afvalrace Maestro (AVROTROS) staat deze malle figuur centraal. Actrice Hadewych Minis, journalist Janny van der Heijden, tv-persoonlijkheid Patricia Paay et tutti quanti moeten hierin een orkest aan de praat zien te krijgen. Om maar te zeggen: het werk van de Pieter Jan Leusinken van deze wereld is wel degelijk nuttig.
En bovenal is het geestig, Patries die Tsjaikovski’s Notenkraker verkracht.

Bach
Beeld: Kevin van Vliet

Ik zat naast het orgel (de goedkope kaarten), dus kon Leusink, orkest en koor goed bestuderen. Zo rommelde de hobospeelster tijdens het adagio van Bachs fameuze dubbelconcert (wie kent het niet!) verveeld in haar instrumentenbak, als zo’n chagrijnige voetballer op de reservebank.
De violist speelde een valse noot. Zou Leusink, dacht ik, hem in de pauze dan spugend van woede vernederen in de kleedkamer, zoals coaches in het professioneel voetbal?

Nee, over dat soort beslommeringen binnen het metier hoor je niets in Maestro. Hoesten, ook zoiets. Wie hoest in het Concertgebouw, die overtreed het eerste en enige gebod in dit godshuis. Voorop het programmaboekje was het vriendelijk geformuleerde advies te lezen: “Probeer deze geluiden zoveel mogelijk te onderdrukken, door bijvoorbeeld een zakdoek te gebruiken.”
Maar wat nu als je geen zakdoek hebt, en moet niezen? En een hele hand vol hebt, met bungelende draden vanaf je neusholtes? Waar laat je dat dan? En als je geen zakdoek hebt? Niet aan dat koninklijke rode fluweel.

Bij het lezen van de waarschuwing kwam de kriebelhoest al opzetten. Tussen de aria’s door gaf het zondagspubliek zich hieraan over, variërend van bescheiden kuchjes, tot de onmiskenbare rokerhoest en ernstige blafhoest, vanuit onderin de longen.
De blafhoest was zeer meeslepend. In het Concertgebouw klonk inderdaad alles mooier.

Om klassieke muziek verder te verspreiden onder een breed publiek, zou AVROTROS La Paay naast het orgel kunnen zetten, waar ze de gehele Matthäus Passion moet uitzitten, zonder pauze, zonder te hoesten, en zonder plaszak.

Het zou heten: Zwijgen met Sterren.