Nederland helpt Sint Maarten op een dubieuze en bikkelharde manier

De ravage die orkaan Irma aanrichtte op Sint Maarten heeft grote gevolgen voor het bestuur aldaar. De Nederlandse regering gebruikt de ramp om haar zin te krijgen. In ruil voor financiële steun moet de corruptie op het eiland worden aangepakt. Het is een gestrekt been op de knieschijf van het toch al gewonde Sint Maarten. Toch is het te kort door de bocht om de rode kaart te trekken voor Rutte en consorten.

Nederland blijft hardnekkig vasthouden aan de drempel voor financiële steun aan het eiland. Wil Sint Maarten kans maken op geld om de orkaanschade te herstellen, moet het voldoen aan twee eisen. Er moet een integriteitskamer komen, om de heersende ondermijning (georganiseerde misdaad die de samenleving schaadt) tegen te gaan. En de grensovergang van het eiland moet worden versterkt met Nederlandse marechaussees om een einde te maken aan de vele illegalen. Zo niet, dan komt er geen 260 miljoen voor wederopbouw. Nederland gaat daarmee over een morele grens, in het belang van de lange termijn.

Ruzie in 2015

Dit gestrekte been is onderdeel van een jarenlange Nederlandse strijd tegen corruptie op Sint Maarten. In 2015 weigerde wijlen Gerard Bouman, toenmalig korpschef Nationale Politie, om nog samen te werken met het politiek bestuur van Sint Maarten. Nederland zou de ondermijning op het eiland zelfstandig gaan aanpakken. Reden daarvoor was een rapport van het accountantsbureau Price Waterhouse Coopers (PWC). Daaruit bleek dat veel eilandpolitici hun macht misbruiken ten gunste van familie tot vage kennissen. Bovendien zou de grens tussen de onderwereld en politiek en politie maar vaag zijn.

Het leidde tot een spoedoverleg tussen Dennis Richardson, destijds minister van Justitie op Sint Maarten, en Ronald Plasterk, de toenmalig minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bouman zou volgens Richardson indirect het hele politieke bestuur van Sint Maarten hebben beschuldigd van corruptie.

Dat verwijt van Richardson was natuurlijk onmacht. In feite is het onmogelijk om politiek bestuur te vertrouwen als corruptie wordt aangetoond in rapporten, zonder dat daarbij namen naar voren komen. Dan is het logisch het hele bestuur te wantrouwen, uit veiligheid.

Wat hierbij wel gezegd moet worden, is dat alleen een ware kluizenaar vriendjespolitiek ontloopt op een eiland van 40.000 mensen.

Rampjaar 2017

In maart van dit jaar plaatste Plasterk het eiland onder curatele. Zonder medewerking van de regering van Sint Maarten werd een integriteitskamer ingesteld. Dat kon door de Algemene Maatregel van Rijksbestuur, een paardenmiddel dat het mogelijk maakt om autonome landen binnen het koninkrijk te overrulen. Sint Maarten tekende protest aan. Waarna het eiland tot 31 oktober tijd kreeg om alsnog in te stemmen.

Het leidde vorige week tot de val van de regering op het eiland. Het parlement stemde in met een motie van wantrouwen tegen premier William Marlin, die fel tegen de Nederlandse inmenging op het eiland is. De reden dat Sint Maarten nu dan eindelijk toegeeft? Het eiland heeft het Nederlandse geld nodig voor de wederopbouw.

Orkaan Irma heeft in september een gigantische ravage aangericht. Negentig procent van de huizen zijn verwoest of beschadigd. En tot overmaat van ramp is Sint Maarten in een politieke crisis beland. Door Nederland.

Nederland gaat over lijken

Nieuwe verkiezingen zijn gepland in januari. Maar hoe kan een land dat aan de grond zit verkiezingen houden? Hebben de politici niets beters te doen dan marketingcampagnes uitdenken? Kan de bevolking zich in alle redelijkheid buigen over een goede keuze? En belangrijker, hoe verspreid je stembiljetten onder een dakloze bevolking?

Andre Bosman, VVD-kamerlid, pleit daarom voor het uitstellen van de verkiezingen. Nederland geeft volgens hem pas geld aan Sint Maarten als er een regering zit die instemt met het voorgelegde eisenpakket. Vandaag (7 november, red.) uitte hij op  Radio 1 zijn twijfels over de uitkomst van zo’n nieuwe verkiezingen. Hij geeft de voorkeur over een tijdelijke regering die zo snel mogelijk wordt samengesteld binnen het parlement en zich gaat richten op de wederopbouw.

Daar is de bevolking bij gebaat. Verkiezingen in januari leiden volgens Bosman bovendien ‘tot een onnodige vertraging van zeker drie, vier maanden’. En dat zou betekenen dat de orkaanslachtoffers voorlopig geen Nederlands geld meer hoeven te verwachten.

Het lijkt er op dat Sint Maarten uiteindelijk akkoord moet gaan met de Nederlandse politieke inmenging. De omstandigheden waaronder dit gebeurt, zijn dubieus. Nederland heeft de politiek op Sint Maarten in deze moeilijke tijd net zo lang onder druk gezet tot een politieke crisis is ontstaan. Daarmee wordt gebruik gemaakt van de uitzichtloze situatie waarin de bevolking verkeert; het geld is noodzakelijk.

Het consequente optreden van de Nederlandse regering gaat over lijken. Maar het is inderdaad tijd dat Sint Maarten stopt met het ontzien en stimuleren van de georganiseerde misdaad. Pas dan is het mogelijk een land op te bouwen.