De volstrekt onbegrensde mogelijkheden van Mathieu van der Poel

Gisteren zag ik Mathieu van der Poel Europees kampioen worden. Dat was in Tabor. Die stad is vernoemd naar de Taborberg, de berg in Israël waar Jezus van gedaante zou zijn verwisseld. De Bijbel, het is me het boekje wel.

Hij straalde er voor de ogen van Petrus, Jakobus en Johannes, in een soortement lichtbundel. Over hoe dat er precies uit moet hebben gezien, verschillen de Schriftgeleerden van mening, maar er is een groep die beweert dat de Heiland daar op de Taborberg een met modder besmeurde regenboogtrui droeg en dat hij ‘goeie biene’ zei.

Mathieu van der Poel
Het podium in Tabor. Van der Poel wordt geflankeerd door Lars van der Haar en de Belg Toon Aerts. Beeld: ANP/Dick Soepenberg

Het is een vreemde sport, dat veldrijden: twaalf Vlamingen, een Nederlander en een Tsjech worden met hun racefiets losgelaten in een bak modder, dan drukt iemand op een stopwatch en een uur later wint er dan een Vlaming of een Nederlander of een Tsjech.

Je zou, als je toch bezig bent, die racefietsen kunnen vervangen voor vogelkooien. Rol deze vogelkooi zo gauw mogelijk naar de finish terwijl je alle coupletten van je volkslied boert. Of: spring met je eenwieler over drie kriskras over het parkoers verspreide oliebollenkramen zonder poedersuiker aan je band te krijgen.

Foetushouding met fiets

Wat ik maar wil zeggen: het is een vreemde sport. En in die vreemde sport worden ze langzaam gek. Omdat Mathieu dus alles wint. Zo plaatsen ze bijvoorbeeld steeds iets hogere balkjes in de modder. Wie weet struikelt hij daarover. Maar nee: Mathieu sprong gisteren als enige over de balkjes. Bij een cross in de Westhoek schijnen ze wel eens een schutting van twee meter op het parkoers te hebben gezet. Sprong Mathieu gewoon overheen.

Ik geniet daarvan. Zelf ga ik al op mijn gezicht als mijn racefietswiel per ongeluk in het geultje tussen twee stoeptegels komt. (Om eerlijk te zijn vind ik mijn stadsfiets op de standaard zetten, naar de bakker gaan, terugkeren en zien dat de fiets nog altijd overeind staat al een atletische prestatie.)

Zondag hadden de Belgen een Plan. Dat plan was – min of meer – om Mathieu in de weg te rijden en dan… Nou ja, zo ver kwam het al niet. Je kunt Mathieu van der Poel helemaal niet in de weg rijden. Hij heeft helemaal geen weg nodig.

Mathieu van der Poel
Beeld: ANP

Afgelopen weken gingen er in Vlaanderen trouwens ook stemmen op om Mathieu zijn koersstijl te laten aanpassen om de wedstrijden op die manier langer spannend te houden. Met andere woorden: liever een kat die een uur lang speelt met een paar gewonde muisjes, een kat die zijn slachtoffertjes wat sardonische tikjes geeft, op voorsprong laat komen, hoop schenkt en ze dan in het zicht van de finish dood bijt. Liever dat dan een snelle, humane dood. Ik denk niet dat Mathieu van der Poel daar gevoelig voor is, al zag ik hem woensdag, na de cross op de Koppenberg, wel in het gras storten als iemand die diep gegaan is. Daar lag hij, uitgeteld als het toekomstige kunstwerk ‘Foetushouding met fiets’, onbekende Hollandse meester (2017).

De tekst gaat hieronder verder. 

Het eerste wat ik dacht: zo laat ik me ook in het gras vallen, wanneer mijn neefje van vier in de tuin met de bal aan de voet langs me waggelt. Hier was iemand aan het werk die zo veel over had dat hij niet eens geloofwaardig vermoeidheid kon acteren. Sociaal wenselijk gedrag. (Je staat met een vol karretje bij de kassa en je wordt op je schouder getikt: een wat oudere man wil graag even voor, hij heeft alleen een potje augurken bij zich en hij is al aan de late kant voor een zuurfeestje. Wat doe je dan? Dan lach je overdreven vriendelijk en laat je zo’n man voorgaan. Vanbinnen kook je en werp je de man met augurken en al naar de laatste plaats van de rij voor de zelfscankassa. Dat doe je niet. Sociaal wenselijk gedrag.)

Het gekke aan Mathieu van der Poel is dat zelfs het meest uitzonderlijke er doodnormaal uitziet wanneer hij het doet. Geef hem een tandenstoker en een hortensia en hij maakt er een hortus botanicus van. En niemand die ervan opkijkt. Zet hem bij PSV op rechts en Luuk de Jong wordt Europees topscorer. Mathieu zal zeggen dat de positie hem ligt, of dat het weer meezat.

In werkelijkheid is hij het zelf die meezit, waar hij ook komt. Kijk, Hans Klok kan van een assistente een konijn maken, Mathieu kan jarenlang een internationale goochelshow runnen met een konijn als assistente. Zet Mathieu in de voorrondes van The Voice en alle stoelen draaien zodra hij begint te zingen. Of nou ja, zingen… Als hij a capella begint uit te leggen dat hij zich lekker voelt.

Mathieu van der Poel
Beeld: ANP/EPA/Julien Warnand

Goeie biene

Steeds meer mensen vinden dat Mathieu naar de weg moet. Misschien, zeggen die mensen, kan hij ooit wel Parijs-Roubaix winnen. Typisch Nederlands, dat kleine denken. Wat mij betreft schrijft Mathieu zich na dit veldritseizoen meteen in voor de Giro (zodat hij die kan winnen) en de Tour (zodat hij Dumoulin die kan laten winnen). Tussen de bedrijven door zou ik hem laten deelnemen aan het Eurovisie Songfestival (met de ballad ‘Op zich wel goeie biene’) en, als PvdA-lijsttrekker, aan de raadsverkiezingen in een stuk of acht Brabantse gemeenten.

Tussendoor zullen we het woord veldrijden moeten vervangen door ‘vanderpoelen’. Een eerbetoon. Klinkt ook beter, ‘vanderpoelen’. Aan ‘veldrijden’ zit iets klinisch, van veldrijden word je geen moddermonster. Veldrijden klinkt als kantklossen. Vanderpoelen is top, dat klinkt als kluiten modder in je nek en een hotdog in je oog. En zo zal Mathieu herinnerd worden in de sport die hij is ontstegen, als hij uiteindelijk op de Taborberg in een lichtbundel getransformeerd zal zijn in de man die voor de mensheid het onmogelijk geachte zal bewerkstelligen en als schijnbaar alledaagse verkoper in een kledingzaak elke klant een comfortabel zittende spijkerbroek zal weten aan te meten.

En gevraagd naar het wonder, zal Mathieu slechts antwoorden dat het allemaal gaat om ‘goeie biene’.